Nieuwe Bijbelvertaling (NBV)

1261Een pelgrimslied.

Toen de HEER het lot van Sion keerde,

was het of wij droomden,

2

126:2
Job 8:21
een lach vulde onze mond,

onze tong brak uit in gejuich.

Toen zeiden alle volken:

‘De HEER heeft voor hen iets groots verricht.’

3Ja, de HEER had voor ons iets groots verricht,

we waren vol vreugde.

4Keer ook nu ons lot, HEER,

zoals u water doet weerkeren in de woestijn.

5

126:5
Jes. 25:8-9
Zij die in tranen zaaien,

zullen oogsten met gejuich.

6

126:6
Joh. 16:20
Wie in tranen op weg gaat,

dragend de buidel met zaad,

zal thuiskomen met gejuich,

dragend de volle schoven.