Nieuwe Bijbelvertaling (NBV)
58

Vasten en sabbat

581Roep luidkeels, zonder je in te houden,

verhef je stem als een ramshoorn.

Maak aan mijn volk zijn misdaden bekend,

aan het volk van Jakob zijn zonden.

2Zeker, ze zoeken mij dag aan dag,

vol verlangen om te ontdekken wat ik wil,

zoals een vreemd volk dat rechtvaardig leeft

en het recht van zijn goden niet verzaakt.

En ze vragen naar mijn rechtvaardige voorschriften

en verlangen naar Gods nabijheid.

3‘Waarom ziet u niet dat wij vasten,

en merkt u niet op dat wij ons onthouden?’

Omdat jullie op je vastendagen nog handeldrijven

en jullie arbeiders afbeulen,

4omdat jullie onder het vasten strijden en ruziën

en vol vuur met elkaar op de vuist gaan.

Als je op die manier vast,

wordt je stem niet gehoord in de hemel.

5Zou dat het vasten zijn dat ik verkies?

Is dat een dag van onthouding:

dat iemand het hoofd buigt als een riet

en zich met een rouwkleed neerlegt in het stof?

Noemen jullie dat soms vasten,

is dat een dag die de HEER behaagt?

6Is dit niet het vasten dat ik verkies:

misdadige ketenen losmaken,

de banden van het juk ontbinden,

de verdrukten bevrijden,

en ieder juk breken?

7

58:7
Mat. 25:34-40
Is het niet: je brood delen met de hongerige,

onderdak bieden aan armen zonder huis,

iemand kleden die naakt rondloopt,

je bekommeren om je medemensen?

8

58:8
Jes. 52:12
Dan breekt je licht door als de dageraad,

je zult voorspoedig herstellen.

Je gerechtigheid gaat voor je uit,

de majesteit van de HEER vormt je achterhoede.

9Dan geeft de HEER antwoord als je roept;

als je om hulp schreeuwt, zegt hij: ‘Hier ben ik.’

Wanneer je het juk van de onderdrukking uitbant,

de beschuldigende vinger en de kwaadsprekerij,

10wanneer je de hongerige schenkt

wat je zelf nodig hebt

en de verdrukte gul onthaalt,

dan zal je licht in het donker schijnen,

je duisternis wordt als het licht van het middaguur.

11De HEER zal je voortdurend leiden,

hij zal je verkwikken in dorre streken,

hij maakt je botten sterk en krachtig.

Je zult zijn als een goed bevloeide tuin,

als een bron waarvan het water nooit opdroogt.

12

58:12
Jes. 61:4
Je eigen mensen zullen weer opbouwen

wat al eeuwenlang verwoest ligt;

fundamenten, door vroegere generaties gelegd,

zullen weer worden hersteld.

Dan zal men je noemen

‘Hersteller van muren’, ‘Herbouwer van straten’.

13

58:13
Jes. 56:2
Wanneer je je voeten rust gunt op sabbat

en geen handel drijft op mijn heilige dag,

wanneer je de sabbat als een dag van vreugde ziet,

de dag van de HEER als een heilige dag,

wanneer je hem in ere houdt door niet je gang te gaan,

geen handel te drijven of zaken te bespreken,

14dan vind je vreugde in de HEER.

Ik zal je laten rijden over de hoogten van de aarde

en je laten genieten van het land

dat ik je voorvader Jakob in bezit heb gegeven.

De HEER heeft gesproken!

59

In de ban van het kwaad

591

59:1
Jes. 50:2
De arm van de HEER is niet te kort om te redden,

zijn gehoor niet te zwak om te luisteren –

2

59:2-3
Jes. 1:15
59:2
Deut. 31:17
jullie wangedrag is het

dat jullie en je God uit elkaar heeft gedreven;

door jullie zonden houdt hij zich verborgen

en wil hij je niet meer horen.

3Want jullie handen zijn besmeurd met bloed,

je vingers bezoedeld door wandaden,

je lippen spreken leugens,

je tong prevelt bedrog.

4

59:4
Job 15:35
Ps. 7:15
Geen aanklacht is nog zuiver,

geen rechtszaak wordt eerlijk gevoerd.

Ze vertrouwen op leegte

en spreken bedrieglijke taal,

ze zijn zwanger van onrecht

en baren misdaad.

5Ze broeden slangeneieren uit,

ze weven spinnenwebben.

Wie hun eieren eet zal eraan sterven;

als er een wordt ingedrukt, komt er een adder uit.

6Hun spinnendraden zijn ongeschikt voor kleding,

wat zij maken kan niet worden aangetrokken.

Hun daden zijn heilloze daden,

hun handen staan naar geweld.

7

59:7-8
Rom. 3:15-17
59:7
Spr. 1:16
Hun voeten snellen naar het kwaad,

ze haasten zich om onschuldig bloed te vergieten.

Hun plannen zijn heilloze plannen,

verwoesting en rampspoed vergezellen hen.

8De weg van de vrede kennen ze niet,

waar zij gaan is geen recht te ontdekken.

Ze begeven zich op kronkelpaden;

wie daarop wandelt kent geen vrede.

9

59:9
Jer. 8:15
Daarom blijft het recht ver van ons

en is gerechtigheid voor ons onbereikbaar.

Wij hopen op licht, maar het is duister,

op een sprankje licht, maar we dolen in het donker.

10

59:10
Deut. 28:29
We tasten als blinden langs de muur,

we tasten rond als iemand die niets kan zien.

Op klaarlichte dag struikelen we alsof het schemert,

in de kracht van ons leven lijken we dood.

11Wij allen grommen als beren,

we klagen en kreunen droevig als duiven.

Wij hopen op recht, maar het is er niet,

op redding, maar ze blijft ver van ons.

12

59:12
Ps. 51:5
Jer. 14:7
Want talloos zijn onze misdaden jegens u,

onze zonden getuigen tegen ons.

We zijn ons van onze misdaden bewust

en erkennen ons wangedrag:

13we zijn opstandig en de HEER ontrouw,

we zijn afvallig van onze God,

we zijn belust op bedrog en onderdrukking,

zwanger van leugens brengen we onwaarheid voort.

14Het recht is verdrongen

en de gerechtigheid blijft ver van ons;

de waarheid struikelt op straat

en de oprechtheid krijgt nergens toegang.

15Zo laat de waarheid verstek gaan,

en wie het kwaad wil mijden, wordt uitgebuit.

De HEER redt en bevrijdt

Maar de HEER zag het,

en het was slecht in zijn ogen

dat er geen recht meer was.

16

59:16
Jes. 63:5
Hij zag dat er niemand was,

hij was geschokt dat niet één mens zijn zijde koos.

Op eigen kracht bracht hij redding

en zijn gerechtigheid spoorde hem aan.

17

59:17
Wijsh. 5:17-23
Ef. 6:14-17
1 Tes. 5:8
Hij gordde het harnas van de gerechtigheid aan

en zette de helm van de redding op zijn hoofd.

Hij deed het kleed van de vergelding aan

en hulde zich in de mantel van de strijdlust.

18Hij zal ieder naar zijn daden vergelden:

woede voor zijn vijanden,

wraak voor zijn tegenstanders;

ook op de eilanden wreekt hij zich.

19In het westen zal men de naam van de HEER vrezen

en in het oosten zijn majesteit.

Want hij zal komen met de kracht

van een rivier in een smalle bedding,

voortgestuwd door de adem van de HEER.

20

59:20-21
Rom. 11:26-27
Hij zal als bevrijder naar Sion komen,

naar allen uit Jakobs nageslacht

die met de misdaad breken

– spreekt de HEER.

21

59:21
2 Sam. 23:2
Jes. 51:16
Jer. 1:9
Dit verbond sluit ik met hen – zegt de HEER:

mijn geest, die op jou rust,

en de woorden die ik je in de mond heb gelegd,

zullen uit jouw mond niet wijken,

noch uit de mond van je kinderen,

noch uit de mond van je kindskinderen,

van nu tot in eeuwigheid – zegt de HEER.

60

Het nieuwe Jeruzalem

601

60:1-22
Op. 21:9-27
60:1-2
Jes. 9:1
Sta op en schitter, je licht is gekomen,

over jou schijnt de luister van de HEER.

2Duisternis bedekt de aarde

en donkerte de naties,

maar over jou schijnt de HEER,

zijn luister is boven jou zichtbaar.

3Volken laten zich leiden door jouw licht,

koningen door de glans van je schijnsel.

4

60:4
Jes. 49:18
Bar. 5:5-6
Open je ogen, kijk om je heen:

ze stromen in drommen naar je toe;

je zonen komen van ver,

je dochters worden op de heup gedragen.

5

60:5
Ps. 72:10
Je zult stralen van vreugde als je het ziet,

je hart zal van blijdschap overslaan.

De schatten van de zee zullen je toevallen,

de rijkdom van vreemde volken valt je in de schoot.

6Een vloed van kamelen zal je land overspoelen,

jonge kamelen uit Midjan en Efa.

Uit Seba komen ze in groten getale,

beladen met wierook en goud.

Zij verkondigen de roemrijke daden van de HEER.

7

60:7
Gen. 25:13
Alle schapen en geiten van Kedar

worden voor jou bijeengedreven,

Nebajots rammen staan je ter beschikking;

ze zijn weer welkom als offer op mijn altaar.

Mijn tempel zal ik in alle luister herstellen.

8Wie zijn het die daar zweven als een wolk,

die komen aanvliegen als duiven naar hun til?

9

60:9
Jes. 55:5
De kustlanden hebben hun hoop op mij gevestigd.

De schepen uit Tarsis gaan voorop

om je kinderen van verre terug te brengen;

ze hebben zilver en goud bij zich

ter ere van de HEER, je God,

de Heilige van Israël,

die jou deze luister heeft verleend.

10

60:10
Jes. 54:8
Vreemdelingen zullen je muren herbouwen,

hun koningen staan je ter beschikking.

Ik heb je geslagen in mijn woede,

in mijn mededogen zal ik me over je ontfermen.

11Je poorten zullen nooit gesloten worden,

dag en nacht zullen ze openstaan,

zodat de rijkdom van vreemde volken kan binnenstromen,

met de koningen die worden meegevoerd.

12Elk volk of koninkrijk dat weigert

jou te dienen, zal ten onder gaan;

al die volken zullen worden verdelgd en vernietigd.

13

60:13
Jes. 35:2
De luister van de Libanon,

den, sneeuwbal en cipres,

ze zullen bij je komen,

om mijn heiligdom luister bij te zetten;

zo eer ik de plaats waar mijn voeten rusten.

14

60:14
Jes. 1:26
49:23
Op. 3:9
Met gebogen hoofd zullen ze komen,

de zonen van je onderdrukkers,

en iedereen die jou verachtte

zal zich aan je voeten neerwerpen.

Ze noemen je ‘Stad van de HEER’,

‘Sion van de Heilige van Israël’.

15

60:15
Jes. 62:4,12
Eens was je verlaten en gehaat

en werd je door niemand bezocht,

maar ik zal je eeuwige roem verlenen,

geslacht op geslacht zul je een bron van vreugde zijn.

16

60:16
Jes. 49:23,26
Je zult de melk van vreemde volken drinken,

je wordt gezoogd door koninklijke borsten.

Dan zul je beseffen

dat ik, de HEER, je redder ben,

je beschermer, de Machtige van Jakob.

17In plaats van koper zal ik je goud brengen,

in plaats van ijzer breng ik zilver,

koper in plaats van bomen,

ijzer in plaats van stenen.

Ik stel de vrede aan als wachter

en de gerechtigheid als het gezag.

18Van geweld in je land wordt niets meer vernomen,

noch van verwoesting en rampspoed binnen je grenzen.

Je zult je muren Redding noemen

en je poorten Faam.

19

60:19-20
Op. 22:5
Overdag is het licht van de zon niet meer nodig,

de glans van de maan hoeft je niet te verlichten,

want de HEER zal je voor altijd licht geven

en je God zal voor je schitteren.

20

60:20
Op. 21:23
Je zon zal niet meer ondergaan,

je maan niet meer verbleken,

want de HEER zal je voor altijd licht geven.

De dagen van je rouw zijn voorbij.

21

60:21
Jes. 57:13
Je volk telt enkel nog rechtvaardigen,

zij zullen het land voorgoed bezitten.

Zij zijn de eerste scheuten van wat ik heb geplant,

ik heb hen gemaakt om mijn luister te tonen.

22De geringste groeit uit tot een duizendtal,

de kleinste tot een machtig volk.

Ik, de HEER, zal dit spoedig volvoeren,

wanneer de tijd is gekomen.

Door deze website verder te gebruiken ga je akkoord met plaatsing en gebruik van cookies door het NBG en derden conform onze privacyverklaring.[bericht verbergen]