Nieuwe Bijbelvertaling (NBV)
87

871-2

87:1-2
Ps. 78:68
Jes. 2:2-3
Zach. 2:14
Van de Korachieten, een psalm, een lied.

Boven alle steden van Jakob

heeft de HEER de poorten van Sion lief,

zijn vesting op de heilige bergen.

3Van u wordt met lof gesproken,

stad van God. sela

4‘Ik noem Rahab en Babel mijn getrouwen.

Filistea, Tyrus en Nubië

zijn alle hier geboren.’

5

87:5
Ps. 48:9
Met recht kan men van Sion zeggen:

‘Welk volk ook, het is hier geboren,

de Allerhoogste houdt Sion in stand.’

6

87:6
Jes. 4:3
Bij de namen van de volken schrijft de HEER:

‘Dit volk is hier geboren.’ sela

7En dansend zingen zij:

‘Mijn bronnen zijn alleen in u.’

88

881Een lied, een psalm van de Korachieten. Voor de koorleider. Op de wijs van De rietpijp. Een beurtzang, een kunstig lied van de Ezrachiet Heman.

2HEER, God, mijn redder,

overdag schreeuw ik het uit,

’s nachts zit ik stil voor u neer.

3Laat mijn gebed u bereiken,

luister naar mijn klagen,

4

88:4
Job 17:1
ik word door rampen bezocht,

mijn leven nadert het dodenrijk.

5

88:5
Ps. 143:7
Ik hoor bij wie afgedaald zijn in het graf,

ik ben als een man aan het eind van zijn krachten,

6een naamloze dode, ik ben

als een gesneuvelde in een massagraf,

aan wie u niet langer denkt,

losgerukt uit uw hand.

7U hebt mij onder in de kuil gelegd,

in het duister van de diepte,

8

88:8
Ps. 42:8
uw toorn drukt zwaar op mij,

uw golven slaan over mij heen. sela

9

88:9
Ps. 38:12
Klaagl. 3:7
Bekenden hebt u van mij vervreemd,

afgrijzen roep ik bij hen op,

ik ben ingesloten en zie geen uitweg meer.

10Mijn ogen zijn dof van ellende,

ik roep u aan, HEER, elke dag,

en strek mijn handen naar u uit.

11

88:11
Jes. 38:18
Doet u aan doden wonderen,

staan schimmen op om u te loven? sela

12Komt uw liefde in het graf ter sprake

of uw trouw in de afgrond?

13Weet men in de duisternis van uw wonderen

of van uw weldaden in het land der vergetelheid?

14Daarom roep ik u om hulp, HEER,

elke morgen nader ik u met mijn gebed.

15Waarom, HEER, verstoot u mij

en verbergt u voor mij uw gelaat?

16Ik ben verzwakt, van jongs af in doodsgevaar,

verbijsterd moet ik uw woede verduren.

17De gloed van uw toorn overweldigt mij,

uw verschrikkingen maken mij sprakeloos,

18als water omringen ze mij, dag aan dag,

van alle kanten sluiten ze mij in.

19Mijn beste vrienden hebt u van mij vervreemd,

mijn enige metgezel is de duisternis.

89

891

89:1
1 Kon. 5:11
Een kunstig lied van de Ezrachiet Etan.

2Van uw liefde, HEER, wil ik eeuwig zingen,

van uw trouw getuigen, geslacht na geslacht.

3Ik belijd: uw liefde houdt eeuwig stand,

uw trouw hebt u in de hemel gevestigd.

4‘Ik heb met mijn uitverkorene een verbond gesloten,

aan mijn dienaar David gezworen:

5

89:5
2 Sam. 7:12-16
1 Kron. 17:11-14
Ps. 132:11
Uw dynastie zal ik voor eeuwig vestigen,

uw troon in stand houden, geslacht na geslacht.’ sela

6HEER, laat de hemel dit wonder prijzen,

laat de kring van hemelingen u loven om uw trouw.

7

89:7
Ps. 86:8
Want wie daar boven kan de HEER evenaren,

wie van de goden zich meten met de HEER,

8

89:8
Ps. 82:1
met God, zeer geducht in de raad van de hemelingen,

gevreesd bij allen die hem omringen?

9HEER, God van de hemelse machten,

HEER, wie is zo sterk als u?

Trouw omhult u als een mantel.

10

89:10
Job 7:12
Ps. 65:8
U heerst over de hoog rijzende zee –

verheffen zich haar golven, u brengt ze tot rust.

11U hebt Rahab verpletterd en doorboord,

met krachtige arm uw vijanden verstrooid.

12

89:12
Ps. 24:1-2
Van u is de hemel, van u ook de aarde,

de wereld met alles wat er leeft, hebt u gegrond,

13het noorden, het zuiden, u hebt ze geschapen,

Tabor en Hermon bejubelen uw naam.

14Uw arm verricht heldendaden,

krachtig is uw hand, geheven uw rechterarm,

15

89:15
Ps. 97:2
uw troon rust op recht en gerechtigheid,

liefde en waarheid staan in uw dienst.

16Gelukkig het volk dat van uw roem getuigt

en leeft, HEER, in het licht van uw gelaat.

17Juichend roepen zij uw naam, dag aan dag,

door uw gerechtigheid richten zij zich op.

18U bent de glans van onze kracht,

door uw gunst verhoogt u ons aanzien.

19Aan de HEER danken wij ons schild,

aan de Heilige van Israël onze koning.

20Ooit hebt u in een visioen gesproken

tot uw getrouwen en gezegd:

‘Ik heb hulp geboden aan een held,

een jongen uit het volk verheven.

21

89:21
1 Sam. 16:12-13
Ps. 78:70
In David vond ik een dienaar,

ik zalfde hem met heilige olie.

22

89:22
Jes. 42:1
Mijn hand geeft hem steun,

mijn arm maakt hem sterk,

23geen vijand zal hem overvleugelen,

geen boosdoener hem bedwingen,

24zijn belagers zal ik voor zijn ogen verslaan,

zijn haters vermorzelen.

25Mijn trouw en mijn liefde vergezellen hem,

door mijn naam zal hij in aanzien stijgen.

26Zijn linkerhand leg ik op de zee,

zijn rechterhand op de rivier.

27

89:27-28
Ps. 2:7
89:27
2 Sam. 7:14
Jer. 3:19
Hij zal tot mij roepen: “U bent mijn vader,

mijn God, de rots die mij redt!”

28Ik maak hem tot mijn eerstgeborene,

tot de hoogste van de koningen der aarde.

29Mijn liefde zal hem altijd beschermen,

hecht is mijn verbond met hem.

30Zijn dynastie houd ik voor altijd in stand,

zijn troon zolang de hemel duurt.

31Als zijn zonen zich afkeren van mijn wet,

niet leven naar mijn voorschriften,

32mijn wetten schenden,

mijn bevelen niet opvolgen,

33dan zal ik hen tuchtigen voor hun misdaden,

hun zonden bestraffen met slagen.

34Maar mijn liefde zal ik hem niet afnemen,

mijn trouw aan hem niet breken,

35

89:35
Jer. 33:20-21
ik zal mijn verbond niet schenden,

mijn woorden niet herroepen.

36

89:36
Ps. 110:4
Eens heb ik dat bij mijn heiligheid gezworen,

nooit breek ik mijn woord aan David.

37

89:37-38
Ps. 72:5-7
Zijn dynastie zal altijd voortleven,

zijn troon voor mij staan als de zon,

38als de maan die standhoudt voor eeuwig,

trouwe getuige aan de hemel.’ sela

39Toch hebt u hem verstoten en verworpen,

uw toorn over uw gezalfde uitgestort,

40het verbond met uw dienaar versmaad,

zijn kroon vertrapt en ontwijd.

41

89:41-42
Ps. 80:13
U hebt de wallen van zijn stad gesloopt,

al zijn vestingen afgebroken,

42voorbijgangers beroofden hem,

naburige volken bespotten hem.

43U gaf zijn tegenstanders de overhand,

zijn vijanden verheugden zich,

44u beroofde zijn zwaard van zijn scherpte,

u hield hem niet staande in de strijd.

45U hebt zijn glans gedoofd,

zijn troon omver geworpen,

46de dagen van zijn jeugd verkort,

hem met schande overdekt. sela

47

89:47
Ps. 79:5
Hoe lang nog, HEER? Bent u voor altijd verborgen,

blijft het vuur van uw woede branden?

48Gedenk mij en mijn vluchtig bestaan,

de nietige mens, door u geschapen.

49Leeft er iemand die de dood niet zal zien,

die ontkomt aan de greep van het dodenrijk? sela

50Waar is uw liefde van vroeger, Heer,

hebt u David geen trouw gezworen?

51Gedenk, Heer, dat uw dienaren worden bespot,

dat ik lijd onder de hoon van vele volken.

52Uw vijanden, HEER, bespotten mij,

spotten met uw gezalfde, waar hij ook gaat.

53

89:53
Ps. 106:48
Geprezen zij de HEER in eeuwigheid.

Amen, amen.