Nieuwe Bijbelvertaling (NBV)
57

571De rechtvaardige gaat te gronde

en niemand bekommert zich erom;

ook trouwe mensen sterven,

maar niemand ziet in

dat de rechtvaardige sterft

doordat er onrecht heerst.

2Toch – wie de rechte weg bewandelt

zal rust hebben op zijn sterfbed

en de vrede binnengaan.

3Maar jullie, kom dichterbij,

kinderen van een waarzegster,

nageslacht uit ontucht en overspel.

4Over wie maken jullie je zo vrolijk?

Tegen wie zetten jullie zo’n grote mond op,

naar wie steek je je tong uit?

Zijn jullie zelf geen kinderen uit zonde,

nageslacht van leugen en bedrog?

5

57:5
Jer. 2:20
Jullie hartstocht brandt onder terebinten,

onder elke bladerrijke boom.

Jullie slachten kinderen in de wadi’s,

onder overhangende rotsen.

6Tussen de gladde stenen in de rivier

komen jullie zelf te liggen,

dat is je bestemming.

Daar heb je immers wijnoffers gebracht

en graanoffers opgedragen.

Zou ik om zulke mensen treuren?

7Je plaatste je bed op een hoogverheven berg,

je ging de berg op om een offer te brengen.

8Achter je deur en je deurpost

heb je je schandelijke tekens geplaatst.

Je hebt je van mij afgekeerd:

naakt en wellustig spreidde je het bed,

je sprak een prijs af met je mannen,

je sliep maar al te graag met hen

en bekeek hun lid aandachtig.

9Je boog je over je minnaars

met olie en balsem in overvloed.

Je stuurde je boden naar verre oorden,

zelfs tot diep in het dodenrijk.

10Het vele reizen matte je af,

maar nooit zei je: ‘Ik geef het op.’

Je lusten werden bevredigd,

dat hield je op de been.

11Voor wie ben je zo bang en beducht

dat je leugens blijft verspreiden?

Aan mij heb je niet gedacht,

om mij je niet bekommerd.

Ik heb al te lang gezwegen,

je hebt geen ontzag meer voor mij.

12Ik zal je vertellen

wat dat fraaie gedrag van jou waard is.

Je godenverzameling zal je niet baten;

13

57:13
Ps. 37:9
Jes. 56:7
60:21
65:9
ook al schreeuw je het uit,

ze zullen je niet redden:

de wind tilt ze op, een zuchtje wind voert ze weg.

Maar ieder die bij mij schuilt

zal het land in bezit nemen

en mijn heilige berg in eigendom krijgen.

Troost voor de treurenden

14Toen werd er gezegd:

‘Ruim baan! Effen de weg voor mijn volk!

Verwijder elk struikelblok.’

15Dit zegt hij die hoog is en verheven,

die troont in eeuwigheid – heilig is zijn naam:

In hoogheid en heiligheid zal ik tronen

met hen die verslagen en onaanzienlijk zijn,

opdat de onaanzienlijke geest herleeft,

opdat het verslagen hart tot leven komt.

16Want niet eindeloos blijf ik twisten,

niet eeuwig duurt mijn toorn.

Al doe ik de levensadem stokken,

ik ben het ook die het leven geeft.

17Mijn toorn was op hun zondige hebzucht gericht,

ik heb hen gestraft en me in mijn woede verborgen.

Maar zij gingen onverdroten voort

op de weg die ze zelf hadden gekozen.

18-19

57:18-19
Ex. 15:26
Ef. 2:17
Ik heb gezien wat ze deden,

maar toch zal ik hen genezen, hen leiden

en hun barmhartigheid bewijzen.

Treurenden bied ik troostrijke woorden:

Vrede, vrede voor iedereen, ver weg of dichtbij

– zegt de HEER –, ik zal genezing brengen.

20

57:20
Judas 13
Maar de goddelozen blijven onrustig

als de zee, die nooit rust kent;

haar golven woelen vuil en modder op.

21

57:21
Jes. 48:22
Goddelozen zullen geen vrede kennen – zegt mijn God.

58

Vasten en sabbat

581Roep luidkeels, zonder je in te houden,

verhef je stem als een ramshoorn.

Maak aan mijn volk zijn misdaden bekend,

aan het volk van Jakob zijn zonden.

2Zeker, ze zoeken mij dag aan dag,

vol verlangen om te ontdekken wat ik wil,

zoals een vreemd volk dat rechtvaardig leeft

en het recht van zijn goden niet verzaakt.

En ze vragen naar mijn rechtvaardige voorschriften

en verlangen naar Gods nabijheid.

3‘Waarom ziet u niet dat wij vasten,

en merkt u niet op dat wij ons onthouden?’

Omdat jullie op je vastendagen nog handeldrijven

en jullie arbeiders afbeulen,

4omdat jullie onder het vasten strijden en ruziën

en vol vuur met elkaar op de vuist gaan.

Als je op die manier vast,

wordt je stem niet gehoord in de hemel.

5Zou dat het vasten zijn dat ik verkies?

Is dat een dag van onthouding:

dat iemand het hoofd buigt als een riet

en zich met een rouwkleed neerlegt in het stof?

Noemen jullie dat soms vasten,

is dat een dag die de HEER behaagt?

6Is dit niet het vasten dat ik verkies:

misdadige ketenen losmaken,

de banden van het juk ontbinden,

de verdrukten bevrijden,

en ieder juk breken?

7

58:7
Mat. 25:34-40
Is het niet: je brood delen met de hongerige,

onderdak bieden aan armen zonder huis,

iemand kleden die naakt rondloopt,

je bekommeren om je medemensen?

8

58:8
Jes. 52:12
Dan breekt je licht door als de dageraad,

je zult voorspoedig herstellen.

Je gerechtigheid gaat voor je uit,

de majesteit van de HEER vormt je achterhoede.

9Dan geeft de HEER antwoord als je roept;

als je om hulp schreeuwt, zegt hij: ‘Hier ben ik.’

Wanneer je het juk van de onderdrukking uitbant,

de beschuldigende vinger en de kwaadsprekerij,

10wanneer je de hongerige schenkt

wat je zelf nodig hebt

en de verdrukte gul onthaalt,

dan zal je licht in het donker schijnen,

je duisternis wordt als het licht van het middaguur.

11De HEER zal je voortdurend leiden,

hij zal je verkwikken in dorre streken,

hij maakt je botten sterk en krachtig.

Je zult zijn als een goed bevloeide tuin,

als een bron waarvan het water nooit opdroogt.

12

58:12
Jes. 61:4
Je eigen mensen zullen weer opbouwen

wat al eeuwenlang verwoest ligt;

fundamenten, door vroegere generaties gelegd,

zullen weer worden hersteld.

Dan zal men je noemen

‘Hersteller van muren’, ‘Herbouwer van straten’.

13

58:13
Jes. 56:2
Wanneer je je voeten rust gunt op sabbat

en geen handel drijft op mijn heilige dag,

wanneer je de sabbat als een dag van vreugde ziet,

de dag van de HEER als een heilige dag,

wanneer je hem in ere houdt door niet je gang te gaan,

geen handel te drijven of zaken te bespreken,

14dan vind je vreugde in de HEER.

Ik zal je laten rijden over de hoogten van de aarde

en je laten genieten van het land

dat ik je voorvader Jakob in bezit heb gegeven.

De HEER heeft gesproken!

59

In de ban van het kwaad

591

59:1
Jes. 50:2
De arm van de HEER is niet te kort om te redden,

zijn gehoor niet te zwak om te luisteren –

2

59:2-3
Jes. 1:15
59:2
Deut. 31:17
jullie wangedrag is het

dat jullie en je God uit elkaar heeft gedreven;

door jullie zonden houdt hij zich verborgen

en wil hij je niet meer horen.

3Want jullie handen zijn besmeurd met bloed,

je vingers bezoedeld door wandaden,

je lippen spreken leugens,

je tong prevelt bedrog.

4

59:4
Job 15:35
Ps. 7:15
Geen aanklacht is nog zuiver,

geen rechtszaak wordt eerlijk gevoerd.

Ze vertrouwen op leegte

en spreken bedrieglijke taal,

ze zijn zwanger van onrecht

en baren misdaad.

5Ze broeden slangeneieren uit,

ze weven spinnenwebben.

Wie hun eieren eet zal eraan sterven;

als er een wordt ingedrukt, komt er een adder uit.

6Hun spinnendraden zijn ongeschikt voor kleding,

wat zij maken kan niet worden aangetrokken.

Hun daden zijn heilloze daden,

hun handen staan naar geweld.

7

59:7-8
Rom. 3:15-17
59:7
Spr. 1:16
Hun voeten snellen naar het kwaad,

ze haasten zich om onschuldig bloed te vergieten.

Hun plannen zijn heilloze plannen,

verwoesting en rampspoed vergezellen hen.

8De weg van de vrede kennen ze niet,

waar zij gaan is geen recht te ontdekken.

Ze begeven zich op kronkelpaden;

wie daarop wandelt kent geen vrede.

9

59:9
Jer. 8:15
Daarom blijft het recht ver van ons

en is gerechtigheid voor ons onbereikbaar.

Wij hopen op licht, maar het is duister,

op een sprankje licht, maar we dolen in het donker.

10

59:10
Deut. 28:29
We tasten als blinden langs de muur,

we tasten rond als iemand die niets kan zien.

Op klaarlichte dag struikelen we alsof het schemert,

in de kracht van ons leven lijken we dood.

11Wij allen grommen als beren,

we klagen en kreunen droevig als duiven.

Wij hopen op recht, maar het is er niet,

op redding, maar ze blijft ver van ons.

12

59:12
Ps. 51:5
Jer. 14:7
Want talloos zijn onze misdaden jegens u,

onze zonden getuigen tegen ons.

We zijn ons van onze misdaden bewust

en erkennen ons wangedrag:

13we zijn opstandig en de HEER ontrouw,

we zijn afvallig van onze God,

we zijn belust op bedrog en onderdrukking,

zwanger van leugens brengen we onwaarheid voort.

14Het recht is verdrongen

en de gerechtigheid blijft ver van ons;

de waarheid struikelt op straat

en de oprechtheid krijgt nergens toegang.

15Zo laat de waarheid verstek gaan,

en wie het kwaad wil mijden, wordt uitgebuit.

De HEER redt en bevrijdt

Maar de HEER zag het,

en het was slecht in zijn ogen

dat er geen recht meer was.

16

59:16
Jes. 63:5
Hij zag dat er niemand was,

hij was geschokt dat niet één mens zijn zijde koos.

Op eigen kracht bracht hij redding

en zijn gerechtigheid spoorde hem aan.

17

59:17
Wijsh. 5:17-23
Ef. 6:14-17
1 Tes. 5:8
Hij gordde het harnas van de gerechtigheid aan

en zette de helm van de redding op zijn hoofd.

Hij deed het kleed van de vergelding aan

en hulde zich in de mantel van de strijdlust.

18Hij zal ieder naar zijn daden vergelden:

woede voor zijn vijanden,

wraak voor zijn tegenstanders;

ook op de eilanden wreekt hij zich.

19In het westen zal men de naam van de HEER vrezen

en in het oosten zijn majesteit.

Want hij zal komen met de kracht

van een rivier in een smalle bedding,

voortgestuwd door de adem van de HEER.

20

59:20-21
Rom. 11:26-27
Hij zal als bevrijder naar Sion komen,

naar allen uit Jakobs nageslacht

die met de misdaad breken

– spreekt de HEER.

21

59:21
2 Sam. 23:2
Jes. 51:16
Jer. 1:9
Dit verbond sluit ik met hen – zegt de HEER:

mijn geest, die op jou rust,

en de woorden die ik je in de mond heb gelegd,

zullen uit jouw mond niet wijken,

noch uit de mond van je kinderen,

noch uit de mond van je kindskinderen,

van nu tot in eeuwigheid – zegt de HEER.

Door deze website verder te gebruiken ga je akkoord met plaatsing en gebruik van cookies door het NBG en derden conform onze privacyverklaring.[bericht verbergen]