Bijbel in Gewone Taal (BGT)
149

Psalm 149

Zing voor de Heer

1491Halleluja!

Zing een nieuw lied voor de Heer,

kom bij elkaar om hem te eren.

2Volk van Israël, juich!

Want de Heer heeft jullie gemaakt.

Inwoners van Sion, juich!

Want de Heer is jullie koning.

3Zing voor de Heer en dans,

sla op de trommel en speel op de harp.

4Want de Heer is goed voor zijn volk,

hij laat zijn dienaren overwinnen.

5Juich, trouwe dienaren van de Heer,

juich om jullie overwinning.

Zing dag en nacht voor de Heer.

6Breng eer aan God en juich voor hem.

Maar houd een zwaard in je hand

7om jullie vijanden te verslaan

en alle volken te straffen.

8Jullie zullen koningen gevangennemen

en leiders vastbinden met kettingen.

9Jullie zullen je vijanden straffen,

want dat wil de Heer,

en dat is een eer voor jullie,

de mensen die hem trouw zijn.

Halleluja!

150

Psalm 150

Alles wat leeft, zing voor de Heer

1501Halleluja!

Zing voor God in zijn heilige tempel,

zing voor hem in zijn hemels paleis.

2Zing voor hem, want hij doet wonderen.

Zing voor hem, want groot is zijn macht.

3-5Zing voor hem!

Klap in je handen en dans.

Zing voor hem en maak muziek.

Speel op harpen en op fluiten,

speel op trommels en trompetten,

dank hem met alle instrumenten.

6Alles wat leeft, zing voor de Heer!

Halleluja!