Bijbel in Gewone Taal (BGT)
120

Psalm 120

1201Een lied voor de reis naar Jeruzalem.

Heer, straf mijn vijanden

Ik roep naar de Heer,

want hij geeft mij antwoord als ik in nood ben.

2Heer, bescherm mij tegen mijn vijanden,

bevrijd mij van bedriegers en leugenaars!

3Hoe zult u hen straffen, Heer,

wat gaat u met hen doen?

4Schiet uw pijlen op hen af,

tref hen met het vuur van uw bliksem!

Ik verlang naar vrede

5Ik ben ongelukkig,

ik woon al zo lang ver van huis.

Ik leef als vreemdeling

in een wereld van vijanden.

6Ik woon al zo lang bij mensen die vrede haten.

7Ik spreek tegen hen over vrede,

maar zij willen alleen maar strijd.

121

Psalm 121

1211Een lied voor de reis naar Jeruzalem.

De Heer zal je beschermen

Ik kijk omhoog naar de bergen.

Daar komt mijn hulp vandaan.

2Daar is de Heer, hij helpt mij.

Hij heeft de hemel en de aarde gemaakt.

3De Heer zorgt ervoor dat jou niets overkomt.

Hij beschermt je, hij slaapt niet.

4Hij slaapt nooit, hij let goed op.

Hij beschermt zijn volk Israël altijd.

5De Heer beschermt je.

Hij gaat met je mee,

bij hem ben je veilig.

6Er overkomt je geen kwaad,

niet overdag en niet in de nacht.

7De Heer zal je steeds beschermen,

het kwaad zal je niet raken.

8De Heer beschermt je,

overal, waar je ook gaat,

je leven lang.

122

Psalm 122

1221Een lied van David. Voor de reis naar Jeruzalem.

Bid om vrede voor Jeruzalem

Ik was heel blij toen mijn vrienden mij vroegen:

‘Ga je mee naar het huis van de Heer?’

2En nu staan we echt in Jeruzalem,

binnen de muren van de stad.

3Jeruzalem is prachtig gebouwd,

met sterke en stevige muren.

4De stammen van Israël komen er bij elkaar.

Zij zijn het volk van de Heer,

ze brengen hem eer.

Zo doen ze wat hij wil.

5Jeruzalem is de stad van David.

Zijn nakomelingen regeren daar,

en ze spreken recht over het volk.

6Bid om vrede en rust voor Jeruzalem,

voor mensen die houden van deze stad.

7Laat er vrede zijn in de stad,

laat er rust zijn binnen de muren.

8Ik bid om vrede in de stad,

want daar wonen mijn familie en vrienden.

9Ik bid om geluk voor Jeruzalem,

want daar staat de tempel,

het huis van de Heer, onze God.