Nieuwe Bijbelvertaling (NBV)
56

Redding ook voor buitenstaanders

561

56:1
Jes. 46:13
51:6-8
Dit zegt de HEER:

Handel rechtvaardig, handhaaf het recht;

de redding die ik breng is nabij,

en weldra openbaar ik mijn gerechtigheid.

2

56:2
Ex. 20:8-11
Jes. 58:13
Gelukkig de mens die zo handelt,

het mensenkind dat hieraan vasthoudt;

hij neemt de sabbat in acht en ontwijdt hem niet,

hij weerhoudt zijn hand van het kwaad.

3De vreemdeling die zich met de HEER heeft verbonden,

laat hij niet zeggen:

‘De HEER zondert mij zeker af van zijn volk.’

En laat de eunuch niet zeggen:

‘Ik ben maar een dorre boom.’

4

56:4-5
Wijsh. 3:14-15
Want dit zegt de HEER:

De eunuch die mijn sabbat in acht neemt,

die keuzes maakt naar mijn wil,

die vasthoudt aan mijn verbond,

5hem geef ik iets beters dan zonen en dochters:

een gedenkteken en een naam in mijn tempel

en binnen de muren van mijn stad.

Ik geef hem een eeuwige naam,

een naam die onvergankelijk is.

6En de vreemdeling die zich met de HEER heeft verbonden

om hem te dienen en zijn naam lief te hebben,

om dienaar van de HEER te zijn

– ieder die de sabbat in acht neemt en niet ontwijdt,

ieder die vasthoudt aan mijn verbond –,

7

56:7
1 Kon. 8:41-43
Ps. 15:1
Mat. 21:13
Marc. 11:17
Luc. 19:46
hem breng ik naar mijn heilige berg,

hem schenk ik vreugde in mijn huis van gebed;

zijn offers zijn welkom op mijn altaar.

Mijn tempel zal heten ‘Huis van gebed voor alle volken’.

8Zo spreekt God, de HEER,

die bijeenbrengt wie uit Israël verdreven waren:

Ik breng er nog meer bijeen dan al bijeengebracht zijn.

Ontrouwe profeten en een overspelig volk

9Laat de dieren van het veld komen om te eten,

en alle dieren uit het woud.

10Want al mijn wachters zijn blind, ze merken niets;

ze zijn stom als waakhonden die niet kunnen blaffen:

vadsig en hijgend liggen ze daar,

ze willen alleen maar luieren.

11

56:11
Jer. 10:21
23:1-2
Ezech. 34:2
Vraatzuchtige honden zijn het, onverzadigbaar.

Het zijn herders die geen inzicht kunnen bieden,

allemaal gaan ze hun eigen weg,

ieder belust op eigen voordeel.

12

56:12
Jes. 5:11
28:7
‘Kom, ik haal nog wat wijn,

we gieten ons vol met drank.

En morgen doen we het weer net zo

of pakken we het nog grootser aan.’

57

571De rechtvaardige gaat te gronde

en niemand bekommert zich erom;

ook trouwe mensen sterven,

maar niemand ziet in

dat de rechtvaardige sterft

doordat er onrecht heerst.

2Toch – wie de rechte weg bewandelt

zal rust hebben op zijn sterfbed

en de vrede binnengaan.

3Maar jullie, kom dichterbij,

kinderen van een waarzegster,

nageslacht uit ontucht en overspel.

4Over wie maken jullie je zo vrolijk?

Tegen wie zetten jullie zo’n grote mond op,

naar wie steek je je tong uit?

Zijn jullie zelf geen kinderen uit zonde,

nageslacht van leugen en bedrog?

5

57:5
Jer. 2:20
Jullie hartstocht brandt onder terebinten,

onder elke bladerrijke boom.

Jullie slachten kinderen in de wadi’s,

onder overhangende rotsen.

6Tussen de gladde stenen in de rivier

komen jullie zelf te liggen,

dat is je bestemming.

Daar heb je immers wijnoffers gebracht

en graanoffers opgedragen.

Zou ik om zulke mensen treuren?

7Je plaatste je bed op een hoogverheven berg,

je ging de berg op om een offer te brengen.

8Achter je deur en je deurpost

heb je je schandelijke tekens geplaatst.

Je hebt je van mij afgekeerd:

naakt en wellustig spreidde je het bed,

je sprak een prijs af met je mannen,

je sliep maar al te graag met hen

en bekeek hun lid aandachtig.

9Je boog je over je minnaars

met olie en balsem in overvloed.

Je stuurde je boden naar verre oorden,

zelfs tot diep in het dodenrijk.

10Het vele reizen matte je af,

maar nooit zei je: ‘Ik geef het op.’

Je lusten werden bevredigd,

dat hield je op de been.

11Voor wie ben je zo bang en beducht

dat je leugens blijft verspreiden?

Aan mij heb je niet gedacht,

om mij je niet bekommerd.

Ik heb al te lang gezwegen,

je hebt geen ontzag meer voor mij.

12Ik zal je vertellen

wat dat fraaie gedrag van jou waard is.

Je godenverzameling zal je niet baten;

13

57:13
Ps. 37:9
Jes. 56:7
60:21
65:9
ook al schreeuw je het uit,

ze zullen je niet redden:

de wind tilt ze op, een zuchtje wind voert ze weg.

Maar ieder die bij mij schuilt

zal het land in bezit nemen

en mijn heilige berg in eigendom krijgen.

Troost voor de treurenden

14Toen werd er gezegd:

‘Ruim baan! Effen de weg voor mijn volk!

Verwijder elk struikelblok.’

15Dit zegt hij die hoog is en verheven,

die troont in eeuwigheid – heilig is zijn naam:

In hoogheid en heiligheid zal ik tronen

met hen die verslagen en onaanzienlijk zijn,

opdat de onaanzienlijke geest herleeft,

opdat het verslagen hart tot leven komt.

16Want niet eindeloos blijf ik twisten,

niet eeuwig duurt mijn toorn.

Al doe ik de levensadem stokken,

ik ben het ook die het leven geeft.

17Mijn toorn was op hun zondige hebzucht gericht,

ik heb hen gestraft en me in mijn woede verborgen.

Maar zij gingen onverdroten voort

op de weg die ze zelf hadden gekozen.

18-19

57:18-19
Ex. 15:26
Ef. 2:17
Ik heb gezien wat ze deden,

maar toch zal ik hen genezen, hen leiden

en hun barmhartigheid bewijzen.

Treurenden bied ik troostrijke woorden:

Vrede, vrede voor iedereen, ver weg of dichtbij

– zegt de HEER –, ik zal genezing brengen.

20

57:20
Judas 13
Maar de goddelozen blijven onrustig

als de zee, die nooit rust kent;

haar golven woelen vuil en modder op.

21

57:21
Jes. 48:22
Goddelozen zullen geen vrede kennen – zegt mijn God.

58

Vasten en sabbat

581Roep luidkeels, zonder je in te houden,

verhef je stem als een ramshoorn.

Maak aan mijn volk zijn misdaden bekend,

aan het volk van Jakob zijn zonden.

2Zeker, ze zoeken mij dag aan dag,

vol verlangen om te ontdekken wat ik wil,

zoals een vreemd volk dat rechtvaardig leeft

en het recht van zijn goden niet verzaakt.

En ze vragen naar mijn rechtvaardige voorschriften

en verlangen naar Gods nabijheid.

3‘Waarom ziet u niet dat wij vasten,

en merkt u niet op dat wij ons onthouden?’

Omdat jullie op je vastendagen nog handeldrijven

en jullie arbeiders afbeulen,

4omdat jullie onder het vasten strijden en ruziën

en vol vuur met elkaar op de vuist gaan.

Als je op die manier vast,

wordt je stem niet gehoord in de hemel.

5Zou dat het vasten zijn dat ik verkies?

Is dat een dag van onthouding:

dat iemand het hoofd buigt als een riet

en zich met een rouwkleed neerlegt in het stof?

Noemen jullie dat soms vasten,

is dat een dag die de HEER behaagt?

6Is dit niet het vasten dat ik verkies:

misdadige ketenen losmaken,

de banden van het juk ontbinden,

de verdrukten bevrijden,

en ieder juk breken?

7

58:7
Mat. 25:34-40
Is het niet: je brood delen met de hongerige,

onderdak bieden aan armen zonder huis,

iemand kleden die naakt rondloopt,

je bekommeren om je medemensen?

8

58:8
Jes. 52:12
Dan breekt je licht door als de dageraad,

je zult voorspoedig herstellen.

Je gerechtigheid gaat voor je uit,

de majesteit van de HEER vormt je achterhoede.

9Dan geeft de HEER antwoord als je roept;

als je om hulp schreeuwt, zegt hij: ‘Hier ben ik.’

Wanneer je het juk van de onderdrukking uitbant,

de beschuldigende vinger en de kwaadsprekerij,

10wanneer je de hongerige schenkt

wat je zelf nodig hebt

en de verdrukte gul onthaalt,

dan zal je licht in het donker schijnen,

je duisternis wordt als het licht van het middaguur.

11De HEER zal je voortdurend leiden,

hij zal je verkwikken in dorre streken,

hij maakt je botten sterk en krachtig.

Je zult zijn als een goed bevloeide tuin,

als een bron waarvan het water nooit opdroogt.

12

58:12
Jes. 61:4
Je eigen mensen zullen weer opbouwen

wat al eeuwenlang verwoest ligt;

fundamenten, door vroegere generaties gelegd,

zullen weer worden hersteld.

Dan zal men je noemen

‘Hersteller van muren’, ‘Herbouwer van straten’.

13

58:13
Jes. 56:2
Wanneer je je voeten rust gunt op sabbat

en geen handel drijft op mijn heilige dag,

wanneer je de sabbat als een dag van vreugde ziet,

de dag van de HEER als een heilige dag,

wanneer je hem in ere houdt door niet je gang te gaan,

geen handel te drijven of zaken te bespreken,

14dan vind je vreugde in de HEER.

Ik zal je laten rijden over de hoogten van de aarde

en je laten genieten van het land

dat ik je voorvader Jakob in bezit heb gegeven.

De HEER heeft gesproken!