Bijbel in Gewone Taal (BGT)
104

Psalm 104

De Heer is machtig

1041Ik dank de Heer

vanuit het diepst van mijn hart.

Heer, mijn God, u bent machtig!

Alles rondom u is stralend en mooi.

2Overal om u heen is licht.

U hebt de hemel gemaakt,

strak gespannen als een tent.

3Hoog boven de hemel is uw paleis.

U rijdt op een wagen van wolken,

de wind blaast u vooruit.

4De wind is gehoorzaam aan u,

de bliksem doet wat u wilt.

De Heer heeft de aarde gemaakt

5U hebt de aarde stevig vastgezet,

zo blijft ze staan, voor altijd.

6Toen u de aarde maakte,

was er overal water,

zelfs hoog boven de bergen.

7Maar toen uw stem klonk,

vluchtte het water.

Het vluchtte weg voor de donder.

8Bergen kwamen tevoorschijn,

en rivieren stroomden in de dalen,

precies zoals u het bedacht had.

9U hebt grenzen gemaakt voor het water,

nooit meer zal het de aarde bedekken.

10U laat rivieren stromen,

ze stromen tussen de bergen door.

11Alle dieren komen er drinken,

ook wilde ezels vinden er water.

12Hoog in de bomen hebben vogels hun nest,

tussen de bladeren klinkt hun lied.

13U laat het regenen op de bergen,

zo wordt de aarde vruchtbaar en groen.

14U laat gras groeien voor de dieren,

graan en vruchten voor de mensen.

De aarde geeft goede dingen aan de mensen:

15brood dat hen sterk maakt,

wijn die hen vrolijk maakt,

olie die hun huid laat glanzen.

16Heer, uw bomen zijn altijd groen,

de hoge bomen die u geplant hebt.

17Daar maken vogels hun nesten,

ooievaars wonen in de hoogste takken.

18Berggeiten wonen hoog in de bergen,

andere dieren leven in de dalen.

Elk dier heeft zijn eigen plek.

De Heer heeft de dag en de nacht gemaakt

19U hebt de maan gemaakt

om het jaar in maanden te verdelen.

De zon gaat onder als u dat zegt,

20op uw tijd wordt het nacht.

Dieren in het bos worden dan wakker.

21De jonge leeuwen krijgen honger,

brullend vragen ze u om eten.

22Maar in de ochtend verdwijnen ze,

ze gaan weer terug naar hun plek.

23Mensen gaan dan aan het werk,

ze werken tot de avond.

De Heer heeft al het leven gemaakt

24Heer, wat hebt u veel gemaakt,

en wat is alles prachtig!

Overal op aarde is het te zien.

25In de zeeën zwemmen dieren,

groot en klein, ze zijn niet te tellen.

26Op het water varen schepen.

In de zee leeft Leviatan,

het monster dat u hebt gemaakt

om er voor uw plezier mee te spelen.

27Als mensen en dieren honger hebben,

wachten ze tot u ze voedsel geeft.

28U geeft ze te eten,

ze krijgen meer dan genoeg.

29Als u ze vergeet, worden ze doodsbang.

Als u hun adem wegneemt, sterven ze.

Dan blijft er niets van ze over.

30Maar door uw adem komt alles tot leven.

U maakt de hele aarde nieuw.

Ik zing voor de Heer

31Laat de macht van de Heer eeuwig duren.

Laat alles wat hij gemaakt heeft, hem vreugde geven.

32Als de Heer naar de aarde kijkt, beeft ze.

Als hij de bergen aanraakt, komt er rook uit.

33Ik zal zingen voor de Heer, zolang ik leef.

Ik zal zingen voor mijn God, zolang ik besta.

34Laat mijn lied hem vreugde geven,

want hij maakt me gelukkig.

35Slechte mensen zullen van de aarde verdwijnen.

Ze zullen niet langer bestaan.

Ik dank de Heer

vanuit het diepst van mijn hart.

Halleluja!

105

Psalm 105

Denk aan de wonderen van de Heer

1051Dank de Heer

en maak bekend wie hij is!

Vertel aan iedereen wat hij gedaan heeft,

2vertel over zijn wonderen.

Maak muziek en zing voor hem!

3Zing over de heilige God.

Laat zien hoe blij jullie zijn,

want jullie horen bij de Heer.

4Vraag altijd hulp aan de Heer,

hij is machtig.

Blijf steeds dicht bij hem.

5Denk aan zijn wonderen,

denk aan de tekens van zijn macht,

en aan de wetten die hij gegeven heeft.

Vergeet ze niet!

6Want jullie zijn nakomelingen van Abraham,

de dienaar van de Heer.

En jullie zijn nakomelingen van Jakob.

Jullie zijn door de Heer uitgekozen.

De Heer vergeet zijn beloftes nooit

7De Heer is onze God.

Zijn wetten gelden voor iedereen.

8Hij vergeet zijn beloftes nooit,

hij gaf zijn regels voor altijd.

9Alles wat hij aan Abraham en Isaak beloofde,

blijft altijd gelden.

10Ook aan Jakob beloofde de Heer zijn hulp.

11Hij zei: ‘Ik zal Kanaän aan jou geven.

Dat land zal voor altijd van jou zijn.’

De Heer beschermde zijn volk

12In het begin waren de Israëlieten een klein volk,

ze hadden nog geen eigen land.

13Ze gingen van plaats naar plaats,

van het ene koninkrijk naar het andere.

14God zorgde ervoor dat niemand hen onderdrukte.

Als een koning hen wilde aanvallen,

dan strafte God hem meteen.

15God zei: ‘Blijf weg van de leiders die ik heb uitgekozen.

Doe mijn profeten geen kwaad.’

De Heer stuurde Jozef naar Egypte

16De Heer liet hongersnood komen in Kanaän,

er was geen stukje brood meer te krijgen.

17Toen stuurde hij iemand om het volk te helpen:

Jozef, die eerst als slaaf verkocht was.

18Jozef kwam in de gevangenis in Egypte.

Om zijn voeten had hij een ketting,

om zijn hals zat een ijzeren band.

19Maar de Heer liet zien dat Jozef onschuldig was,

want er gebeurde wat Jozef voorspeld had.

20De machtige koning van Egypte liet hem vrij.

21Jozef kwam bij die koning in dienst

en zorgde voor het hele land.

22Jozef gaf opdrachten aan de ministers,

hij gaf raad aan alle wijze mannen.

De Heer stuurde Mozes en Aäron

23Toen kwam Jakob naar Egypte,

hij woonde daar een tijd als vreemdeling.

24God gaf hem veel nakomelingen.

Zo werd het volk van Israël groter,

ze werden sterker dan Egypte, hun vijand.

25Toen zorgde God ervoor

dat de Egyptenaren zijn volk gingen haten.

Ze mishandelden het volk van God.

26Daarom stuurde God zijn dienaar Mozes,

en God koos Aäron uit om met Mozes mee te gaan.

27Zij lieten aan de Egyptenaren zien

hoe machtig God is.

28Ze deden precies wat God gezegd had.

De Heer stuurde rampen naar Egypte

Toen liet God het overal donker worden.

29Hij veranderde het water van de rivieren in bloed,

hij liet alle vissen doodgaan.

30Overal in het land kwamen kikkers,

zelfs in de kamers van het paleis.

31God stuurde ook vliegen en muggen,

ze kwamen overal in het land.

32Hij stuurde hagelstenen in plaats van regen.

Hij liet het hele land afbranden.

33Hij vernietigde de wijngaarden en de vijgenbomen,

alle bomen in het land verwoestte hij.

34God stuurde ook sprinkhanen.

Het waren er ontelbaar veel.

35Ze aten alle planten van de akkers,

ze aten al het groen van de velden.

Israël vertrok uit Egypte

36Ten slotte doodde God alle sterke jongens van het land,

alle oudste zonen van de Egyptenaren.

37Toen liet God zijn volk uit Egypte vertrekken,

niemand van hen bleef achter.

Ze namen zilver en goud met zich mee.

38De Egyptenaren waren erg bang geworden.

Ze waren blij dat de Israëlieten weggingen.

39God beschermde zijn volk overdag met een wolk.

En ’s nachts zorgde hij met een vuur voor licht.

40Toen de Israëlieten om eten vroegen,

gaf hij ze vogels en brood uit de hemel.

Ze konden eten zo veel als ze wilden.

41Hij brak de rotsen open,

en er stroomde water uit.

Het stroomde als een rivier door de woestijn.

De Heer deed wat hij beloofd had

42De Heer was niet vergeten

wat hij aan Abraham beloofd had.

De Heer dacht aan die bijzondere belofte.

43Hij liet zijn volk vertrekken,

juichend gingen ze weg uit Egypte.

44Toen gaf de Heer hun het land van andere volken.

Ze kregen alles waarvoor anderen hadden gewerkt.

45Maar ze moesten wel leven volgens zijn regels,

ze moesten zich houden aan zijn wetten.

Halleluja!

106

Psalm 106

De Heer is machtig en goed

1061Halleluja!

Dank de Heer, want hij is goed.

Zijn liefde blijft altijd bestaan.

2Niemand kan al zijn daden beschrijven,

niemand is hem dankbaar genoeg.

Zo machtig en zo goed is hij.

3Gelukkig zijn mensen die leven volgens zijn regels,

die altijd het goede doen.

4Heer, u hebt uw volk lief.

Denk dan ook aan mij,

kom mij bevrijden!

5Dan zal ik net zo gelukkig zijn als uw volk.

Dan zal ik blij zijn,

samen met de mensen die bij u horen,

samen met hen zal ik juichen.

De Heer heeft onze voorouders gered

6Wij zijn niet gehoorzaam geweest aan de Heer.

We zijn schuldig, net als onze voorouders,

want we hebben verkeerde dingen gedaan.

7Toen onze voorouders in Egypte waren,

letten ze niet op de wonderen van de Heer,

en ze vergaten hoe trouw hij was.

Toen ze bij de Rietzee kwamen,

verzetten ze zich tegen hem.

8Toch heeft hij hen gered,

want hij wilde laten zien hoe goed hij is,

en hoeveel macht hij heeft.

9Hij gaf een bevel,

en het water van de Rietzee verdween.

De zee werd zo droog als de woestijn.

Zo liet hij zijn volk veilig verdergaan.

10De Heer redde hen van hun tegenstanders,

van de mensen die hen haatten.

11Het water bedekte hun vijanden,

ze verdronken allemaal.

De Israëlieten vergaten Gods wonderen

12Toen vertrouwden ze weer op God,

ze zongen liederen om hem te danken.

13Maar al snel vergaten ze

wat hij voor hen gedaan had.

Ze werden ongeduldig,

ze wilden niet wachten op zijn hulp.

14Toen ze in de woestijn waren,

wilden ze steeds meer eten hebben.

Ze wilden weten of God hun alles kon geven.

15Hij gaf ze eten, zo veel als ze wilden,

totdat ze er ziek van werden.

16In de woestijn werden ze jaloers op Mozes

en op Aäron, de priester van de Heer.

17Toen ging de aarde plotseling open,

en Datan, Abiram en hun vrienden verdwenen erin.

18Een vuur verbrandde die slechte mensen.

Ze stierven in de vlammen, allemaal.

19Bij de berg Sinai

maakten de Israëlieten een beeld van een stier,

en ze knielden voor dat beeld.

20Ze kozen niet voor hun machtige God,

maar ze kozen voor een beeld,

een beeld van een dier dat gras eet.

21Ze vergaten dat God hen gered had,

ze vergaten zijn grote daden in Egypte.

22Veel wonderen had hij daar gedaan,

zoals het grote wonder bij de Rietzee.

23Toen werd God kwaad op zijn volk,

en hij besloot hen te doden.

Maar Mozes, de vriend van God, verdedigde hen.

Daardoor verdween Gods woede.

De Israëlieten beledigden God

24Het volk wilde niet naar het mooie land Kanaän,

ze vertrouwden niet op Gods belofte.

25Boos zaten ze in hun tenten,

ze luisterden niet naar de Heer.

26Toen besloot God: Zo zeker als ik leef,

ik zal hen doden in de woestijn.

27Hun kinderen zal ik wegsturen

naar andere plekken op aarde.

28De Israëlieten gingen de god Baäl vereren.

Ze aten van de offers voor de doden.

29Zo beledigden ze God.

Daarom kregen ze een dodelijke ziekte.

30Maar Pinechas kwam hen helpen,

en de ziekte verdween.

31Daarom was Pinechas een goed mens.

En dat weet iedereen, voor altijd.

32-33Door in de woestijn om water te vragen,

verzette het volk zich opnieuw.

Ze maakten God weer boos.

Toen sprak Mozes tegen God

zonder eerst goed na te denken,

en God strafte hem daarvoor.

Ook in Kanaän was het volk ontrouw

34Toen de Israëlieten in Kanaän kwamen,

moesten ze van God de volken doden die daar woonden.

Maar dat deden ze niet.

35Ze trouwden met mensen van die volken,

en ze gingen verkeerd leven, net zoals zij.

36Ze knielden voor beelden van goden,

maar die brachten alleen maar ongeluk.

37-38Ze vermoordden onschuldige mensen,

zelfs hun eigen kinderen.

Ze offerden hen aan de goden van Kanaän.

Ze offerden hun zonen en dochters

om hulp te krijgen van geesten en goden.

Daardoor was het land niet langer heilig.

39Het volk was niet meer Gods heilige volk,

ze waren God niet meer trouw.

40De Heer werd kwaad op zijn volk,

zijn liefste bezit.

Hij begon hen te haten.

41Hij maakte andere volken sterker,

de tegenstanders werden de baas.

42De vijanden kregen de macht

en ze onderdrukten de Israëlieten.

De Heer bleef trouw

43Heel vaak bevrijdde de Heer zijn volk,

maar steeds weer maakten ze slechte plannen.

Het ging steeds slechter met hen,

en dat was hun eigen schuld.

44Maar de Heer zag dat ze het moeilijk hadden,

steeds weer hoorde hij hun geklaag.

45Hij dacht terug aan wat hij beloofd had,

en hij kreeg medelijden met zijn volk.

Zo veel hield hij van hen.

46Steeds weer zorgde hij ervoor

dat ook hun onderdrukkers medelijden met hen kregen.

Dank de Heer

47Heer, onze God, bevrijd ons!

Breng ons terug naar ons eigen land,

overal vandaan.

Dan zullen wij u danken,

u, onze heilige God.

Het zal een feest zijn om u te kunnen danken.

48Dank aan de Heer, de God van Israël,

nu en altijd.

Heel het volk moet zeggen: ‘Amen!’

Halleluja!

Door deze website verder te gebruiken ga je akkoord met plaatsing en gebruik van cookies door het NBG en derden conform onze privacyverklaring.[bericht verbergen]