Bijbel in Gewone Taal (BGT)
110

Psalm 110

1101Een lied van David.

De Heer geeft de koning macht

Dit zegt God tegen mijn heer:

‘Ga naast mij zitten, aan de rechterkant.

Ik zal je vijanden diep voor jou laten buigen.’

2De Heer die woont op de berg Sion,

geeft de koning macht en zegt:

‘Je zult heersen over je vijanden.

3Als de strijd begint, zal je volk klaarstaan.

Jonge mannen komen uit het oosten,

ze hebben schitterende kleren aan.’

4De Heer heeft plechtig aan de koning beloofd:

‘Jij zult voor altijd priester zijn,

een priester zoals Melchisedek was.’

En de Heer zal zich aan die belofte houden.

De Heer overwint alle vijanden

5De Heer zal de koning helpen.

Op de dag dat de Heer komt,

zal hij andere heersers vernietigen.

6Dan straft hij de volken.

Overal op aarde slaat hij koningen neer,

overal op aarde liggen dode lichamen.

7Hij is machtiger dan iedereen,

hij wint elke strijd.

111

Psalm 111

De Heer zorgt voor zijn volk

1111Halleluja!

Met heel mijn hart wil ik de Heer danken,

samen met zijn volk, in de tempel.

2Want hij heeft geweldige dingen gedaan.

Zijn daden geven mensen vreugde.

Laat niemand zijn wonderen vergeten!

3Alles wat de Heer doet, is mooi en goed,

hij is altijd rechtvaardig.

4De Heer doet wonderen, niemand mag ze vergeten.

Hij is vol liefde, hij is goed voor zijn volk.

5Hij zorgt voor mensen die hem dienen,

hij doet wat hij hun heeft beloofd.

6Hij gaf het land van anderen aan zijn volk.

Zo liet hij zijn macht zien.

Wijze mensen luisteren naar de Heer

7Wat de Heer doet, is goed en eerlijk.

Zijn wetten zijn betrouwbaar.

8Zijn regels veranderen nooit,

ze zijn eerlijk en rechtvaardig.

9De Heer heeft zijn volk bevrijd.

Hij heeft hun voor altijd zijn wetten gegeven.

De Heer is heilig,

iedereen moet hem eren.

10Mensen die wijs willen zijn,

moeten luisteren naar de Heer.

Mensen die zich houden aan zijn wetten,

zijn verstandig.

Altijd zullen mensen de Heer danken.

112

Psalm 112

De Heer maakt eerlijke mensen gelukkig

1121Halleluja!

Gelukkig zijn mensen die trouw zijn aan de Heer

en willen leven volgens zijn wetten.

2Hun kinderen hebben veel invloed,

de Heer maakt hen gelukkig.

3Het gaat goed met zulke mensen,

ze worden steeds rijker.

Alles wat ze doen, is goed.

4Ze helpen mensen die goed willen leven,

ze zijn voor hen als een licht in het donker.

Ze helpen mensen in nood,

ze zijn eerlijk en vol liefde.

Eerlijke mensen vertrouwen op de Heer

5Het gaat goed met mensen die geld weggeven

en daar niets voor terugvragen.

Het gaat goed met mensen die eerlijk zakendoen.

6Er zal hun geen kwaad overkomen.

Hun goedheid wordt nooit vergeten.

7Van slecht nieuws worden ze niet bang.

Ze vertrouwen op de Heer, ze twijfelen niet.

8Ze maken zich geen zorgen, ze hebben geen angst.

Ze weten dat ze zullen winnen van hun vijanden.

9Ze geven veel aan arme mensen,

alles wat ze doen, is goed.

Anderen hebben veel respect voor hen.

10Als slechte mensen dat zien,

worden ze kwaad.

Ze worden woedend,

want zij krijgen nooit wat ze willen.

Door deze website verder te gebruiken ga je akkoord met plaatsing en gebruik van cookies door het NBG en derden conform onze privacyverklaring.[bericht verbergen]