Bijbel in Gewone Taal (BGT)
59

Psalm 59

591Een gebed van David. Voor de zangleider. Op de wijs van het lied ‘Vernietig mij niet’.

David sprak dit gebed uit toen koning Saul bewakers naar Davids huis gestuurd had. Zij moesten David doden als hij naar buiten kwam.

Red mij, God

2God, bescherm mij tegen mijn vijanden,

red mij van mijn tegenstanders.

3Red mij van die misdadigers,

houd die moordenaars tegen!

4Mijn vijanden jagen op mij.

Ze vallen me aan, ze gebruiken geweld.

Maar ik ben onschuldig, Heer.

5Ze komen op mij af,

ze staan klaar om me te grijpen.

Maar ik heb niets verkeerds gedaan.

Heer, kom mij te hulp!

6U bent een machtige God,

u bent de God van Israël.

Kom mij te hulp en straf mijn vijanden,

straf de mensen die niet trouw zijn aan u,

straf die verraders.

7Elke avond komen mijn vijanden terug,

het lijkt wel een troep grommende honden.

Ze zwerven door de straten,

8ze zeggen vreselijke dingen.

Hun woorden zijn zo scherp als messen.

En ze denken dat u hen niet hoort.

9Maar u zult om hen lachen, Heer,

u lacht hen allemaal uit.

10Op u vertrouw ik, u geeft mij kracht.

U bent mijn God, u beschermt mij.

God, kom mij te hulp

11God, u bent toch trouw?

Kom mij dan te hulp,

laat zien hoe u mijn vijanden verslaat.

12Maar dood ze niet meteen,

want iedereen moet het zien.

Iedereen moet weten hoe u mijn vijanden straft.

Maak ze eerst bang

en laat ze dan pas sterven.

U bent machtig,

u beschermt uw volk, Heer.

13Mijn vijanden zeggen alleen maar slechte dingen,

en ze vinden zichzelf geweldig.

Ze bedriegen iedereen,

en ze wensen andere mensen kwaad toe.

Laat dat kwaad henzelf treffen!

14Laat zien dat u woedend bent.

Vernietig ze, vernietig ze voor altijd!

Dan zal iedereen op aarde weten dat u God bent,

dat u heerst over Israël.

15Elke avond komen mijn vijanden terug,

het lijkt wel een troep grommende honden.

Ze zwerven door de straten,

16op zoek naar eten.

En ze klagen als er niet genoeg is.

17Maar ik, ik zal zingen over uw macht.

Elke ochtend zal ik juichen over uw trouw.

Want u beschermt mij tegen gevaar,

bij u ben ik veilig.

18U geeft mij kracht.

Voor u zal ik zingen.

U bent de God die mij beschermt,

u blijft mij trouw.

60

Psalm 60

601Een gebed van David, een les. Voor de zangleider. Op de wijs van het lied ‘De lelie van de wet’.

2David sprak dit gebed uit toen hij oorlog voerde tegen de Arameeërs uit Naharaïm en Soba. Joab leidde het leger van David. Op de terugweg naar Israël versloeg hij in het Zoutdal 12.000 mannen uit Edom.

De koning bidt voor zijn volk

3God, u wilt ons niet meer zien!

U hebt ons alle kanten op gejaagd,

zo woedend bent u.

Laat het weer goed met ons gaan!

4U hebt de aarde laten beven.

U hebt ons land verwoest.

Laat het niet verdwijnen,

bouw het weer op!

5U hebt ons laten lijden,

u hebt ons zwaar gestraft.

6Roep ons nu weer bij elkaar.

Laat ons ontsnappen aan onze vijanden,

7red de mensen van wie u houdt.

Hoor ons gebed en help ons.

God geeft antwoord aan de koning

8God heeft in zijn tempel gesproken:

‘Ik zal je vijanden verslaan,

ik zal juichen om de overwinning.

Ik verover de stad Sichem,

ik neem het dal bij Sukkot weer in bezit.

9Het gebied Gilead zal weer van mij zijn,

en heel het gebied van de stam Manasse.

Ik zal heersen in Efraïm en Juda,

in heel Israël, van noord tot zuid.

10Ik zal ook Moab en Edom veroveren,

en de Filistijnen zullen voor mij juichen.’

De koning vraagt God om hulp

11-12God, u wilde ons niet meer zien,

maar help ons nu!

Ga met onze legers mee,

ga voor onze soldaten uit.

Breng ons naar het land Edom,

breng ons in de steden van de vijand!

13Bescherm ons tegen onze vijanden.

Mensen kunnen ons niet helpen,

14maar samen met u zijn we sterk.

U zult onze vijanden verslaan.

61

Psalm 61

611Een lied van David. Voor de zangleider. Bij dit lied wordt op een harp gespeeld.

God, luister naar mijn gebed

2God, hoor hoe ik om hulp roep,

luister naar mijn gebed!

3-4Ik ben ver bij u vandaan.

Ik roep naar u,

want ik ben wanhopig.

Bescherm mij tegen mijn vijanden.

Neem me mee naar een hoge rots,

waar ik zelf niet kan komen.

Daar zal ik veilig zijn.

5Laat mij voor altijd bij u wonen.

Blijf dicht bij me, zodat ik veilig ben.

6God, u hoort alles wat ik u beloof,

u hoort het gebed van al uw dienaren.

7Geef een lang leven aan de koning.

Zorg dat hij voor altijd regeert,

8en dat hij u altijd blijft dienen.

Bescherm hem met uw liefde en trouw.

9Dan zal ik altijd voor u zingen,

dan zal ik u elke dag offers brengen.