Bijbel in Gewone Taal (BGT)
12

Psalm 12

121Een lied van David. Voor de zangleider. Bij dit lied wordt op een harp met acht snaren gespeeld.

Niemand is trouw aan de Heer

2Help toch, Heer!

Want niemand is nog trouw aan u.

Niemand is nog te vertrouwen,

3de mensen liegen tegen elkaar,

niemand spreekt de waarheid.

4Heer, laat die leugenaars zwijgen,

laat die opscheppers hun mond houden!

5Ze zeggen: ‘Met een grote mond lukt alles!

Kijk maar, niemand is zo sterk als wij.’

De Heer bevrijdt mensen in nood

6De Heer zegt:

‘Arme mensen worden onderdrukt,

maar ik kom ze helpen.

Ze zijn machteloos,

maar ik hoor hoe ze klagen.

Ik zal hen uit hun ellende bevrijden!’

7De Heer doet wat hij belooft.

Op hem kun je vertrouwen,

dat is zeker!

8Heer, help mensen die onderdrukt worden,

bescherm hen tegen leugenaars.

9Overal zijn verraders,

en slechte mensen doen steeds meer kwaad.

13

Psalm 13

131Een lied van David. Voor de zangleider.

Vergeet mij niet, Heer

2Heer, vergeet u mij voor altijd?

Hoe lang nog blijft u zich verbergen?

3Hoe lang nog blijft mijn hart vol zorgen?

Hoe lang blijf ik dag en nacht verdrietig?

Hoe lang blijven mijn vijanden sterker dan ik?

4Heer, mijn God, zie mij en geef antwoord!

Laat het weer licht worden om mij heen,

laat mij niet sterven in het donker.

5Want dan zullen mijn vijanden zeggen:

‘Hij heeft de strijd verloren!’

En ze zullen juichen over mijn dood.

Heer, ik vertrouw op u

6Heer, ik vertrouw op uw liefde.

Ik zal juichen omdat u mij redt.

Ik zal voor u zingen,

want u bent goed voor mij.

14

Psalm 14

141Een lied van David. Voor de zangleider.

God kijkt of er wijze mensen zijn

Mensen zonder verstand denken:

Er is geen God.

Die mensen doen verschrikkelijke dingen,

ze zijn alleen maar slecht.

Er is niemand die goed doet.

2De Heer ziet alle mensen op aarde.

Vanuit de hemel kijkt hij

of er nog één mens wijs is,

één mens die zich houdt aan zijn wet.

3Maar ze zijn allemaal slecht,

slecht, oneerlijk en gemeen.

Er is niet één mens goed, niet één.

4Ze weten niet wat ze doen.

Ze onderdrukken het volk van de Heer

om er zelf beter van te worden.

En ze bidden niet tot hem.

God zal goede mensen helpen

5-6Maar nog even,

en ze worden bang, heel bang.

Nu nog lachen ze goede mensen uit.

Maar God zal goede mensen helpen,

bij de Heer zijn ze veilig.

7Laat er uit Sion redding komen voor Israël!

Als de Heer zijn volk helpt,

zal iedereen blij zijn.

Heel Israël zal juichen.

Door deze website verder te gebruiken ga je akkoord met plaatsing en gebruik van cookies door het NBG en derden conform onze privacyverklaring.[bericht verbergen]