Nieuwe Bijbelvertaling (NBV)
123

1231Een pelgrimslied.

Naar u sla ik mijn ogen op,

naar u die in de hemel troont,

2

123:2
Ps. 25:15
69:4
119:82
141:8
zoals de ogen van een slaaf

de hand van zijn heer volgen,

en de ogen van een slavin

de hand van haar meesteres,

zo volgen onze ogen

de HEER, onze God,

tot hij ons genadig wil zijn.

3

123:3
Neh. 3:36
Ps. 44:14
Wees genadig, HEER, wees ons genadig,

wij worden veracht, meer dan te dragen is.

4Meer dan onze ziel kan dragen

raakt ons achteloze spot,

de hoogmoed van onverschilligen.

124

1241

124:1
Ps. 129:1
Een pelgrimslied van David.

Was de HEER niet voor ons geweest,

– Israël, blijf het herhalen –

2was de HEER niet voor ons geweest

toen de mensen zich tegen ons keerden,

3

124:3
Spr. 1:12
ze hadden ons levend verslonden,

zo hevig was hun woede.

4Dan had het water ons meegesleurd,

de stroom ons overspoeld,

5wij zouden zijn overspoeld

door het ziedende water.

6Geprezen de HEER, die ons niet

ten prooi gaf aan hun tanden:

7

124:7
Spr. 6:4-5
wij zijn als een vogel ontsnapt

uit het net van de vogelvangers,

het net is gescheurd en wij,

wij zijn ontkomen.

8

124:8
Ps. 121:2
Onze hulp is de naam van de HEER

die hemel en aarde gemaakt heeft.

125

1251

125:1
Spr. 10:25
Een pelgrimslied.

Wie op de HEER vertrouwt is als de Sionsberg,

die onwankelbaar vast staat voor eeuwig.

2

125:2
Deut. 32:10
Zoals de bergen Jeruzalem omringen,

zo omringt de HEER zijn volk

van nu tot in eeuwigheid.

3De scepter van het kwaad zal niet rusten

op het land van de rechtvaardigen

en de rechtvaardigen zullen het onrecht

de hand niet reiken.

4

125:4
Ps. 18:26
Wees goed voor wie goed is, HEER,

voor de oprechte van hart.

5

125:5
Ps. 92:10
128:6
Spr. 3:32
Maar wie een dwaalweg gaat –

HEER, verdrijf hem en allen die onrecht doen.

Vrede over Israël!