Bijbel in Gewone Taal (BGT)
26

Nog meer spreuken met vergelijkingen

261Dwaze mensen horen niet geëerd te worden,

net zoals het niet hoort te sneeuwen in de zomer,

en niet hoort te regenen tijdens de oogst.

2Als iemand die onschuldig is, vervloekt wordt,

verdwijnt die vervloeking snel,

net zoals een mus snel wegvliegt,

en een zwaluw hoog aan de hemel verdwijnt.

3Dwaze mensen hebben straf nodig,

net zoals paarden teugels nodig hebben,

en ezels een zweep.

Spreuken over dwaze mensen

4Geef dwaze mensen geen dom antwoord,

want dan word je net zo dom als zij.

5Maar geef ze ook geen slim antwoord,

anders gaan ze denken dat ze wijs zijn.

6Als je een dwaas gebruikt als boodschapper,

doe je jezelf veel kwaad.

Het is alsof je je eigen voeten afhakt.

7Mensen zonder verstand kunnen geen wijze dingen zeggen,

net zoals mensen zonder benen niet kunnen lopen.

8Het is dom om dwaze mensen te bewonderen,

net zoals het dom is om een pijl vast te maken aan een boog.

9Niemand merkt het als een dwaas wijze woorden spreekt,

net zoals een dronken man niets merkt van een doorn in zijn hand.

10Het is dom om dwaze mensen voor je te laten werken,

of om iemand die je niet kent, in dienst te nemen,

net zoals het dom is om te schieten zonder te richten.

11Dwaze mensen doen steeds opnieuw domme dingen.

Ze lijken op honden die teruggaan naar hun eigen braaksel.

12Er is meer hoop voor dwaze mensen,

dan voor mensen die zichzelf heel wijs vinden.

Spreuken over luie mensen

13Luie mensen bedenken van alles om niet te hoeven werken.

Ze zeggen bijvoorbeeld: ‘Het is te gevaarlijk op straat!’

14Luie mensen zitten vast aan hun bed,

net zoals deuren vastzitten aan de deurpost.

15Luie mensen scheppen het eten wel uit de pan,

maar ze zijn te lui om het in hun mond te stoppen.

16Luie mensen denken dat ze wijzer zijn dan iedereen.

Spreuken over domheid

17Bemoei je niet met de ruzie van anderen.

Dat is net zo dom als een hond zomaar aan zijn oren trekken.

18-19Het is verkeerd om een vriend te bedriegen

en dan te zeggen: ‘Het was maar een grap.’

Dat is net zo slecht als mensen zomaar vermoorden.

Spreuken over ruziemaken

20Een ruzie houdt op als de ruziezoeker weg is,

net zoals vuur uitgaat als er geen hout meer is.

21Een ruziezoeker laat een ruzie steeds erger worden,

net zoals kolen en hout een vuur harder laten branden.

22Mensen luisteren graag naar roddels,

net zoals ze graag zoete dingen eten.

Spreuken over slechte plannen

23Mooie woorden kunnen slechte gedachten verbergen,

net zoals een laagje zilver een lelijke vaas kan verbergen.

24Mensen kunnen hun haat verbergen met mooie woorden,

maar toch blijven ze anderen bedriegen.

25Dus geloof hun vriendelijke woorden niet,

want in hun hart zijn ze slecht.

26Ook al verbergen ze hun haat nog zo goed,

uiteindelijk blijkt dat ze alleen maar kwaad willen.

27Iemand die een kuil graaft voor een ander, valt er zelf in.

Iemand die een ander met een steen wil verpletteren,

wordt zelf door die steen verpletterd.

28Als je kwaadspreekt over anderen, heb je geen respect voor hen.

Als je hen met mooie woorden verleidt, veroorzaak je ellende.

27

Spreuken over te veel praten

271Praat niet te veel over je plannen voor morgen,

want je weet nooit wat er morgen gebeurt.

2Vertel niet te veel goede dingen over jezelf.

Het is beter als een ander dat doet.

Spreuken over boosheid

3De ellende die dwaze mensen veroorzaken, is een zware last,

zwaarder dan een rotsblok of een zak zand.

4Boosheid en woede zijn verschrikkelijk,

maar jaloezie is nog erger, die maakt mensen kapot.

5Je hebt meer aan iemand die zegt wat je verkeerd doet,

dan aan iemand die zwijgt omdat hij van je houdt.

6Je hebt meer aan een vriend die boos op je is,

dan aan een vijand die heel vriendelijk tegen je doet.

7Als je een volle maag hebt, weiger je zelfs het lekkerste eten,

maar als je honger hebt, eet je alles.

8Iemand die ver van huis is,

lijkt op een vogel die ver van zijn nest is.

Spreuken over wat mensen blij maakt

9Van echte vriendschap word je gelukkig,

nog gelukkiger dan van de geur van parfum of wierook.

10Je hebt niet altijd iets aan je familie als je het moeilijk hebt.

Wees daarom zuinig op de vrienden van jezelf en van je familie.

Je hebt meer aan een vriend in de buurt dan aan familie ver weg.

11Luister goed!

Word wijs, dan maak je je ouders blij.

Dan kunnen ze zich verdedigen als er iemand over je klaagt.

Spreuken met wijze lessen

12Verstandige mensen beschermen zichzelf tegen gevaar,

maar onverstandige mensen zien geen gevaar en worden gestraft.

13Wees niet zo dom om geld te lenen aan een onbekende,

ook al geeft hij je een bewijs van zijn schuld.

Aan dat bewijs heb je niets,

je ziet je geld toch nooit meer terug.

14Begroet mensen ’s ochtends niet te vrolijk,

want dan worden ze boos op je.

15Een vrouw die ruziemaakt, geeft veel ellende,

net als een dak dat altijd lekt als het regent.

16Je kunt zo’n vrouw niet rustig krijgen.

Het is nog makkelijker om de wind te vangen,

of om olie vast te houden in je hand.

17Mensen worden wijzer door met elkaar om te gaan,

net zoals messen scherper worden door ze aan elkaar te slijpen.

18Als je een fruitboom goed verzorgt, krijg je veel vruchten.

En als je goed voor je baas zorgt, word je goed beloond.

19Als je in het water kijkt, zie je je gezicht.

Als je in iemands hart kijkt, zie je zijn karakter.

20Mensen willen altijd meer, het is nooit genoeg,

net zoals het land van de dood nooit vol raakt.

21Uit het oordeel van anderen blijkt hoe goed je bent,

net zoals in de oven blijkt hoe zuiver goud en zilver zijn.

22Een dwaas blijft altijd dom,

het maakt niet uit hoe hard je hem slaat.

Zorg goed voor je schapen en geiten

23-24Je zult niet altijd rijk zijn, en je zult niet altijd macht hebben. Zorg daarom goed voor je schapen en geiten, let goed op je dieren. 25-26Dan heb je altijd kleren en eten, en ook gras voor je dieren in ieder seizoen. Je kunt kleren maken van de wol van je schapen. Je kunt je bokken verkopen om een stuk land te kopen. 27En je geiten zullen melk geven, genoeg voor jou, je familie en al je dienaren.

28

Spreuken over slecht leven

281Slechte mensen vertrouwen niemand,

maar goede mensen voelen zich altijd veilig.

2Als een volk in opstand komt, willen veel mensen het land leiden,

maar alleen iemand die wijs is, kan voor echte vrede zorgen.

3Iemand die arm geworden is en dan zelf de armen onderdrukt,

is erger dan harde regen die de oogst vernielt.

4Mensen die niet leven volgens de wet, houden van slechte mensen,

maar mensen die aan de wet gehoorzaam zijn, haten hen.

5Slechte mensen begrijpen niet wat goed en eerlijk is,

maar mensen die de Heer dienen, weten dat heel goed.

Spreuken over eerlijkheid en rijkdom

6Je kunt beter arm zijn en eerlijk,

dan rijk en oneerlijk.

7Als je je houdt aan wat je geleerd hebt, ben je verstandig.

Als je omgaat met slechte mensen, doe je je ouders verdriet.

8Als je op een oneerlijke manier steeds rijker wordt,

gaat je geld uiteindelijk naar mensen die goed zijn voor de armen.

9Als je je niet houdt aan de wet,

luistert de Heer niet naar je gebed.

10Als je goede mensen verleidt om kwaad te doen,

treft dat kwaad jezelf.

Maar als je goed en eerlijk leeft, zul je gelukkig worden.

11Rijke mensen denken dat ze heel wijs zijn,

maar arme mensen met inzicht weten dat dat niet zo is.

12Goede heersers maken het volk gelukkig,

maar slechte heersers maken het volk bang.

13Als je je fouten niet toegeeft, krijg je ellende,

maar als je echt spijt hebt, krijg je vergeving.

14Het zal goed gaan met mensen die eerbied hebben voor de Heer,

maar het loopt slecht af met mensen die niet doen wat hij wil.

Spreuken over slechte heersers

15Een slechte heerser die zwakke mensen onderdrukt,

is net zo gevaarlijk als een brullende leeuw of een hongerige beer.

16Een dwaze heerser onderdrukt zijn volk.

Een rechtvaardige heerser zal lang regeren.

Spreuken over goed en eerlijk leven

17Iemand die een ander vermoord heeft, zal zelf willen sterven.

Houd hem dan niet tegen.

18Als je goed en eerlijk leeft, zul je veilig zijn,

maar als je slecht leeft, zal het verkeerd met je aflopen.

19Als je hard werkt op je akker, heb je genoeg te eten,

maar als je zinloze dingen doet, word je arm.

20Eerlijke mensen zullen een gelukkig leven hebben,

maar mensen die snel rijk willen zijn, worden gestraft.

21Je moet de één niet meer geven dan de ander,

ook niet in ruil voor een klein geschenk.

22Mensen die gierig zijn, willen steeds rijker worden.

Ze weten niet dat ze uiteindelijk juist arm worden.

23Je krijgt meer respect als je eerlijke kritiek geeft,

dan wanneer je alleen maar aardig doet.

24Als je steelt van je ouders en denkt: Dat kan best,

dan ben je net zo slecht als een moordenaar.

25Mensen die gierig zijn, veroorzaken ruzie.

Mensen die vertrouwen op de Heer, worden rijk.

26Als je alleen op jezelf vertrouwt, ben je een dwaas,

maar als je op wijsheid vertrouwt, ben je altijd veilig.

27Als je arme mensen geld geeft, zul je het altijd goed hebben,

maar als je hun voorbijloopt, krijg je ellende.

28Als er slechte heersers zijn, verbergen goede mensen zich,

maar als die heersers sterven, komen de goede mensen aan de macht.