Nieuwe Bijbelvertaling (NBV)
1

11

1:1
1 Kon. 5:12
Hier volgen de spreuken van Salomo, zoon van David en koning van Israël. 2Ze bieden wijsheid en zijn een leidraad in het leven, verdiepen het inzicht 3en bevatten wijze lessen over recht, rechtvaardigheid en eerlijkheid. 4Ze vormen het ongeoefende verstand en geven de jeugd kennis en bezonnenheid. 5Laat wie wijs is goed naar deze spreuken luisteren en nog wijzer worden. Laat wie verstandig is meer en meer de vaardigheid verwerven 6deze spreuken en diepzinnigheden te begrijpen, deze woorden en scherpzinnigheden van de wijzen te doorgronden. 7
1:7
Job 28:28
Ps. 111:10
Spr. 9:10
15:33
Sir. 1:14
Het begin van alle kennis is ontzag voor de HEER; een dwaas veracht de wijsheid en weigert elk onderricht.

Hoed je voor slecht gezelschap

8

1:8
Spr. 6:20
Mijn zoon, luister naar de lessen van je vader,

verwaarloos niet wat je moeder je leert.

9

1:9
Spr. 3:22
4:9
Hun lessen zijn een sierlijke krans om je hoofd,

ze zijn een ketting om je hals.

10Mijn zoon, als zondaars je proberen in te palmen,

geef er niet aan toe.

11Luister niet naar hen

als ze je willen overhalen met hen mee te gaan,

als ze zeggen: ‘We willen bloed vergieten,

we gaan onschuldigen de dood in jagen, zonder reden,

12we verslinden ze met huid en haar,

zoals het dodenrijk de levenden verslindt,

het graf de doden opslokt.

13Hoeveel kostbaarheden zullen we niet vinden,

we vullen onze huizen met een rijke buit.

14Kom, sluit je bij ons aan,

we zullen alles delen.’

15Mijn zoon, ga niet met hen op pad,

mijd de weg die zij gaan,

16

1:16
Spr. 6:18
Jes. 59:7
want ze haasten zich om kwaad te doen

en zijn op bloed belust.

17Het net wordt tevergeefs gespannen

als de vogels het bespieden.

18Alleen hun eigen bloed zal vloeien,

hun eigen leven is hun prooi.

19Dat is het lot van allen die uit zijn op roof,

hun pad voert naar de dood.

Oproep van Wijsheid

20

1:20-21
Spr. 8:1-3
Wijsheid roept in de straten,

over de pleinen klinkt haar stem,

21ze laat zich horen bij de poorten,

te midden van alle rumoer roept ze uit:

22

1:22
Ps. 94:8
‘Hoe lang nog, onnozele mensen,

hechten jullie aan je onvolwassenheid,

willen jullie, spotters, blijven spotten,

haten jullie, dwazen, kennis?

23Luister, neem mijn berispingen ter harte –

dan stort ik mijn geest over je uit,

dan laat ik je delen in mijn wijsheid.

24

1:24
Jes. 65:2
66:4
Jer. 7:13
Maar toen ik je riep, wees je me af,

toen ik je mijn hand bood, nam je die niet aan.

25

1:25
Ps. 107:11
Al mijn goede raad heb je in de wind geslagen,

elke berisping heb je genegeerd.

26Daarom lach ik om je ongeluk,

schater ik het uit om je ellende,

27

1:27
Jer. 23:19
wanneer ellende op je afkomt als een storm,

ongeluk als een onweer over je losbarst,

leed en nood je treffen.

28Dan zul je me roepen, maar ik antwoord niet,

je zult me zoeken, maar je vindt me niet.

29Want je was afkerig van mijn kennis

en toonde geen ontzag voor de HEER.

30Je nam mijn raad niet aan

en verachtte mijn berispingen.

31Daarom pluk je de wrange vruchten van je plannen,

je daden liggen je zwaar op de maag.

32

1:32
Spr. 8:36
Want wie onnozel is, gaat aan zijn halsstarrigheid ten onder,

en zelfgenoegzaamheid brengt de dwazen om.

33Maar wie naar mij luistert, zal veilig zijn,

hij hoeft geen angst te hebben voor het kwaad.’

2

Wijsheid komt van de HEER

21Mijn zoon, als je in acht neemt wat ik zeg,

mijn richtlijnen altijd onthoudt,

2een open oor hebt voor mijn wijsheid,

een geest die neigt naar inzicht,

3als je erom vraagt de dingen te begrijpen,

roept om scherpzinnigheid,

4

2:4
Spr. 3:14
8:19
16:16
ernaar zoekt als was het zilver,

ernaar speurt als naar een verborgen schat –

5dan zul je ontdekken wat ontzag voor de HEER is,

dan zul je kennis van God verwerven.

6

2:6
Job 32:8
Want het is de HEER die wijsheid schenkt,

zijn woorden bieden kennis en inzicht.

7Aan wie rechtschapen is, geeft hij voorspoed,

voor wie op rechte wegen gaat, is hij een schild.

8Hij waakt over het rechte pad

en beschut de weg van wie hem trouw zijn.

9Als je in acht neemt wat ik zeg,

zul je leren wat oprecht, eerlijk en rechtvaardig is,

dan volg je altijd het juiste spoor.

10Want wijsheid zal je geest doordringen,

je koestert je in kennis.

11Bedachtzaamheid zal je behoeden,

inzicht houdt de wacht

12om je af te houden van verkeerde wegen,

om je te beschermen tegen leugenaars,

13mannen die het rechte pad hebben verlaten,

de wegen van de duisternis gaan,

14

2:14
Spr. 10:23
genieten van hun slechte daden,

staan te juichen bij hun valse streken,

15mannen die op kromme wegen gaan

en slechts een dwaalspoor volgen.

16

2:16
Spr. 5:2-9
6:24
En inzicht houdt de wacht

om je te beschermen tegen een lichtzinnige vrouw,

die je met haar vleierij wil paaien,

17een vrouw die ver is afgedwaald,

de geliefde van haar jeugd heeft verlaten,

het verbond met haar God is vergeten.

18Het huis van zo’n vrouw verzinkt in de dood,

haar pad voert naar het rijk van de schimmen.

19Niemand die bij haar komt keert ooit terug,

onbereikbaar is de weg die naar het leven leidt.

20Houd daarom het rechte pad,

volg de weg van wie rechtvaardig zijn,

21want wie rechtschapen zijn,

zullen wonen in het land der levenden,

wie onberispelijk hun weg gaan,

vinden er een vast verblijf.

22

2:22
Spr. 10:30
Maar wie kwaad doen, worden verdreven,

wie God niet trouw zijn, worden weggevaagd.

Door deze website verder te gebruiken ga je akkoord met plaatsing en gebruik van cookies door het NBG en derden conform onze privacyverklaring.[bericht verbergen]