Bijbel in Gewone Taal (BGT)

De spreuken van Salomo

101Hier volgen de spreuken van Salomo.

Spreuken over eerlijkheid

Wijze kinderen geven hun ouders vreugde,

maar dwaze kinderen doen hun ouders verdriet.

2Niemand wordt gelukkig van gestolen geld,

maar eerlijkheid redt mensen van de dood.

3De Heer geeft eerlijke mensen genoeg te eten,

maar aan hebberige mensen geeft hij niets.

Spreuken over hard werken

4Als je lui bent, zul je arm worden,

maar als je hard werkt, word je rijk.

5Je moet oogsten in de zomer.

Als je dan lui bent, moet je je schamen.

Spreuken over wijze woorden

6Goede mensen zullen lang en gelukkig leven.

Slechte mensen verbergen hun misdaden met mooie woorden.

7Aan goede mensen blijft iedereen met vreugde denken,

maar slechte mensen worden voor altijd vergeten.

8Als je wijs bent, houd je je aan de wetten van de Heer.

Als je domme dingen zegt, loopt het slecht met je af.

9Als je goed en eerlijk leeft, ben je veilig,

maar als je liegt en bedriegt, zul je gestraft worden.

10Als je mensen bedriegt, veroorzaak je ellende.

Als je domme dingen zegt, loopt het slecht met je af.

11De woorden van goede mensen zorgen voor een lang leven,

maar de woorden van slechte mensen doen kwaad.

12Haat zorgt voor ruzie.

Liefde bedekt alle fouten.

13Verstandige mensen zeggen wijze dingen.

Dwaze mensen zullen gestraft worden.

14Wijze mensen scheppen niet op over hun kennis.

Dwaze mensen kletsen veel, en dat veroorzaakt ellende.

15Rijke mensen zijn veilig,

maar arme mensen komen snel in gevaar.

16Goede mensen worden steeds gelukkiger,

maar slechte mensen worden steeds ongelukkiger.

17Als je luistert naar kritiek, zul je een gelukkig leven hebben,

maar als je daar niet naar luistert, loopt het verkeerd met je af.

Spreuken over goede woorden

18Als je roddelt over anderen, ben je schijnheilig.

Als je iemand beledigt, ben je een dwaas.

19Mensen die zomaar iets zeggen, doen snel domme dingen,

maar mensen die eerst rustig nadenken, zijn verstandig.

20De woorden van goede mensen zijn net zo kostbaar als zilver,

maar de gedachten van slechte mensen zijn niets waard.

21De woorden van goede mensen helpen anderen om te leven.

Domme mensen sterven door hun eigen domheid.

Spreuken over goede en slechte mensen

22Van hard werken alleen word je niet rijk,

je hebt de zegen van de Heer nodig.

23Dwaze mensen genieten van hun slechte daden,

maar wijze mensen genieten van hun wijsheid.

24Goede mensen krijgen alles wat ze willen,

maar slechte mensen krijgen juist wat ze niet willen.

25Bij rampen worden slechte mensen gedood,

maar goede mensen zijn altijd veilig.

26Een luie knecht brengt zijn baas schade toe,

net zoals azijn je tanden beschadigt,

en zoals rook slecht is voor je ogen.

27Mensen die eerbied hebben voor de Heer, zullen lang leven,

maar slechte mensen zullen jong sterven.

28Goede mensen weten dat ze gelukkig zullen zijn,

maar slechte mensen kunnen niets verwachten.

29De Heer beschermt mensen die eerlijk leven,

maar hij vernietigt mensen die kwaad doen.

30Goede mensen zijn altijd veilig,

maar slechte mensen zullen van de aarde verdwijnen.

Spreuken over wijze woorden

31Goede mensen spreken wijze woorden,

maar slechte mensen liegen en worden gestraft.

32Goede mensen zeggen altijd de juiste dingen,

maar slechte mensen vertellen alleen maar leugens.