Bijbel in Gewone Taal (BGT)
140

Psalm 140

1401Een lied van David. Voor de zangleider.

Heer, bevrijd mij van slechte mensen

2Heer, bevrijd mij van mensen die kwaad doen,

bescherm me tegen hun geweld.

3Ze bedenken slechte plannen,

en altijd willen ze vechten.

4Ze vallen me aan met hun woorden,

ze zijn zo gevaarlijk als giftige slangen.

5-6Heer, bescherm mij tegen die slechte mensen,

bescherm mij tegen hun geweld.

Ze denken dat ze sterker zijn dan ik.

Ze jagen op mij,

ze proberen me te vangen.

Ze willen mij in de val laten lopen,

ze willen me doden.

Straf mijn vijanden, Heer

7Heer, u bent mijn God.

Luister naar mijn gebed!

8Heer, mijn God, u bent machtig.

U zult mij redden,

u zult me verdedigen tegen mijn vijanden.

9Heer, laat ze hun zin niet krijgen.

Laat hun plannen mislukken,

laat ze niet overwinnen!

10Mijn vijanden staan om mij heen

en wensen me ellende toe.

Laat ze zelf ongelukkig worden!

11Tref hen met het vuur van uw bliksem,

laat ze sterven en nooit meer opstaan.

12Jaag alle leugenaars weg van de aarde.

Straf slechte mensen met hun eigen kwaad,

laat dat kwaad hen vernietigen.

De Heer helpt arme mensen

13Dit weet ik:

De Heer helpt arme mensen,

hij verdedigt mensen zonder macht.

14Goede mensen zullen voor hem zingen,

zij mogen altijd bij hem zijn.

141

Psalm 141

1411Een lied van David.

Heer, luister naar mijn gebed

Heer, tot u bid ik.

Kom snel en help mij!

Ik roep naar u,

luister naar mijn gebed.

2Laat mijn woorden opstijgen als wierook,

als de geur van een offer in de avond.

Heer, bescherm mij

3Heer, wees bij mij als ik ga spreken,

help me om niets verkeerds te zeggen.

4Zorg dat ik geen kwaad doe,

dat ik niet meedoe met slechte mensen.

Zorg dat ik hun vriend niet word,

dat ik niet meedoe met hun feesten.

5Als goede mensen mij straffen en slaan,

dan is dat alleen maar goed voor mij.

En als slechte mensen me kwaad doen,

dan blijf ik voor hen bidden.

6Ik zal hen blijven troosten,

ook al worden hun leiders gestraft met de dood.

Heer, red mij van de dood

7-8Heer, mijn God,

er is niets meer over van uw volk.

We zijn verspreid over de aarde,

we sterven bijna.

Maar ik kijk omhoog naar u,

ik zoek hulp bij u.

Laat mij niet sterven!

9Bescherm mij tegen slechte mensen.

Ze jagen op mij,

ze willen me in de val laten lopen.

10Zorg dat ze zelf gegrepen worden,

en laat mij ontsnappen.

142

Psalm 142

1421Een lied van David.

David sprak dit gebed uit toen hij gevlucht was en zich in een grot verstopt had.

Ik vraag de Heer om hulp

2Ik roep naar de Heer,

ik smeek hem om hulp.

3Al mijn zorgen spreek ik uit,

ik vertel hem over mijn ellende.

4Heer, u weet wat ik meemaak,

ik ben wanhopig!

Mijn vijanden jagen op mij,

ze proberen me te grijpen.

5Ik zoek hulp,

maar er is niemand die mij ziet.

Nergens ben ik veilig,

iedereen vergeet mij.

6Daarom roep ik naar u, Heer,

want u beschermt me.

U bent alles wat ik nodig heb op aarde.

7Heer, luister naar mijn gebed!

Ik kan niet meer, ik ben doodmoe.

Red mij van mijn vijanden,

want zij zijn sterker dan ik.

8Bevrijd mij uit mijn ellende.

Dan zal ik u danken,

samen met uw volk,

omdat u voor mij zorgt.