Bijbel in Gewone Taal (BGT)
102

Psalm 102

1021Een gebed van iemand die bijna sterft van ellende. Hij vertelt aan de Heer hoe ongelukkig hij is.

Heer, ik roep om hulp

2Heer, hoor mijn gebed,

hoor hoe ik om hulp roep.

3Verberg u niet voor mij.

Ik ben in nood,

luister naar mij!

Ik roep naar u,

geef mij toch antwoord.

4Elke dag word ik zwakker,

mijn lichaam is heet van de koorts.

5Ik heb nergens kracht meer voor,

eten wil ik niet meer.

6Ik ben mager van verdriet,

je kunt bijna mijn botten zien.

7Ik ben alleen,

als een vogel in de woestijn,

als een uil in een verlaten huis.

8Ik lig wakker,

ik ben alleen,

als een eenzame vogel op het dak.

9Mijn vijanden lachen me uit.

Ze schelden en spotten, elke dag weer.

10Ik eet zand in plaats van brood.

Ik drink mijn eigen tranen,

zo veel verdriet heb ik.

11Want u bent woedend op mij!

Het is alsof ik afval ben,

alsof u mij hebt weggegooid.

12Mijn dagen gaan zomaar voorbij,

al mijn kracht is weg.

U bent koning, Heer

13Maar u bent voor eeuwig koning, Heer,

uw naam zal nooit vergeten worden.

14Laat ons zien dat u nog steeds van Sion houdt!

Het is nu tijd om uw stad te redden,

het is tijd voor vergeving.

15Want wij zijn uw volk,

wij houden van deze stad,

ook al is er veel verwoest,

ook al zien we alleen maar stenen en stof.

16-18Heer, uw volk zal om vergeving vragen,

en u zult luisteren naar hun gebed.

U zult Sion weer opbouwen

en laten zien hoe machtig u bent.

Dan zullen alle volken u vereren,

alle koningen op aarde zullen voor u buigen.

19-21Uw volk zit gevangen in verre landen,

ze zijn bang voor de dood.

Maar u zult omlaag kijken vanuit de hoge hemel

en zorgen voor uw mensen op aarde.

U zult hun gebed horen en hen bevrijden,

u zult uw volk een nieuw leven geven.

Dat moet worden opgeschreven voor hun kinderen,

dan kunnen ook zij over u zingen!

22-23Dan zullen alle volken naar Sion komen,

daar zullen ze u vereren.

Ze zullen vertellen over uw daden, Heer,

ze zullen zingen over uw macht.

God, u leeft voor altijd

24God, ik ben nog jong,

maar u hebt mijn kracht al weggenomen.

25God, zelf leeft u voor altijd.

Laat mij niet nu al sterven,

haal mij niet nu al weg uit het leven.

26Lang geleden hebt u de aarde vastgezet,

en u hebt ook de hemel gemaakt.

27De hemel en de aarde zullen verdwijnen,

maar u blijft altijd bestaan.

De hemel en de aarde zullen vergaan,

zoals oude kleren verslijten.

Niets blijft er van ze over.

28Maar u blijft altijd wie u bent,

u leeft voor altijd.

29Onze kinderen zullen in vrede leven,

en ook voor hun kinderen zult u zorgen.

103

Psalm 103

1031Een lied van David.

De Heer helpt mij

Ik dank de Heer,

ik dank de heilige Heer

vanuit het diepst van mijn hart.

2Ik dank hem voor alles wat hij heeft gedaan,

nooit zal ik dat vergeten.

3De Heer vergeeft al mijn zonden.

Hij geneest mij als ik ziek ben,

4hij laat me niet sterven.

Hij is goed voor mij,

hij houdt van mij.

5Hij maakt me weer sterk en gezond,

hij geeft me nieuwe kracht.

De liefde van de Heer is groot

6De Heer is goed voor mensen zonder macht,

hij helpt hen als ze onderdrukt worden.

7Aan Mozes vertelde hij zijn plan,

aan Israël liet hij zijn macht zien.

8De Heer is goed, hij vergeeft ons.

Geduldig en vol liefde is hij.

9Hij blijft niet altijd boos,

zijn woede gaat voorbij.

10Hij wordt niet boos om iedere fout,

hij straft ons niet zo streng als we verdienen.

11-12Hij doet onze schuld ver weg,

zo ver als het westen is van het oosten.

Want zijn liefde voor ons is groot,

zo groot als de hele wereld.

13De Heer houdt van zijn volk,

zoals een vader van zijn kinderen houdt.

14Want hij weet hoe we gemaakt zijn,

hij heeft ons zelf uit aarde gevormd.

De liefde van de Heer verdwijnt nooit

15Een mens leeft maar kort.

Hij is net als een bloem in het gras

die maar heel even bloeit.

16De wind gaat waaien en de bloem verdwijnt,

niemand weet meer waar hij stond.

17Maar de liefde van de Heer verdwijnt nooit.

Hij houdt van mensen die hem trouw zijn.

De Heer is goed voor hen,

en voor hun kinderen en kleinkinderen.

18Als ze maar doen wat hij wil,

als ze maar luisteren naar zijn woorden.

Dank de Heer

19De Heer in de hemel is koning,

hij regeert over alles.

20Machtige engelen, dank de Heer.

Jullie die hem dienen en hem gehoorzaam zijn,

dank de Heer.

21Dank de Heer,

zon, maan en sterren, die doen wat hij wil.

22Dank hem, heel de wereld!

Dank hem, in de hemel en op aarde.

Ik dank de Heer

vanuit het diepst van mijn hart!

104

Psalm 104

De Heer is machtig

1041Ik dank de Heer

vanuit het diepst van mijn hart.

Heer, mijn God, u bent machtig!

Alles rondom u is stralend en mooi.

2Overal om u heen is licht.

U hebt de hemel gemaakt,

strak gespannen als een tent.

3Hoog boven de hemel is uw paleis.

U rijdt op een wagen van wolken,

de wind blaast u vooruit.

4De wind is gehoorzaam aan u,

de bliksem doet wat u wilt.

De Heer heeft de aarde gemaakt

5U hebt de aarde stevig vastgezet,

zo blijft ze staan, voor altijd.

6Toen u de aarde maakte,

was er overal water,

zelfs hoog boven de bergen.

7Maar toen uw stem klonk,

vluchtte het water.

Het vluchtte weg voor de donder.

8Bergen kwamen tevoorschijn,

en rivieren stroomden in de dalen,

precies zoals u het bedacht had.

9U hebt grenzen gemaakt voor het water,

nooit meer zal het de aarde bedekken.

10U laat rivieren stromen,

ze stromen tussen de bergen door.

11Alle dieren komen er drinken,

ook wilde ezels vinden er water.

12Hoog in de bomen hebben vogels hun nest,

tussen de bladeren klinkt hun lied.

13U laat het regenen op de bergen,

zo wordt de aarde vruchtbaar en groen.

14U laat gras groeien voor de dieren,

graan en vruchten voor de mensen.

De aarde geeft goede dingen aan de mensen:

15brood dat hen sterk maakt,

wijn die hen vrolijk maakt,

olie die hun huid laat glanzen.

16Heer, uw bomen zijn altijd groen,

de hoge bomen die u geplant hebt.

17Daar maken vogels hun nesten,

ooievaars wonen in de hoogste takken.

18Berggeiten wonen hoog in de bergen,

andere dieren leven in de dalen.

Elk dier heeft zijn eigen plek.

De Heer heeft de dag en de nacht gemaakt

19U hebt de maan gemaakt

om het jaar in maanden te verdelen.

De zon gaat onder als u dat zegt,

20op uw tijd wordt het nacht.

Dieren in het bos worden dan wakker.

21De jonge leeuwen krijgen honger,

brullend vragen ze u om eten.

22Maar in de ochtend verdwijnen ze,

ze gaan weer terug naar hun plek.

23Mensen gaan dan aan het werk,

ze werken tot de avond.

De Heer heeft al het leven gemaakt

24Heer, wat hebt u veel gemaakt,

en wat is alles prachtig!

Overal op aarde is het te zien.

25In de zeeën zwemmen dieren,

groot en klein, ze zijn niet te tellen.

26Op het water varen schepen.

In de zee leeft Leviatan,

het monster dat u hebt gemaakt

om er voor uw plezier mee te spelen.

27Als mensen en dieren honger hebben,

wachten ze tot u ze voedsel geeft.

28U geeft ze te eten,

ze krijgen meer dan genoeg.

29Als u ze vergeet, worden ze doodsbang.

Als u hun adem wegneemt, sterven ze.

Dan blijft er niets van ze over.

30Maar door uw adem komt alles tot leven.

U maakt de hele aarde nieuw.

Ik zing voor de Heer

31Laat de macht van de Heer eeuwig duren.

Laat alles wat hij gemaakt heeft, hem vreugde geven.

32Als de Heer naar de aarde kijkt, beeft ze.

Als hij de bergen aanraakt, komt er rook uit.

33Ik zal zingen voor de Heer, zolang ik leef.

Ik zal zingen voor mijn God, zolang ik besta.

34Laat mijn lied hem vreugde geven,

want hij maakt me gelukkig.

35Slechte mensen zullen van de aarde verdwijnen.

Ze zullen niet langer bestaan.

Ik dank de Heer

vanuit het diepst van mijn hart.

Halleluja!