Bijbel in Gewone Taal (BGT)
3

Brief aan de christenen in Sardes

31Schrijf aan de engel van Sardes een brief voor de christenen daar. Schrijf:

‘Jezus Christus heeft de macht over de zeven sterren. Dat zijn de zeven goede geesten van God. Jezus zegt: Ik weet hoe jullie je gedragen. Jullie leven ziet er mooi uit, maar het is niets waard. 2Want jullie doen slechte dingen, die God niet wil. Stop daarmee! Ga beter leven, jullie weten nu nog hoe dat moet. 3Denk aan het moment dat jullie het goede nieuws over mij voor het eerst hoorden en begrepen. Houd daaraan vast en verander je leven.

Als jullie dat niet doen, dan zal ik jullie plotseling overvallen. Jullie zullen niet weten wanneer ik kom. Want ik kom zo onverwachts als een dief.

4In jullie stad zijn ook een paar christenen die trouw gebleven zijn aan Jezus. Zij zullen bij mij wonen en de witte kleren van Gods nieuwe wereld dragen. Want dat verdienen ze.

5-6Laat de woorden van de heilige Geest goed tot je doordringen. Als jullie volhouden, zullen ook jullie die witte kleren dragen. Ik zal jullie naam dan niet wegstrepen uit het boek van het leven. Maar ik zal tegen mijn Vader en zijn engelen zeggen dat jullie bij mij horen.’

Brief aan de christenen in Filadelfia

7Schrijf aan de engel van Filadelfia een brief voor de christenen daar. Schrijf:

‘Jezus Christus is heilig en betrouwbaar. Hij heeft de sleutel van de stad van David, het nieuwe Jeruzalem. Als Jezus de poort van die stad voor je opent, kan niemand hem weer sluiten. Als hij de poort voor je sluit, kan niemand hem weer openen.

Hij zegt: 8Ik weet hoe jullie je gedragen. Jullie hebben weinig invloed, maar jullie zijn wel trouw aan mij, en jullie doen wat ik wil. Daarom heb ik de poort naar het nieuwe Jeruzalem voor jullie opengedaan. Niemand kan die poort weer sluiten.

9Er zijn mensen bij jullie die liegen. Ze zeggen dat ze Joden zijn, maar dat is niet zo. Ze horen niet bij God, maar bij Satan. Ik zal ervoor zorgen dat ze voor jullie knielen en jullie eren. Ze zullen begrijpen dat ik van jullie houd.

10Er komt een tijd van grote ellende op aarde, een tijd dat alle mensen het heel moeilijk zullen hebben. Maar jullie zal ik beschermen. Want ik heb gezegd dat jullie mij trouw moesten blijven, en daar hebben jullie naar geluisterd. 11Ik zal snel komen. Blijf in mij geloven, dan kan niemand jullie het eeuwige leven afnemen.

12-13Laat de woorden van de heilige Geest goed tot je doordringen. Als jullie volhouden, zullen jullie belangrijk zijn in Gods nieuwe wereld. Zo belangrijk als een zuil in Gods tempel, een zuil die nooit verdwijnen zal. Jullie zullen mijn nieuwe naam dragen, en de naam van God, en de naam van Gods stad. De stad van God is het nieuwe Jeruzalem. Dat nieuwe Jeruzalem zal vanuit de hemel naar de aarde komen.’

Brief aan de christenen in Laodicea

14Schrijf aan de engel van Laodicea een brief voor de christenen daar. Schrijf:

‘Christus was het begin van Gods schepping. Hij doet wat hij belooft, hij spreekt de waarheid en je kunt op hem vertrouwen. Hij zegt: 15Ik weet hoe jullie je gedragen. Jullie zijn niet tegen mij, maar ook niet voor mij. Waren jullie maar voor mij of tegen mij! 16Omdat jullie geen van beide zijn, wil ik niets met jullie te maken hebben.

17Jullie zeggen dat jullie rijk zijn. Dat jullie alles hebben wat jullie willen, en niets meer nodig hebben. Maar jullie zien niet hoe slecht het met jullie gaat! Hoe ongelukkig jullie zijn, hoe arm, blind en naakt.

18Daarom geef ik jullie deze raad: Koop zuiver goud bij mij, want pas dan zul je echt rijk zijn. Koop witte kleren bij mij en trek ze aan, zodat je niet langer naakt bent. Koop mijn zalf en smeer die op je ogen, zodat je weer kunt zien.

19Ik houd van jullie, en daarom straf ik jullie. Zo wil ik jullie leren goed te leven. Dus ga je best doen en verander je leven!

20Ik roep jullie alsof ik voor jullie deur sta. Als jullie mij horen en binnenlaten, zal ik altijd bij jullie zijn.

21-22Laat de woorden van de heilige Geest goed tot je doordringen. Als jullie volhouden, zullen jullie overwinnen en samen met mij op mijn troon zitten. Net zoals ik overwonnen heb, en nu samen met mijn Vader op zijn troon zit.’’

4

Johannes ziet de troon van God

In de hemel staat een deur open

41Daarna keek ik omhoog. En ik zag in de hemel een deur openstaan. Weer hoorde ik de stem die klonk als een trompet. De stem zei: ‘Kom naar boven, dan laat ik je zien wat er vanaf nu zal gebeuren.’

2Op datzelfde moment kwam de Geest van God in mij. Ik zag een troon staan in de hemel. Op die troon zat iemand 3die straalde als groene en rode edelstenen. Boven de troon was een schitterende regenboog, 4en om de troon heen stonden 24 andere tronen. Op die tronen zaten 24 leiders van Gods volk. Ze droegen witte kleren en hadden een gouden kroon op hun hoofd.

5Uit de troon van God kwam bliksem en donder. En voor de troon brandden zeven grote vlammen. Dat zijn de zeven goede geesten van God. 6De grond voor de troon leek op een zee van glas, net zo helder als kristal.

Bij Gods troon staan vier dieren

Om de troon heen stonden vier dieren, aan elke kant één. De dieren hadden overal op hun lichaam ogen, aan de voorkant en aan de achterkant. 7Het eerste dier leek op een leeuw. Het tweede dier leek op een jonge stier. Het derde dier had het gezicht van een mens. En het vierde dier leek op een vliegende adelaar. 8Elk dier had zes vleugels, en ook op de vleugels zaten overal ogen.

De vier dieren eren God

Dag en nacht zingen de dieren:

‘Heilig is hij!

Heilig is God, de Heer.

Heilig is de machtige God,

die er is, die er was, en die zal komen.’

9De vier dieren zingen voor God, die op zijn troon zit en eeuwig leeft. Ze juichen, en ze eren en danken hem.

10Telkens als de dieren zingen, knielen de 24 leiders voor Gods troon. Ze eren God, die eeuwig leeft. Ze leggen hun gouden kronen voor zijn troon neer, en zingen:

11‘Heer, onze God, u hebt alles gemaakt.

De wereld bestaat omdat u dat wilt.

Iedereen moet voor u juichen,

iedereen moet uw macht prijzen.

U verdient alle eer!’

5

Johannes ziet een lam

God heeft een boek dat gesloten is

51Toen zag ik een boek in de rechterhand van God. Het boek was helemaal volgeschreven, en het was gesloten met zeven zegels. 2Ik zag ook een machtige engel. Hij riep luid: ‘Wie mag de zegels verbreken en het boek openen?’

3Maar er was niemand in de hemel of op de aarde of onder de aarde die het boek kon openen en lezen. 4Niemand was het waard om dat te doen, en daarom begon ik te huilen.

Jezus kan het boek openen

5Maar toen zei één van de 24 leiders: ‘Huil niet! Want er is iemand die de dood overwonnen heeft. Hij is een nakomeling van David, en hij wordt de Leeuw van Juda genoemd. Hij mag het boek met de zeven zegels openen.’

6Toen zag ik midden voor de troon een lam staan. Het stond tussen de vier dieren en de 24 leiders. Het leek alsof het lam geslacht was. Het had zeven hoorns en zeven ogen. Die ogen zijn de goede geesten van God, die overal in de wereld rondkijken.

7Het lam ging naar de troon toe en kreeg het boek uit de rechterhand van God.

Het lam wordt in de hemel vereerd

8Toen het lam het boek kreeg, knielden de vier dieren en de 24 leiders. Ze hadden allemaal een harp en een gouden schaal vol wierook. Die wierook is het gebed van de gelovigen.

9Ze begonnen een nieuw lied te zingen voor het lam:

‘U verdient het om het boek te krijgen,

u verdient het om de zegels te verbreken

en het boek te openen.

Want u bent gedood,

en dankzij uw dood

heeft God mensen bevrijd van hun schuld,

mensen uit de hele wereld,

van alle volken en talen.

10U maakte van hen een heilig volk van priesters.

Ze zullen als koningen heersen op aarde.’

Iedereen vereert het lam

11Behalve de stemmen van de vier dieren en de 24 leiders hoorde ik ook het geluid van heel veel engelen. Ze stonden rondom de troon. Het waren er duizenden, het waren er miljoenen! 12Ze riepen met luide stem: ‘Het lam dat gedood werd, verdient alle macht en rijkdom, alle wijsheid en kracht, alle eer en dank!’

13En ik hoorde iedereen zingen, in de hemel, op de aarde, onder de aarde en in de zee:

‘God en het lam verdienen alle eer,

alle macht en alle kracht,

altijd en overal.’

14De vier dieren antwoordden: ‘Amen.’ En de 24 leiders knielden voor God en het lam, en eerden hen.