Nieuwe Bijbelvertaling (NBV)
101

1011Van David, een psalm.

Ik wil zingen over trouw en recht

in een lied voor u, o HEER,

2nadenken over de volmaakte weg –

wanneer zult u bij mij komen?

Ik handel met een zuiver hart,

ook in mijn paleis,

3niets staat mij voor ogen

wat boosaardig is.

Gedraai, ik haat het,

ik laat mij er niet mee in,

4sluwheid houd ik ver van mij,

het kwaad wil ik niet kennen.

5

101:5
Spr. 21:4
Wie heimelijk een vriend belastert,

leg ik het zwijgen op,

een trotse blik, een aanmatigend hart

verdraag ik niet.

6

101:6
Spr. 20:7
Mijn oog zoekt de getrouwen in het land,

met hen wil ik mijn woning delen.

Wie de volmaakte weg bewandelt,

mag mij dienen.

7In mijn paleis is geen plaats

voor wie liegt en bedriegt,

wie onwaarheid spreekt

komt mij niet onder ogen.

8De schuldigen in het land

breng ik elke morgen tot zwijgen,

uit de stad van de HEER verdrijf ik

allen die onrecht begaan.

102

1021Gebed van een ongelukkige die dreigt te bezwijken en zijn klacht uitstort voor de HEER.

2HEER, hoor mijn gebed,

laat mijn hulpkreet u bereiken.

3

102:3
Ps. 69:18
143:7
Verberg uw gelaat niet voor mij,

nu ik in nood verkeer.

Wil naar mij luisteren,

antwoord mij haastig nu ik roep.

4

102:4-6
Ps. 38:8-9
Mijn dagen vervliegen als rook,

mijn gebeente gloeit als vuur.

5Mijn hart is verschroeid en verdord als gras,

ik vergeet mijn brood te eten.

6Ik ben door mijn klagen

tot op het bot vermagerd.

7Ik ben als een uil in de woestijn,

een steenuil in een verlaten bouwval,

8slaap ken ik niet, ik ben eenzaam

als een vogel op het dak.

9Mijn vijanden honen mij weg,

heel de dag word ik bespot en verwenst.

10

102:10
Ps. 42:4
As is het brood dat ik eet,

het water dat ik drink vermeng ik met tranen,

11want uw toorn is tegen mij ontbrand,

u tilde mij op en smeet mij neer.

12

102:12
Ps. 90:5-6
Mijn dagen gaan heen als een schaduw,

ik moet verdorren als gras.

13

102:13
Klaagl. 5:19
Maar u, HEER, troont voor eeuwig,

uw roem zal duren, geslacht na geslacht.

14U zult opstaan en u over Sion ontfermen,

de tijd van genade is gekomen, dit is het uur,

15want uw dienaren hebben de stenen van Sion lief,

de ruïnes vervullen hen met deernis.

16

102:16
Jes. 59:19
66:18
Alle volken zullen de naam van de HEER vrezen,

alle koningen van de aarde zijn majesteit eren

17als de HEER Sion heeft opgebouwd

en hij in majesteit is verschenen,

18als hij zich neigt tot het gebed van de ontheemden

en zich van hun bidden niet afkeert.

19

102:19
Ps. 22:31-32
Laat dit voor het nageslacht worden opgeschreven,

dan zal een herboren volk de HEER loven

20als de HEER heeft neergezien van zijn heilige hoogte,

zich vanuit de hemel naar de aarde heeft neergebogen

21

102:21
Ps. 79:11
om het zuchten van gevangenen te horen,

om vrij te laten wie de dood nabij zijn.

22Dan wordt in Sion de naam van de HEER geprezen,

zijn lof gezongen in Jeruzalem

23als volken en koninkrijken bijeenkomen

om de HEER te aanbidden.

24Hij heeft halverwege mijn kracht gebroken,

hij heeft mijn levensdagen verkort.

25Ik smeek: Mijn God,

neem mij niet midden in het leven weg,

uw jaren duren van geslacht op geslacht.

26

102:26-28
Hebr. 1:10-12
102:26
Jes. 51:6-8
Vóór alle tijden hebt u de aarde gegrondvest,

de hemel is het werk van uw handen.

27Zij zullen vergaan, maar u houdt stand,

zij zullen als kleren verslijten,

u verwisselt ze als een gewaad en zij verdwijnen,

28maar u blijft dezelfde, uw jaren nemen geen einde.

29De kinderen van uw dienaren zullen veilig wonen,

ook op hun nageslacht rust uw oog.

103

1031Van David.

Prijs de HEER, mijn ziel,

prijs, mijn hart, zijn heilige naam.

2Prijs de HEER, mijn ziel,

vergeet niet één van zijn weldaden.

3

103:3
Ex. 15:26
Ps. 41:5
Hij vergeeft u alle schuld,

hij geneest al uw kwalen,

4hij redt uw leven van het graf,

hij kroont u met trouw en liefde,

5

103:5
Jes. 40:31
hij overlaadt u met schoonheid en geluk,

uw jeugd vernieuwt zich als een adelaar.

6De HEER doet wat rechtvaardig is,

hij verschaft recht aan de verdrukten.

7Hij maakte aan Mozes zijn wegen bekend,

aan het volk van Israël zijn grootse daden.

8

103:8
Ex. 34:6
Ps. 86:15
145:8
Joël 2:13
Jona 4:2
Liefdevol en genadig is de HEER,

hij blijft geduldig en groot is zijn trouw.

9

103:9
Jes. 57:16
Jer. 3:12
Niet eindeloos blijft hij twisten,

niet eeuwig duurt zijn toorn.

10Hij straft ons niet naar onze zonden,

hij vergeldt ons niet naar onze schuld.

11Zoals de hoge hemel de aarde overspant,

zo welft zich zijn trouw over wie hem vrezen.

12Zo ver als het oosten is van het westen,

zo ver heeft hij onze zonden van ons verwijderd.

13Zo liefdevol als een vader is voor zijn kinderen,

zo liefdevol is de HEER voor wie hem vrezen.

14

103:14
Ps. 90:3
Want hij weet waarvan wij gemaakt zijn,

hij vergeet niet dat wij uit stof zijn gevormd.

15

103:15
Ps. 90:5-6
Jes. 40:7
De mens – zijn dagen zijn als het gras,

hij is als een bloem die bloeit op het veld

16

103:16
Job 7:10
en verdwijnt zodra de wind hem verzengt;

de plek waar hij stond, kent hem niet meer.

17

103:17
Ex. 20:6
Maar de HEER is trouw aan wie hem vrezen,

van eeuwigheid tot eeuwigheid.

Hij doet recht aan de kinderen en kleinkinderen

18van wie zich houdt aan zijn verbond

en naar zijn geboden leeft.

19

103:19
Ps. 22:29
De HEER – zijn troon staat vast in de hemel,

als koning heerst hij over alles.

20Prijs de HEER, u die zijn boden bent,

sterke helden die doen wat hij zegt,

gehoorzaam aan het woord dat hij spreekt.

21Prijs de HEER, hemelse machten,

dienaren die doen wat hem behaagt.

22Prijs de HEER, al zijn schepselen,

prijs hem, overal in zijn rijk.

Prijs de HEER, mijn ziel.

Door deze website verder te gebruiken ga je akkoord met plaatsing en gebruik van cookies door het NBG en derden conform onze privacyverklaring.[bericht verbergen]