Bijbel in Gewone Taal (BGT)
8

Wijsheid spreekt over zichzelf

Wijsheid geeft de mensen lessen

81Wijsheid gaat naar de mensen toe. Ze komt iets belangrijks vertellen, iedereen moet het horen. 2De stem van Wijsheid klinkt overal: boven op de heuvels, langs de wegen, 3en bij de poorten van de stad. Overal hoor je haar stem. Ze roept:

4‘Mensen, luister allemaal naar mij! Ik ben Wijsheid, ik spreek jullie toe! 5Domme mensen, word toch eens verstandig! Dwaze mensen, denk toch eens na!

6Luister goed! Ik zeg waardevolle dingen, je kunt op mijn woorden vertrouwen. 7Want ik vertel alleen de waarheid, ik haat leugens. 8Alles wat ik zeg, is betrouwbaar. Niets is slecht of oneerlijk. 9Als je verstandig bent en inzicht hebt, zul je mijn woorden begrijpen. Dan zijn ze duidelijk en eenvoudig.

10Mijn lessen moeten belangrijker voor je zijn dan zilver, en mijn woorden waardevoller dan goud. 11Want ik ben meer waard dan edelstenen. Niets op de hele wereld is zo waardevol en belangrijk als ik, helemaal niets!

Wijsheid geeft mensen raad

12Ik ben Wijsheid. Ik ben altijd verstandig. Ik denk altijd goed na, en daarom heb ik inzicht. 13Ik heb eerbied voor de Heer, en daarom haat ik het kwaad. Ik heb een hekel aan trotse mensen, aan leugenaars en aan mensen die kwaad doen.

14Ik geef altijd goede raad. Ik zorg voor inzicht, ik geef kracht. 15-16Met mijn hulp kunnen koningen regeren en leiders heersen. Door mij weten bestuurders wat goed en eerlijk is, en zijn rechters rechtvaardig.

Wijsheid vertelt waar ze te vinden is

17Ik ben Wijsheid. Ik heb iedereen lief die mij liefheeft. Iedereen die mij zoekt, zal mij vinden. 18Ik kan mensen rijk en machtig maken. Ik kan hun een goed en eerlijk leven geven. 19Wat ik geef, is meer waard dan het mooiste zilver. Het is kostbaarder dan het zuiverste goud.

20Ik ben overal waar mensen eerlijk en goed met elkaar leven. 21Mensen die mij liefhebben, maak ik rijk. Ik geef ze kostbare schatten.

Wijsheid vertelt waar ze vandaan komt

22De Heer had mij, Wijsheid, al gemaakt voordat hij de hemel en de aarde maakte. 23Ik ben helemaal in het begin gemaakt. Nog voordat er iets anders was, nog voordat de aarde bestond.

24Ik was er al toen de zee er nog niet was. En toen er nog geen water door de rivieren stroomde. 25Ook de bergen bestonden nog niet, en er waren nog geen heuvels. 26De Heer had de aarde en de velden nog niet gemaakt. Er was nog geen zandkorrel te vinden.

27Ik was er al toen de Heer de hemel maakte. En toen hij een grens maakte tussen het water en de lucht. 28Ik was er al toen de Heer de wolken een plaats gaf aan de hemel. Ik was er al toen het water overal begon te stromen. 29Toen de Heer grenzen maakte voor de zee, en de zee hem moest gehoorzamen. Ik was er al toen de Heer de aarde stevig vastzette.

30Ik was zijn lieveling. Het was heerlijk om bij hem te zijn, elke dag opnieuw. 31Ik was blij met de aarde en met alle mensen!

Wijsheid wil je gelukkig maken

32Luister daarom goed naar mij! Ik ben Wijsheid. Als je naar mij luistert, zul je gelukkig zijn. 33Luister naar mijn lessen, dan word je wijs. Doe niet alsof je mijn lessen niet hoort. 34Zoek mij steeds weer op, en blijf in mijn buurt. Dan zul je gelukkig zijn.

35Als je mij zoekt en mij vindt, zul je leven. En de Heer zal van je houden. 36Maar als je mij niet zoekt, komt je leven in gevaar. Als je mij haat, zul je sterven.’

9

Wijsheid en Dwaasheid spreken

Wijsheid roept mensen

91Wijsheid heeft een huis gebouwd. Daar is plaats voor iedereen. 2Nu geeft ze een feest. Ze heeft het vlees gebraden, de wijn staat klaar en de tafel is gedekt. 3Ze heeft haar dienaressen naar de stad gestuurd. Die moeten de mensen uitnodigen. Ze moeten vanaf de stadsmuur roepen, zodat iedereen het kan horen: 4‘Domme mensen, luister naar Wijsheid. Kom toch naar haar toe! Mensen zonder verstand, luister! 5Kom naar Wijsheid toe, kom mee naar het feest. 6Blijf niet dom, leer hoe je wijs wordt! Want dan zullen jullie een goed leven krijgen.’

Wijsheid geeft je een lang leven

7Als je boos wordt op iemand die kwaad doet, word je zelf uitgelachen. Als je een slecht mens straft, word je zelf belachelijk gemaakt. 8Als je kritiek hebt op iemand die slecht is, zal hij je haten.

Maar als je kritiek hebt op een wijs mens, zal hij van je houden. 9Want iemand die al wijs is, wordt door kritiek nog wijzer. En iemand die goed en eerlijk is, zal nog meer inzicht krijgen.

10Je kunt alleen wijs worden als je eerbied hebt voor de Heer. Je kunt alleen inzicht krijgen als je vertrouwt op de heilige God.

11Als je naar Wijsheid luistert, zul je een lang leven hebben. 12Je hebt er dus voordeel van als je wijs bent. Maar je doet jezelf kwaad als je dom bent.

Dwaasheid roept mensen

13Dwaasheid kletst maar wat, ze is dom en ze begrijpt niets. 14Ze zit bij haar huis op een stoel, zodat iedereen haar kan zien. 15Ze roept naar iedereen die voorbijkomt: 16‘Domme mensen, kom toch naar mij toe! Mensen zonder verstand, luister! 17Alles wat verboden is, is heerlijk! Gestolen dingen zijn het lekkerst!’

18Maar als je naar Dwaasheid luistert, zul je sterven. Je zult in het land van de dood terechtkomen.

10

De spreuken van Salomo

101Hier volgen de spreuken van Salomo.

Spreuken over eerlijkheid

Wijze kinderen geven hun ouders vreugde,

maar dwaze kinderen doen hun ouders verdriet.

2Niemand wordt gelukkig van gestolen geld,

maar eerlijkheid redt mensen van de dood.

3De Heer geeft eerlijke mensen genoeg te eten,

maar aan hebberige mensen geeft hij niets.

Spreuken over hard werken

4Als je lui bent, zul je arm worden,

maar als je hard werkt, word je rijk.

5Je moet oogsten in de zomer.

Als je dan lui bent, moet je je schamen.

Spreuken over wijze woorden

6Goede mensen zullen lang en gelukkig leven.

Slechte mensen verbergen hun misdaden met mooie woorden.

7Aan goede mensen blijft iedereen met vreugde denken,

maar slechte mensen worden voor altijd vergeten.

8Als je wijs bent, houd je je aan de wetten van de Heer.

Als je domme dingen zegt, loopt het slecht met je af.

9Als je goed en eerlijk leeft, ben je veilig,

maar als je liegt en bedriegt, zul je gestraft worden.

10Als je mensen bedriegt, veroorzaak je ellende.

Als je domme dingen zegt, loopt het slecht met je af.

11De woorden van goede mensen zorgen voor een lang leven,

maar de woorden van slechte mensen doen kwaad.

12Haat zorgt voor ruzie.

Liefde bedekt alle fouten.

13Verstandige mensen zeggen wijze dingen.

Dwaze mensen zullen gestraft worden.

14Wijze mensen scheppen niet op over hun kennis.

Dwaze mensen kletsen veel, en dat veroorzaakt ellende.

15Rijke mensen zijn veilig,

maar arme mensen komen snel in gevaar.

16Goede mensen worden steeds gelukkiger,

maar slechte mensen worden steeds ongelukkiger.

17Als je luistert naar kritiek, zul je een gelukkig leven hebben,

maar als je daar niet naar luistert, loopt het verkeerd met je af.

Spreuken over goede woorden

18Als je roddelt over anderen, ben je schijnheilig.

Als je iemand beledigt, ben je een dwaas.

19Mensen die zomaar iets zeggen, doen snel domme dingen,

maar mensen die eerst rustig nadenken, zijn verstandig.

20De woorden van goede mensen zijn net zo kostbaar als zilver,

maar de gedachten van slechte mensen zijn niets waard.

21De woorden van goede mensen helpen anderen om te leven.

Domme mensen sterven door hun eigen domheid.

Spreuken over goede en slechte mensen

22Van hard werken alleen word je niet rijk,

je hebt de zegen van de Heer nodig.

23Dwaze mensen genieten van hun slechte daden,

maar wijze mensen genieten van hun wijsheid.

24Goede mensen krijgen alles wat ze willen,

maar slechte mensen krijgen juist wat ze niet willen.

25Bij rampen worden slechte mensen gedood,

maar goede mensen zijn altijd veilig.

26Een luie knecht brengt zijn baas schade toe,

net zoals azijn je tanden beschadigt,

en zoals rook slecht is voor je ogen.

27Mensen die eerbied hebben voor de Heer, zullen lang leven,

maar slechte mensen zullen jong sterven.

28Goede mensen weten dat ze gelukkig zullen zijn,

maar slechte mensen kunnen niets verwachten.

29De Heer beschermt mensen die eerlijk leven,

maar hij vernietigt mensen die kwaad doen.

30Goede mensen zijn altijd veilig,

maar slechte mensen zullen van de aarde verdwijnen.

Spreuken over wijze woorden

31Goede mensen spreken wijze woorden,

maar slechte mensen liegen en worden gestraft.

32Goede mensen zeggen altijd de juiste dingen,

maar slechte mensen vertellen alleen maar leugens.