Nieuwe Bijbelvertaling (NBV)
8

81Maar nu luidt het woord van de HEER van de hemelse machten: 2

8:2
Zach. 1:14
‘Dit zegt de HEER van de hemelse machten: Ik brand van liefde voor Sion; met vurige liefde neem ik het op voor Jeruzalem. 3
8:3
Jes. 1:26
Zach. 1:16
Dit zegt de HEER: Ik keer terug naar de Sion en kom in Jeruzalem wonen. “Stad van trouw” zal Jeruzalem heten, en de berg van de HEER van de hemelse machten “Heilige berg”. 4
8:4
Jes. 65:20
Dit zegt de HEER van de hemelse machten: Opnieuw zullen er op de pleinen van Jeruzalem oude mensen zitten, steunend op hun stok vanwege hun hoge leeftijd, 5en de straten zullen krioelen van de spelende kinderen. 6
8:6
Jer. 32:27
Dit zegt de HEER van de hemelse machten: Ook al lijkt het jullie, die van dit volk nog over zijn, nu onmogelijk, waarom zou het voor mij onmogelijk zijn? – spreekt de HEER van de hemelse machten. 7Dit zegt de HEER van de hemelse machten: Ik zal mijn volk bevrijden uit het land waar de zon opkomt en het land waar de zon ondergaat 8
8:8
Zach. 13:9
Op. 21:3
en hen naar Jeruzalem brengen. Daar zullen ze wonen. Zij zullen mijn volk zijn en ik hun God, in onwankelbare trouw.

9

8:9
Hag. 1:14
Dit zegt de HEER van de hemelse machten: Nu jullie deze woorden uit de mond van de profeten hebben gehoord, moeten jullie volhouden. Het huis van de HEER van de hemelse machten is nu gegrondvest; de herbouw van de tempel is begonnen. 10Vóór die tijd bracht de arbeid van mens en dier niets op, en wie maar een voet buiten de deur zette werd belaagd, want ik had iedereen tegen iedereen opgezet. 11Maar nu behandel ik jullie niet meer als vroeger – spreekt de HEER van de hemelse machten. 12
8:12
Hag. 2:19
Nu is het zaad gezegend: de wijnstok zal vrucht dragen, de aarde zal haar opbrengst geven, de hemel zal zijn dauw afstaan. Dit alles zal ik schenken aan wie er van dit volk nog over zijn. 13Vroeger golden jullie bij de andere volken als vervloekt, Juda en Israël, maar nu ik jullie te hulp kom, zullen ze jullie als gezegend beschouwen. Geef dus de moed niet op en houd vol! 14Want dit zegt de HEER van de hemelse machten: Toen jullie voorouders mijn woede opwekten, nam ik me voor dit volk kwaad te doen – zegt de HEER van de hemelse machten –, en dat heb ik ook gedaan, zonder erop terug te komen. 15Maar nu heb ik me voorgenomen om het volk van Jeruzalem en Juda goed te doen. Geef dus de moed niet op. 16
8:16
Ef. 4:25
Hier moeten jullie je aan houden: Spreek de waarheid tegen elkaar, bewaar de vrede door eerlijk en rechtvaardig recht te spreken; 17wees er niet op uit om een ander kwaad te doen en laat je niet verleiden tot meineed, want daar heb ik een afkeer van – spreekt de HEER.’

18

8:18
Zach. 7:1-3
En de HEER van de hemelse machten richtte zich tot mij: 19
8:19
Jes. 35:10
Jer. 31:13
‘Dit zegt de HEER van de hemelse machten: De vastendagen in de vierde en de vijfde maand en de vastendagen in de zevende en de tiende maand zullen voor Juda veranderen in blijde feestdagen vol vreugde en vrolijkheid. Maar let wel: houd de vrede en waarheid in ere! 20Dit zegt de HEER van de hemelse machten: Er zullen opnieuw mensen komen uit allerlei landen en steden. 21De inwoners van de ene stad zullen naar de volgende stad gaan en zeggen: “Ga met ons mee. Wij zijn op weg om eer te bewijzen aan de HEER van de hemelse machten en zijn gunst af te smeken.” 22Grote en machtige volken zullen naar Jeruzalem komen om daar de HEER van de hemelse machten te vereren en zijn gunst af te smeken. 23En dit zegt de HEER van de hemelse machten: Als die tijd is gekomen, zullen tien mannen uit volken met verschillende talen een Joodse man bij de slip van zijn mantel grijpen met de woorden: “Wij willen ons bij u aansluiten, want we hebben gehoord dat God bij u is.”’

9

Andere profetieën

91

9:1-6
Amos 1:3-10
Profetie.

Het woord van de HEER heeft Chadrach bereikt, en het rust op Damascus. Naar de HEER immers zal de hele mensheid zich richten, net als de stammen van Israël. 2

9:2-7
Joël 4:4-8
Ook op het aangrenzende Hamat rust het woord van de HEER, en op Tyrus en Sidon, ondanks al hun vernuft. 3Tyrus bouwde voor zichzelf een bolwerk, het hoopte zilver op als stof en goud als slijk in de straten, 4maar de Heer zal de stad in bezit nemen, haar rijkdom in zee storten, en de stad zelf gaat in vlammen op. 5Wanneer Askelon dat ziet, zal het schrikken, en Gaza zal beven van angst. Zo ook Ekron, dat zijn hoop in rook ziet opgaan. Uit Gaza verdwijnt de koning, Askelon raakt ontvolkt, 6
9:6
Sef. 2:4-7
en in Asdod woont nog slechts een onzuiver volk. Zo zal ik de hoogmoed van de Filistijnen breken. 7Vlees waar nog bloed in zit zal ik hun uit de mond rukken, en ook het andere voedsel dat ik verafschuw. Maar een deel van hen zal gespaard worden, en ook zij zullen toebehoren aan onze God. Ze zullen in Juda worden opgenomen, en Ekron zal met ons verbonden zijn zoals de Jebusieten. 8Ik zal de wacht betrekken en mijn land beschermen tegen doortrekkende legers. Geen tiran zal het nog binnenvallen, want nu waak ik er met eigen ogen over.

9

9:9
Mat. 21:5
Joh. 12:15
Juich, Sion,

Jeruzalem, schreeuw het uit van vreugde!

Je koning is in aantocht,

bekleed met gerechtigheid en zege.

Nederig komt hij aanrijden op een ezel,

op een hengstveulen, het jong van een ezelin.

10

9:10
Ps. 72:8
Hos. 2:20
Ik zal de strijdwagens uit Efraïm verjagen

en de paarden uit Jeruzalem;

de bogen worden gebroken.

Hij zal vrede stichten tussen de volken.

Zijn heerschappij strekt zich uit van zee tot zee,

van de Rivier tot de einden der aarde.

11

9:11
Ex. 24:4-8
Want, Sion, omwille van mijn verbond met jou, met offerbloed bekrachtigd, zal ik de gevangenen vrijlaten uit de put zonder water. 12Keer terug naar de burcht, gevangenen. Jullie hoop is niet vergeefs geweest, want ook nu geldt de toezegging aan Sion: ik zal je dubbel schadeloosstellen. 13Juda span ik als mijn boog, Efraïm richt ik als mijn pijl, en jouw zonen, Sion, hef ik als een heldenzwaard tegen de Grieken.

14

9:14
Deut. 33:2
Ps. 18:15
Hab. 3:4
De HEER zal boven hen verschijnen: zijn pijlen flitsend als bliksemschichten, zijn ramshoorn grommend als de donder trekt God, de HEER, op in een zuiderstorm. 15De HEER van de hemelse machten is hun schild. Ze zullen de vijand verslinden en zijn slingerstenen verbrijzelen, ze zullen zijn bloed drinken tot ze dronken zijn, tot ze ervan overlopen als een plengschaal en met bloed besmeurd zijn als de hoeken van een altaar. 16Op die dag zal God, de HEER, zijn volk als een kudde in veiligheid brengen. Als edelstenen in een kroon zullen ze fonkelen op zijn land. 17
9:17
Jer. 31:12-13
Wat schitterend! Wat mooi! Jonge mannen en vrouwen bloeien op, gesterkt door wijn en graan.

10

101

10:1
Deut. 11:14
Ps. 135:7
Wanneer het voorjaar wordt,

vraag dan de HEER om regen.

Hij is het die onweerswolken maakt,

hij schenkt de mensen stortregens

en gewas op het veld.

2

10:2
Num. 27:17
1 Kon. 22:17
Ezech. 34:5
Mat. 9:36
Marc. 6:34
Orakels zijn bedrog

en waarzeggers vertellen leugens:

wat zij dromen komt niet uit,

hun troost bestaat uit holle woorden.

De mensen dolen rond als schapen,

ontredderd, want een herder is er niet.

3

10:3
Ezech. 34:2
Woedend ben ik op de herders, en de bokken zal ik weten te vinden. De HEER van de hemelse machten zal zich ontfermen over het volk van Juda, zijn kudde, en het tot zijn prachtig strijdros maken. 4Uit dit volk komt de hoeksteen voort, de tentpin en de oorlogsboog, uit dit volk komen alle overwinnaars. 5Krijgshaftig zullen ze in de strijd de vijand in het slijk vertrappen. Ze zullen overwinnen, want de HEER staat hen bij, maar zij die hoog te paard zitten gaan roemloos ten onder.

6

10:6
Zach. 12:5
Ik zal het volk van Juda onoverwinnelijk maken en de nakomelingen van Jozef laten zegevieren. Ik ben vol zorg voor hen en zal hen veilig thuisbrengen. Dan zal het weer zijn als voorheen, alsof ik hen nooit verstoten had, want ik ben de HEER, hun God, en ik zal hun gebeden verhoren. 7Het krijgshaftige Efraïm zal dronken zijn van vreugde, en wanneer hun kinderen dat zien, zullen ook die zich verheugen en vol overgave juichen voor de HEER.

8Ik zal hen bij mij fluiten en hen samenbrengen, want ik heb hen vrijgekocht. Ze zullen weer even talrijk worden als vroeger. 9

10:9
Deut. 30:1-3
Bar. 2:30-32
In den vreemde zal ik hen vrucht laten dragen, in verre streken zullen ze mij gedenken en hun kinderen grootbrengen,10:9 hun kinderen grootbrengen – Volgens de Septuaginta en de Pesjitta. MT: ‘met hun kinderen leven’. en dan zullen ze terugkeren. 10Ik zal hen terughalen uit Egypte en Assyrië, en hen samenbrengen in Gilead en de Libanon, maar daar zal niet genoeg plaats zijn voor hen. 11Wanneer ze door de zee trekken, die hen omspoelt, zal de HEER de golven bedwingen en de beddingen van de Nijl zullen droogvallen. Zo wordt de hoogmoed van Assyrië ten val gebracht en de scepter van Egypte gebroken.

12

10:12
Zach. 12:5
Met mijn hulp zullen ze onoverwinnelijk zijn, en zij zullen optrekken in mijn naam – zo spreekt de HEER.