Bijbel in Gewone Taal (BGT)
44

Psalm 44

441Een lied van de Korachieten. Voor de zangleider.

God heeft zijn volk een land gegeven

2God, lang geleden hebt u wonderen gedaan,

in de tijd van onze voorouders.

Zij hebben het doorverteld aan hun kinderen,

en die hebben het weer aan ons verteld.

3U hebt andere volken weggejaagd

om onze voorouders een eigen land te geven,

een plek waar ze konden wonen.

4Ze kregen het land niet op eigen kracht,

niet door hun wapens en hun leger.

U hebt hun het land gegeven,

u hebt hen geholpen met uw macht.

U hebt hen beschermd,

omdat u van hen hield.

5God, u hebt dat gedaan,

u liet het volk van Jakob overwinnen.

U bent onze koning!

God redt ons

6Samen met u verslaan wij onze vijanden,

met uw hulp vernietigen wij onze tegenstanders.

7We vertrouwen niet op onze wapens,

we weten dat geweld ons niet kan redden.

8U bent het die ons redt van onze vijanden.

U overwint ze, u jaagt ze weg.

9Daarom zingen we elke dag voor u,

daarom danken wij u steeds opnieuw.

God denkt niet meer aan ons

10-11Maar nu wilt u ons niet meer zien.

U gaat niet meer met onze legers mee,

u gaat niet voor onze soldaten uit.

Daarom moesten we vluchten voor onze vijanden.

Ze hebben ons verslagen,

en ze hebben alles van ons afgenomen.

12U hebt ons zomaar weggedaan,

zo makkelijk als je een schaap laat slachten.

U hebt ons weggejaagd naar verre landen.

13Wij waren uw volk,

maar u hebt ons weggegeven,

u hebt ons zomaar weggedaan.

Onze vijanden spotten met ons

14De volken om ons heen beledigen ons,

ze hebben geen respect voor ons,

ze lachen ons uit.

15U hebt ons overal belachelijk gemaakt,

alle volken spotten met ons.

16-17Dat moeten we meemaken,

elke dag weer.

Als we onze vijanden horen lachen,

als we zien hoe ze ons straffen,

dan voelen we ons vernederd.

Wij zijn trouw gebleven aan God

18Al die dingen maken we mee,

maar we vergeten u niet.

We zijn u trouw gebleven,

19we zijn niet bij u weggegaan.

We leven volgens uw wet,

20en toch vernietigt u ons!

U laat ons leven in ellende,

u hebt ons alleen gelaten.

21We zijn u niet vergeten, God,

we hebben geen andere goden vereerd.

22Dat zou u wel hebben ontdekt!

U weet toch alles van ons?

23Maar wij moeten sterven omdat we trouw zijn aan u.

We worden behandeld als schapen die worden geslacht.

Wij vragen God om hulp

24Word wakker, Heer! Waarom slaapt u?

Word wakker, en laat ons weer bij u komen.

25Waarom verbergt u zich,

waarom vergeet u onze ellende,

waarom denkt u niet aan ons?

26We zijn diep bedroefd,

we hebben geen kracht meer om te leven.

27Kom ons te hulp, Heer,

laat ons uw liefde zien en red ons!

45

Psalm 45

451Een prachtig liefdeslied van de Korachieten. Voor de zangleider. Op de wijs van het lied ‘De lelies’.

Ik maak een lied voor de koning

2Speciaal voor de koning maak ik een lied.

Ik bedenk mooie woorden,

en uit mijn hart komen prachtige zinnen.

3Koning, niemand is zo mooi als u.

En alles wat u zegt, is goed.

God maakt u voor altijd gelukkig.

De koning is een goede heerser

4Sterke koning, pak uw zwaard,

het teken van uw grote macht.

5Laat zien hoe machtig u bent,

en begin met de strijd.

Vecht voor waarheid, eerlijkheid en recht.

U zult geweldige dingen doen.

6Want uw pijlen zijn scherp,

ze raken uw vijanden in hun hart.

Dood vallen ze voor u neer.

7U bent voor altijd koning.

U bent een goede en eerlijke heerser,

zo machtig als een god.

8U wilt eerlijkheid, u haat het kwaad.

Daarom heeft God u uitgekozen,

daarom bent u koning geworden.

Niemand is zo goed als u.

De koning krijgt zijn bruid

9Koning, uw kleren ruiken heerlijk,

ze ruiken naar zoete kruiden en geurige olie.

En in uw prachtige paleizen klinkt vrolijke muziek.

10Prinsessen met mooie sieraden zijn bij u,

en naast u staat uw bruid.

De allermooiste sieraden zijn van haar.

11Luister, bruid, luister goed!

Vergeet waar u vandaan komt,

vergeet uw familie.

12Als de koning naar u verlangt,

doe dan wat hij wil.

Voortaan moet u hem gehoorzaam zijn.

13Bruid uit Tyrus,

rijke mensen uit uw nieuwe land

eren u met geschenken.

14De stralende bruid wacht op de koning.

Ze draagt een jurk die met gouddraad versierd is.

15Zo wordt ze naar de koning gebracht,

samen met haar dienaressen.

Allemaal dragen ze prachtige kleren.

16Ze gaan het paleis van de koning binnen,

en iedereen is vrolijk en juicht.

Ik zal altijd zingen over de koning

17Koning, uw zonen zullen na u heersen,

ze zullen koning zijn van het hele land.

18Ik zal altijd over u zingen

en alle volken zullen u prijzen,

eeuwig en altijd!

46

Psalm 46

461Een lied van de Korachieten. Voor de zangleider. Op de wijs van het lied ‘De jonge meisjes’.

God helpt altijd

2Bij God zijn wij veilig.

Hij helpt ons als we in nood zijn.

3We hoeven niet bang te zijn,

ook al beeft de aarde,

ook al vallen de bergen in zee.

4Laat de zeeën maar bulderen,

laat de bergen maar beven,

wij zijn niet bang.

5Er stroomt een rivier door de stad van God.

Daarom is er vreugde in de heilige tempel,

in het huis van de allerhoogste God.

6God zelf woont daar.

Hij helpt de stad, elke dag opnieuw.

Met zijn hulp blijft de stad stevig staan.

7Als God zijn stem laat horen,

worden alle volken doodsbang.

Koninkrijken verdwijnen,

en de hele aarde beeft.

8De machtige Heer helpt ons,

de God van Jakob beschermt ons.

De Heer maakt een eind aan de strijd

9Kom en zie wat de Heer heeft gedaan.

Wat hij doet, verbaast iedereen.

10Overal maakt hij een eind aan de strijd.

Alle wapens maakt hij kapot.

Hij breekt ze in stukken,

en gooit ze in het vuur.

11Stop met de strijd,

en weet dat de Heer God is.

Hij heerst over alle volken,

hij heerst overal op aarde.

12De machtige Heer helpt ons,

de God van Jakob beschermt ons.