Bijbel in Gewone Taal (BGT)
11

Psalm 11

111Een lied van David. Voor de zangleider.

De Heer is een eerlijke rechter

Bij de Heer ben ik veilig.

Mensen zeggen tegen mij:

‘Vlucht naar de bergen,

vlucht zo snel als je kunt!

2Want slechte mensen richten hun pijlen op jou,

ze vallen ’s nachts eerlijke mensen aan.

3Het recht verandert in onrecht,

en goede mensen kunnen er niets tegen doen.’

Maar ik weet dat ik veilig ben bij de Heer.

4De Heer woont in zijn heilige paleis.

Vanuit de hemel ziet hij de mensen,

hij weet wat ze denken.

5De Heer kijkt of mensen goed of slecht zijn.

Hij haat mensen die geweld gebruiken.

6Hij straft hen,

hij vernietigt hen met vuur.

Want hij is woedend.

7De Heer is een eerlijke rechter,

hij houdt van mensen die goed doen.

Zij mogen bij hem komen.

12

Psalm 12

121Een lied van David. Voor de zangleider. Bij dit lied wordt op een harp met acht snaren gespeeld.

Niemand is trouw aan de Heer

2Help toch, Heer!

Want niemand is nog trouw aan u.

Niemand is nog te vertrouwen,

3de mensen liegen tegen elkaar,

niemand spreekt de waarheid.

4Heer, laat die leugenaars zwijgen,

laat die opscheppers hun mond houden!

5Ze zeggen: ‘Met een grote mond lukt alles!

Kijk maar, niemand is zo sterk als wij.’

De Heer bevrijdt mensen in nood

6De Heer zegt:

‘Arme mensen worden onderdrukt,

maar ik kom ze helpen.

Ze zijn machteloos,

maar ik hoor hoe ze klagen.

Ik zal hen uit hun ellende bevrijden!’

7De Heer doet wat hij belooft.

Op hem kun je vertrouwen,

dat is zeker!

8Heer, help mensen die onderdrukt worden,

bescherm hen tegen leugenaars.

9Overal zijn verraders,

en slechte mensen doen steeds meer kwaad.

13

Psalm 13

131Een lied van David. Voor de zangleider.

Vergeet mij niet, Heer

2Heer, vergeet u mij voor altijd?

Hoe lang nog blijft u zich verbergen?

3Hoe lang nog blijft mijn hart vol zorgen?

Hoe lang blijf ik dag en nacht verdrietig?

Hoe lang blijven mijn vijanden sterker dan ik?

4Heer, mijn God, zie mij en geef antwoord!

Laat het weer licht worden om mij heen,

laat mij niet sterven in het donker.

5Want dan zullen mijn vijanden zeggen:

‘Hij heeft de strijd verloren!’

En ze zullen juichen over mijn dood.

Heer, ik vertrouw op u

6Heer, ik vertrouw op uw liefde.

Ik zal juichen omdat u mij redt.

Ik zal voor u zingen,

want u bent goed voor mij.