Bijbel in Gewone Taal (BGT)
7

Een verhaal over een slechte vrouw

Denk aan alle wijze lessen

71Luister goed! Denk steeds aan mijn wijze lessen en regels. 2Onthoud de woorden die je gehoord hebt. Bewaar mijn lessen als een kostbare schat, dan zul je blijven leven. 3Denk voortdurend aan mijn lessen, draag ze mee in je hart.

4Wijsheid moet net zo belangrijk voor je zijn als je eigen zus. En inzicht net zo belangrijk als een goede vriend. 5Dan kunnen slechte vrouwen je geen kwaad doen, en je niet verleiden met hun mooie woorden.

Een jonge man wordt verleid

6-11Op een avond stond ik bij het raam van mijn huis. Ik keek naar buiten. De zon ging onder en het begon donker te worden.

Toen zag ik een groep jonge mannen op straat lopen. Eén van hen was dom en dwaas. Hij liep door de straten en kwam bij het huis van een slechte vrouw. Ze was een bedriegster. Ze was brutaal, ze schaamde zich nergens voor en ze leidde een leven vol plezier.

De slechte vrouw zag er verleidelijk uit. 12Ze liep altijd door de stad, op zoek naar mannen. 13Toen ze de jonge man zag, greep ze hem vast en kuste hem. Brutaal keek ze hem aan 14en zei: ‘Ik moest vandaag een offer aan God brengen. Dat heb ik gedaan, 15en daarom ben ik nu hier op straat. Ik zocht je en nu heb ik je gevonden.

16Op mijn bed liggen dure lakens. En ik heb mooie dekens uit Egypte, in allerlei kleuren. 17Ik heb er lekkere parfums overheen gedruppeld. Alles ruikt nu heerlijk! 18Kom, laten we dronken worden van de liefde. Laten we met elkaar vrijen tot de ochtend. 19Mijn man is niet thuis. Hij is op reis en ver weg. 20Hij heeft genoeg geld meegenomen, dus voorlopig komt hij nog niet thuis.’

De jonge man sterft

21Zo verleidde de slechte vrouw de jonge man met haar mooie woorden. Ze overtuigde hem met haar praatjes. 22En zonder na te denken ging de jonge man met haar mee. Hij liep zomaar achter haar aan. Net zoals een koe rustig achter de boer aan loopt naar het slachthuis.

23Door die slechte vrouw stierf de jonge man plotseling. Net zoals een vogel plotseling doodgaat als hij door een jager gevangen wordt.

Volg een slechte vrouw niet

24Luister goed! Luister aandachtig naar mijn wijze woorden. 25Volg zo’n slechte vrouw niet, laat je niet door haar verleiden! 26Anders zul je haar slachtoffer worden. Want door zo’n vrouw zijn al veel mannen gestorven. 27Als je meegaat naar haar huis, zul je sterven. Zij brengt je naar het land van de dood.

8

Wijsheid spreekt over zichzelf

Wijsheid geeft de mensen lessen

81Wijsheid gaat naar de mensen toe. Ze komt iets belangrijks vertellen, iedereen moet het horen. 2De stem van Wijsheid klinkt overal: boven op de heuvels, langs de wegen, 3en bij de poorten van de stad. Overal hoor je haar stem. Ze roept:

4‘Mensen, luister allemaal naar mij! Ik ben Wijsheid, ik spreek jullie toe! 5Domme mensen, word toch eens verstandig! Dwaze mensen, denk toch eens na!

6Luister goed! Ik zeg waardevolle dingen, je kunt op mijn woorden vertrouwen. 7Want ik vertel alleen de waarheid, ik haat leugens. 8Alles wat ik zeg, is betrouwbaar. Niets is slecht of oneerlijk. 9Als je verstandig bent en inzicht hebt, zul je mijn woorden begrijpen. Dan zijn ze duidelijk en eenvoudig.

10Mijn lessen moeten belangrijker voor je zijn dan zilver, en mijn woorden waardevoller dan goud. 11Want ik ben meer waard dan edelstenen. Niets op de hele wereld is zo waardevol en belangrijk als ik, helemaal niets!

Wijsheid geeft mensen raad

12Ik ben Wijsheid. Ik ben altijd verstandig. Ik denk altijd goed na, en daarom heb ik inzicht. 13Ik heb eerbied voor de Heer, en daarom haat ik het kwaad. Ik heb een hekel aan trotse mensen, aan leugenaars en aan mensen die kwaad doen.

14Ik geef altijd goede raad. Ik zorg voor inzicht, ik geef kracht. 15-16Met mijn hulp kunnen koningen regeren en leiders heersen. Door mij weten bestuurders wat goed en eerlijk is, en zijn rechters rechtvaardig.

Wijsheid vertelt waar ze te vinden is

17Ik ben Wijsheid. Ik heb iedereen lief die mij liefheeft. Iedereen die mij zoekt, zal mij vinden. 18Ik kan mensen rijk en machtig maken. Ik kan hun een goed en eerlijk leven geven. 19Wat ik geef, is meer waard dan het mooiste zilver. Het is kostbaarder dan het zuiverste goud.

20Ik ben overal waar mensen eerlijk en goed met elkaar leven. 21Mensen die mij liefhebben, maak ik rijk. Ik geef ze kostbare schatten.

Wijsheid vertelt waar ze vandaan komt

22De Heer had mij, Wijsheid, al gemaakt voordat hij de hemel en de aarde maakte. 23Ik ben helemaal in het begin gemaakt. Nog voordat er iets anders was, nog voordat de aarde bestond.

24Ik was er al toen de zee er nog niet was. En toen er nog geen water door de rivieren stroomde. 25Ook de bergen bestonden nog niet, en er waren nog geen heuvels. 26De Heer had de aarde en de velden nog niet gemaakt. Er was nog geen zandkorrel te vinden.

27Ik was er al toen de Heer de hemel maakte. En toen hij een grens maakte tussen het water en de lucht. 28Ik was er al toen de Heer de wolken een plaats gaf aan de hemel. Ik was er al toen het water overal begon te stromen. 29Toen de Heer grenzen maakte voor de zee, en de zee hem moest gehoorzamen. Ik was er al toen de Heer de aarde stevig vastzette.

30Ik was zijn lieveling. Het was heerlijk om bij hem te zijn, elke dag opnieuw. 31Ik was blij met de aarde en met alle mensen!

Wijsheid wil je gelukkig maken

32Luister daarom goed naar mij! Ik ben Wijsheid. Als je naar mij luistert, zul je gelukkig zijn. 33Luister naar mijn lessen, dan word je wijs. Doe niet alsof je mijn lessen niet hoort. 34Zoek mij steeds weer op, en blijf in mijn buurt. Dan zul je gelukkig zijn.

35Als je mij zoekt en mij vindt, zul je leven. En de Heer zal van je houden. 36Maar als je mij niet zoekt, komt je leven in gevaar. Als je mij haat, zul je sterven.’

9

Wijsheid en Dwaasheid spreken

Wijsheid roept mensen

91Wijsheid heeft een huis gebouwd. Daar is plaats voor iedereen. 2Nu geeft ze een feest. Ze heeft het vlees gebraden, de wijn staat klaar en de tafel is gedekt. 3Ze heeft haar dienaressen naar de stad gestuurd. Die moeten de mensen uitnodigen. Ze moeten vanaf de stadsmuur roepen, zodat iedereen het kan horen: 4‘Domme mensen, luister naar Wijsheid. Kom toch naar haar toe! Mensen zonder verstand, luister! 5Kom naar Wijsheid toe, kom mee naar het feest. 6Blijf niet dom, leer hoe je wijs wordt! Want dan zullen jullie een goed leven krijgen.’

Wijsheid geeft je een lang leven

7Als je boos wordt op iemand die kwaad doet, word je zelf uitgelachen. Als je een slecht mens straft, word je zelf belachelijk gemaakt. 8Als je kritiek hebt op iemand die slecht is, zal hij je haten.

Maar als je kritiek hebt op een wijs mens, zal hij van je houden. 9Want iemand die al wijs is, wordt door kritiek nog wijzer. En iemand die goed en eerlijk is, zal nog meer inzicht krijgen.

10Je kunt alleen wijs worden als je eerbied hebt voor de Heer. Je kunt alleen inzicht krijgen als je vertrouwt op de heilige God.

11Als je naar Wijsheid luistert, zul je een lang leven hebben. 12Je hebt er dus voordeel van als je wijs bent. Maar je doet jezelf kwaad als je dom bent.

Dwaasheid roept mensen

13Dwaasheid kletst maar wat, ze is dom en ze begrijpt niets. 14Ze zit bij haar huis op een stoel, zodat iedereen haar kan zien. 15Ze roept naar iedereen die voorbijkomt: 16‘Domme mensen, kom toch naar mij toe! Mensen zonder verstand, luister! 17Alles wat verboden is, is heerlijk! Gestolen dingen zijn het lekkerst!’

18Maar als je naar Dwaasheid luistert, zul je sterven. Je zult in het land van de dood terechtkomen.