Aäron
Artikel

Aäron

Aäron is de broer van Mozes. Hij is de eerste hogepriester van het volk van Israël.
Als Mozes in de woestijn te lang wegblijft en de Israëlieten ongeduldig worden, maakt Aäron voor hen een gouden stierkalf.

De naam Aäron

De naam Aäron betekent: verlichte. Aäron is de broer van Mozes en Mirjam. Hun ouders heten Amram en Jochebed, en horen bij de stam Levi. Zij maken deel uit van het volk van Israël dat in Egypte onderdrukt wordt.
Aäron trouwt met Eliseba uit de stam Juda. Samen krijgen ze vier zonen: Nadab, Abihu, Eleazar en Itamar (Exodus 6:23).

Aäron en Mozes

Aäron krijgt van God de opdracht om met zijn broer Mozes het volk van Israël uit Egypte te bevrijden (Exodus 4:10-17). Samen gaan ze naar de farao toe, maar die weigert zijn slaven te laten gaan. Pas na tien plagen geeft hij toestemming aan de Israëlieten om te vertrekken.

Hogepriester

Aäron en Mozes leiden het volk veertig jaar door de woestijn. Tijdens deze reis wordt Aäron als eerste tot hogepriester van het heiligdom gewijd. Zijn zonen worden tot priester gewijd. Samen met hen is Aäron verantwoordelijk voor de offers en de heilige tent.
Latere priesters van het volk van Israël zijn afkomstig uit de stam Levi en de familie van Aäron.

Het gouden stierkalf

Als de Israëlieten bij de berg Sinai zijn, gaat Mozes de berg op voor een ontmoeting met God. Het volk vindt dat het veel te lang duurt voordat Mozes terugkomt. Ze vragen daarom aan Aäron om een god die hen verder door de woestijn kan leiden.
Aäron durft hun verzoek niet te weigeren. Hij geeft de Israëlieten opdracht om hun sieraden in te leveren. Daarvan maakt hij een gouden beeld in de vorm van een stierkalf (Exodus 32:1-6).
Als Mozes van de berg af komt en het gouden kalf ziet, is hij woedend. Hij gooit de twee stenen platen die hij van God gekregen heeft, kapot en verbrandt het gouden stierkalf. De as vermengt hij met het drinkwater van de Israëlieten (Exodus 32:15-20).

De dood van Aäron

Aäron sterft vlak voordat het volk het beloofde land binnentrekt. Hij wordt begraven op de berg Hor (Numeri 33:39).

Bijbelverzen

  • Exodus 28:1
  • Exodus 29:1-30
  • Exodus 32:1-6
  • Numeri 6:22-25
  • Numeri 33:39
  • Deuteronomium 9:7-21
  • Tobit 1:7
  • Sirach 45:6-10
  • Exodus 4:10-17
  • Hebreeën 5:4