Artikel

canon OT: reformatie en Trente

De canon van het Oude Testament maakte ook in de reformatie en het concilie van Trente een verandering door.

Reformatie

Na de reformatie beperkten de protestantse kerken de canon van het Oude Testament tot de Hebreeuwse boeken. De overige boeken, die alleen in de Septuaginta voorkwamen, waren volgens hen wel de moeite waard om te lezen, maar ze hadden geen goddelijk gezag. De onfeilbare goddelijke waarheid was er volgens hen niet in te vinden.
Luther nam de apocriefe boeken wel op in zijn beroemde bijbelvertaling in het Duits, maar plaatste ze apart. Ze kwamen na de canonieke boeken, met de waarschuwing dat ze geen heilige status hadden. Hier komt de naam deuterocanoniek vandaan.
In latere eeuwen werden de apocriefe boeken vaak weggelaten in bijbeluitgaven, om principiële redenen of om de kosten te drukken. 

Concilie van Trente

De protestanten maakten onderscheid tussen canonieke en apocriefe boeken. Voor hen hadden alleen de canonieke boeken goddelijk gezag. De rooms-katholieke kerk bevestigde op het concilie van Trente in 1546 juist nog eens de gelijkwaardige status van de canonieke en de apocriefe boeken. Ze noemde de apocriefe boeken deuterocanoniek.
Maar niet alle extra boeken uit de Septuaginta werden als deuterocanoniek bestempeld. Enkele boeken vielen af, en zijn ook voor de katholieke kerk apocrief. Dat zijn onder andere de boeken 3 en 4 Makkabeeën en het Gebed van Manasse.