Benjamin
Artikel

Benjamin

Benjamin is de jongste zoon van Jakob en Rachel. Hij is een van de stamvaders van het volk van Israël. Samen met zijn volle broer Jozef is Benjamin de lieveling van hun vader Jakob. 

De naam Benjamin

De naam Benjamin betekent: zoon van de rechterhand, of: zoon van geluk. Als zijn moeder Rachel aanvoelt dat ze de bevalling niet zal overleven, noemt ze haar zoon ‘Ben-Oni’. Dat betekent: zoon van verdriet. Maar zijn vader Jakob geeft hem de naam ‘Benjamin’ (Genesis 35:16-18).
Benjamin is de jongste zoon van Jakob. Omdat Benjamin en Jozef geboren zijn als Jakob al oud is, houdt hij meer van hen dan van zijn andere kinderen (Genesis 37:3).

Benjamin en Jozef

Omdat de tien andere broers jaloers zijn op Jozef, verkopen ze hem als slaaf naar Egypte. Jaren later gaan zij naar Egypte om graan te kopen. Maar ze weten niet dat Jozef daar inmiddels bijna de machtigste man van het land is en herkennen hem niet. 
Op hun eerste reis nemen de broers Benjamin niet mee, omdat hun vader bang is dat hem iets zal overkomen. Maar Jozef geeft zijn broers de opdracht Benjamin de volgende keer wel mee te nemen. 
Om zijn broers te testen, stopt Jozef stiekem een kostbare beker in de zak van Benjamin. Als blijkt dat Juda en de andere broers bereid zijn het voor Benjamin op te nemen, vertelt Jozef aan zijn broers wie hij is.

De stam Benjamin

De naam Benjamin kan verwijzen naar de stam Benjamin, waarvan Benjamin de voorvader is. Maar het is ook een aanduiding voor het gebied waar de afstammelingen van Benjamin gingen wonen. Dat gebied lag in het midden van Israël, boven het grondgebied van Juda.

De zegen van Jakob 

Als een van de twaalf zonen van Jakob krijgt Benjamin een zegen van Jakob mee wanneer deze oud is. Jakob vergelijkt de afstammelingen van Benjamin met een ‘verscheurende wolf’ (Genesis 49:27). 
De zegen van Benjamin lijkt op die van Juda, die vergeleken wordt met een leeuw. De twee stammen trekken vaak samen op, waarbij Juda meestal de beschermer is van Benjamin. Ook de grondgebieden van de twee stammen liggen dicht bij elkaar, en vormen samen de basis voor het gebied van het zuidelijke koninkrijk Juda.

Bijbelverzen

  • Genesis 44:12-13
  • Genesis 45:12-13
  • Genesis 49:27
  • Exodus 1:3
  • 1 Kronieken 2:2
  • Openbaring 7:8
  • Genesis 35:16-18
  • Genesis 46:21