Nieuwe Bijbelvertaling (NBV)
3

31

3:1-5
Hand. 2:17-21
3:1
Jes. 32:15
Ezech. 39:29
Daarna3:1-5 In sommige vertalingen zijn deze verzen genummerd als 2:28-32. zal zich dit voltrekken:

Ik zal mijn geest uitgieten over al wat leeft.

Jullie zonen en dochters zullen profeteren,

oude mensen zullen dromen dromen,

en jongeren zullen visioenen zien;

2zelfs over slaven en slavinnen

zal ik in die tijd mijn geest uitgieten.

3Dan zal ik tekenen geven

aan de hemel en op aarde:

bloed en vuur en zuilen van rook,

4

3:4
Jes. 13:10
Joël 2:11
Mat. 24:29
Luc. 21:25
Op. 6:12
8:12
de zon verandert in duisternis

en de maan in bloed.

Dan komt de dag van de HEER,

groot en ontzagwekkend.

5

3:5
Ob. 17
Rom. 10:13
Dan zal ieder die de naam van de HEER aanroept ontkomen:

op de Sion, in Jeruzalem, is een toevlucht te vinden,

zoals de HEER heeft beloofd;

ieder die hij roept zal worden gered.

4

De dag van de HEER

41In4:1-21 In sommige vertalingen zijn deze verzen genummerd als 3:1-21. dezelfde tijd dat ik het lot van Juda en Jeruzalem ten goede keer, 2zal ik alle volken bijeenbrengen en wegvoeren naar de vallei van Josafat4:2 Josafat – Josafat kan worden vertaald als ‘de HEER oordeelt’. om daar een oordeel over hen te vellen. Want zij hebben mijn volk Israël, mijn eigendom, onder vreemde volken verstrooid, ze hebben mijn land verdeeld 3en om mijn volk het lot geworpen; ze hebben jongens geruild tegen hoeren en meisjes verkocht voor wijn, om zich te bedrinken.

4

4:4-8
Jes. 14:29-31
23:1-18
Jer. 47:1-7
Ezech. 25:15-17
26:1-28:26
Amos 1:6-10
Sef. 2:4-7
Zach. 9:2-7
Jullie, inwoners van Tyrus en Sidon, en jullie, Filistijnen, wat denken jullie wel? Wilden jullie je op mij wreken? Wilden jullie iets tegen mij ondernemen? Onmiddellijk laat ik jullie daden op je eigen hoofd neerkomen. 5Jullie hebben mijn goud en zilver weggenomen en al mijn kostbaarheden naar jullie paleizen gebracht. 6Jullie hebben de inwoners van Juda en Jeruzalem aan de Grieken verkocht en hen zo van hun eigen grond weggerukt. 7Maar ik haal hen terug van de plaats waarheen jullie hen verkocht hebben. Jullie daden zullen op je eigen hoofd neerkomen: 8ik laat jullie zonen en dochters door de inwoners van Juda verkopen aan de Sabeeërs, ver hiervandaan – de HEER heeft gesproken.

9Roep de volken op:

Bereid je voor op de strijd,

laat je helden aantreden,

laat al je strijders nu ten strijde trekken!

10

4:10
Jes. 2:4
Micha 4:3
Smeed je ploegijzers maar om tot zwaarden

en je snoeimessen tot speren,

en laat de zwakke zich een held betonen.

11Haast je, volken rondom, verzamel je.

– O HEER, zend dan uw legermacht daarheen! –

12

4:12
Joël 4:2
Laat de volken aantreden,

laat ze optrekken naar de vallei van Josafat;

daar zal ik mijn oordeel over hen vellen.

13

4:13
Jes. 17:5
63:1-6
Op. 14:14-20
19:15
Sla de sikkel erin,

het is tijd om te oogsten.

Kom de wijnpers treden,

de persbak is vol,

de kuipen lopen over,

zó talrijk zijn hun misdaden.

14Dichte drommen bijeen in de vallei van het oordeel!

Nabij is de dag van de HEER. Daar zal hij oordelen!

15

4:15
Joël 2:10
Zon en maan worden verduisterd,

sterren doven hun glans.

16

4:16
Ps. 46:2-3
Jer. 25:30
Amos 1:2
De HEER brult vanaf de Sion,

hij gromt vanuit Jeruzalem,

zodat hemel en aarde beven.

Maar voor zijn volk is de HEER een toevlucht,

Israël biedt hij bescherming.

17

4:17
Ezech. 38:23
Joël 2:27
Dan zullen jullie inzien dat ik, de HEER, jullie God,

woon op de Sion, mijn heilige berg.

Jeruzalem zal een heilige stad zijn;

vreemden zullen er niet meer binnengaan.

18

4:18
Amos 9:13
Zach. 14:8
Dan, in die tijd,

zal de wijn van de bergen druipen

en de melk van de heuvels vloeien;

alle waterstromen van Juda zullen bruisen,

en in het huis van de HEER ontspringt een bron

die zelfs het droogste woestijndal bevloeit.

19Maar Egypte wordt een woestenij

en Edom een kale woestijn,

om hun misdaden tegen Juda,

om het onschuldig bloed dat ze daar hebben vergoten.

20

4:20
Jer. 17:25
Ezech. 37:25
Nooit gaat Juda ten onder

en Jeruzalem blijft altijd bewoond.

21Zou ik die bloedschuld niet wreken?

O zeker zal ik die wreken!4:21 Zou ik die bloedschuld niet wreken?/ O zeker zal ik die wreken! – Ook mogelijk is de vertaling: ‘Ik zal hen van bloedschuld vrijspreken, wat ik voordien niet gedaan heb’, of: ‘Ik zal hun bloed onschuldig verklaren, dat ik tot nu toe niet onschuldig verklaard heb’.

Want de HEER woont op de Sion.

Door deze website verder te gebruiken ga je akkoord met plaatsing en gebruik van cookies door het NBG en derden conform onze privacyverklaring.[bericht verbergen]