Nieuwe Bijbelvertaling (NBV)
136

1361

136:1
1 Kron. 16:34
Ezra 3:11
Ps. 100:5
106:1
107:1
118:1
Jer. 33:11
Loof de HEER, want hij is goed

– eeuwig duurt zijn trouw –

2loof de allerhoogste God

– eeuwig duurt zijn trouw –

3loof de oppermachtige Heer

– eeuwig duurt zijn trouw –

4

136:4
Ex. 15:11
Ps. 72:18
die wonderen doet, hij alleen

– eeuwig duurt zijn trouw –

5

136:5
Gen. 1:8
Spr. 3:19
die de hemel maakte, met wijsheid

– eeuwig duurt zijn trouw –

6

136:6
Gen. 1:10
Ps. 24:2
die de aarde uitspreidde, op het water

– eeuwig duurt zijn trouw –

7

136:7
Gen. 1:16
die de grote lichten maakte

– eeuwig duurt zijn trouw –

8de zon, om te heersen over de dag

– eeuwig duurt zijn trouw –

9maan en sterren, om te heersen over de nacht

– eeuwig duurt zijn trouw –

10

136:10
Ex. 12:29
Ps. 78:51
135:8
die Egypte trof, in hun eerstgeborenen

– eeuwig duurt zijn trouw –

11

136:11
Ex. 12:51
en Israël wegleidde, uit hun midden

– eeuwig duurt zijn trouw –

12

136:12
Deut. 4:34
met krachtige hand en geheven arm

– eeuwig duurt zijn trouw –

13

136:13-15
Ex. 14:21-29
die de Rietzee spleet, in tweeën

– eeuwig duurt zijn trouw –

14en Israël overbracht, daar midden doorheen

– eeuwig duurt zijn trouw –

15en de farao met zijn leger achterliet, in de Rietzee

– eeuwig duurt zijn trouw –

16die zijn volk leidde, in de woestijn

– eeuwig duurt zijn trouw –

17die geduchte koningen versloeg

– eeuwig duurt zijn trouw –

18en machtige koningen doodde

– eeuwig duurt zijn trouw –

19

136:19-20
Num. 21:21-35
136:19
Deut. 2:30
Sichon, koning der Amorieten

– eeuwig duurt zijn trouw –

20

136:20
Deut. 3:1
en Og, de koning van Basan

– eeuwig duurt zijn trouw –

21

136:21
Ps. 44:3
en hun land weggaf, als bezit

– eeuwig duurt zijn trouw –

22

136:22
Jes. 41:8
44:21
als bezit aan Israël, zijn dienaar

– eeuwig duurt zijn trouw –

23die in onze rampspoed aan ons heeft gedacht

– eeuwig duurt zijn trouw –

24en ons ontrukte aan onze belagers

– eeuwig duurt zijn trouw –

25

136:25
Ps. 104:27
145:15
hij geeft brood aan alles wat leeft

– eeuwig duurt zijn trouw –

26

136:26
Dan. 2:19
loof de God van de hemel

– eeuwig duurt zijn trouw!

137

1371

137:1
Ezech. 3:15
Aan de rivieren van Babel,

daar zaten wij treurend

en dachten aan Sion.

2

137:2
Jes. 24:8
Klaagl. 5:14
In de wilgen op de oever

hingen wij onze lieren.

3Daar durfden onze bewakers

te vragen om een lied,

daar vroegen onze beulen:

‘Zing voor ons

een vrolijk lied uit Sion.’

4Hoe kunnen wij zingen

een lied van de HEER

op vreemde grond?

5Als ik jou vergeet, Jeruzalem,

laat dan mijn hand de snaren vergeten.

6

137:6
Ps. 122:1
Laat mijn tong aan mijn gehemelte kleven

als ik niet meer denk aan jou,

als ik Jeruzalem niet stel

boven alles wat mij verheugt.

7

137:7
Klaagl. 4:21-22
Ezech. 25:12-14
Ob. 10
Gedenk, HEER,

de dag van Jeruzalems val,

toen het volk van Edom zei:

‘Neer met die stad, neer,

maak haar met de grond gelijk.’

8

137:8
Jer. 50:2
Op. 18:6
Babel, weldra word je verwoest.

Gelukkig hij die wraak zal nemen

en jou doet wat jij ons hebt gedaan.

9

137:9
Hos. 14:1
Gelukkig hij die jouw kinderen grijpt

en op de rotsen verplettert.

138

1381

138:1
Ps. 9:2
Van David.

Ik wil u loven met heel mijn hart,

voor u zingen onder het oog van de goden,

2

138:2
Ps. 5:8
mij buigen naar uw heilige tempel,

uw naam loven om uw liefde en trouw:

grote dingen hebt u beloofd, tot eer van uw naam.

3

138:3
Jes. 40:29
Toen ik u aanriep, hebt u geantwoord,

mij bemoedigd en gesterkt.

4

138:4
Mal. 1:11
Laten alle koningen op aarde u loven, HEER,

zij hebben de beloften uit uw mond gehoord.

5

138:5
Ps. 68:33
Laten zij de wegen van de HEER bezingen:

‘Groot is de majesteit van de HEER.

6

138:6
Ps. 113:5-6
Jes. 57:15
Luc. 1:51-52
De HEER is hoogverheven! Naar de nederige ziet hij om,

de hoogmoedige doorziet hij van verre.’

7Al is mijn weg vol gevaren, u houdt mij in leven,

u verdedigt mij tegen de woede van mijn vijanden,

uw rechterhand brengt mij redding.

8De HEER zal mij altijd beschermen.

HEER, uw trouw duurt eeuwig,

laat het werk van uw handen niet los.