Artikel

proza en poëzie: profeten

Bij alle boeken van het Oude Testament kan de vraag gesteld worden of de tekst proza of poëzie is. Maar de profetenboeken zijn bijzonder: ze zitten ergens tussen proza en poëzie in.

Jesaja, Jeremia en Ezechiël

De drie grote profetenboeken, Jesaja, Jeremia en Ezechiël, zijn alle drie een mengeling van proza en poëzie.
De tekst van Jesaja wordt in De Nieuwe Bijbelvertaling voornamelijk als poëzie weergegeven, maar vooral Jesaja 1-39 bevat behoorlijk wat proza. In Jeremia wisselen proza en poëzie elkaar voortdurend af. Het boek Ezechiël is voornamelijk een prozaboek, maar er staan diverse poëtische stukken in.

De kleine profeten

Bij de twaalf kleine profeten zien we hetzelfde beeld als bij de drie grote profeten. Sommige boeken zijn grotendeels poëtisch: Hosea, Joël, Obadja, Micha, Nahum, Habakuk en Sefanja. Enkele andere zijn voornamelijk in proza: Jona, Haggai en Maleachi. En Amos en Zacharia vormen een mengeling van proza en poëzie.