Bijbel in Gewone Taal (BGT)
27

Spreuken over te veel praten

271Praat niet te veel over je plannen voor morgen,

want je weet nooit wat er morgen gebeurt.

2Vertel niet te veel goede dingen over jezelf.

Het is beter als een ander dat doet.

Spreuken over boosheid

3De ellende die dwaze mensen veroorzaken, is een zware last,

zwaarder dan een rotsblok of een zak zand.

4Boosheid en woede zijn verschrikkelijk,

maar jaloezie is nog erger, die maakt mensen kapot.

5Je hebt meer aan iemand die zegt wat je verkeerd doet,

dan aan iemand die zwijgt omdat hij van je houdt.

6Je hebt meer aan een vriend die boos op je is,

dan aan een vijand die heel vriendelijk tegen je doet.

7Als je een volle maag hebt, weiger je zelfs het lekkerste eten,

maar als je honger hebt, eet je alles.

8Iemand die ver van huis is,

lijkt op een vogel die ver van zijn nest is.

Spreuken over wat mensen blij maakt

9Van echte vriendschap word je gelukkig,

nog gelukkiger dan van de geur van parfum of wierook.

10Je hebt niet altijd iets aan je familie als je het moeilijk hebt.

Wees daarom zuinig op de vrienden van jezelf en van je familie.

Je hebt meer aan een vriend in de buurt dan aan familie ver weg.

11Luister goed!

Word wijs, dan maak je je ouders blij.

Dan kunnen ze zich verdedigen als er iemand over je klaagt.

Spreuken met wijze lessen

12Verstandige mensen beschermen zichzelf tegen gevaar,

maar onverstandige mensen zien geen gevaar en worden gestraft.

13Wees niet zo dom om geld te lenen aan een onbekende,

ook al geeft hij je een bewijs van zijn schuld.

Aan dat bewijs heb je niets,

je ziet je geld toch nooit meer terug.

14Begroet mensen ’s ochtends niet te vrolijk,

want dan worden ze boos op je.

15Een vrouw die ruziemaakt, geeft veel ellende,

net als een dak dat altijd lekt als het regent.

16Je kunt zo’n vrouw niet rustig krijgen.

Het is nog makkelijker om de wind te vangen,

of om olie vast te houden in je hand.

17Mensen worden wijzer door met elkaar om te gaan,

net zoals messen scherper worden door ze aan elkaar te slijpen.

18Als je een fruitboom goed verzorgt, krijg je veel vruchten.

En als je goed voor je baas zorgt, word je goed beloond.

19Als je in het water kijkt, zie je je gezicht.

Als je in iemands hart kijkt, zie je zijn karakter.

20Mensen willen altijd meer, het is nooit genoeg,

net zoals het land van de dood nooit vol raakt.

21Uit het oordeel van anderen blijkt hoe goed je bent,

net zoals in de oven blijkt hoe zuiver goud en zilver zijn.

22Een dwaas blijft altijd dom,

het maakt niet uit hoe hard je hem slaat.

Zorg goed voor je schapen en geiten

23-24Je zult niet altijd rijk zijn, en je zult niet altijd macht hebben. Zorg daarom goed voor je schapen en geiten, let goed op je dieren. 25-26Dan heb je altijd kleren en eten, en ook gras voor je dieren in ieder seizoen. Je kunt kleren maken van de wol van je schapen. Je kunt je bokken verkopen om een stuk land te kopen. 27En je geiten zullen melk geven, genoeg voor jou, je familie en al je dienaren.

28

Spreuken over slecht leven

281Slechte mensen vertrouwen niemand,

maar goede mensen voelen zich altijd veilig.

2Als een volk in opstand komt, willen veel mensen het land leiden,

maar alleen iemand die wijs is, kan voor echte vrede zorgen.

3Iemand die arm geworden is en dan zelf de armen onderdrukt,

is erger dan harde regen die de oogst vernielt.

4Mensen die niet leven volgens de wet, houden van slechte mensen,

maar mensen die aan de wet gehoorzaam zijn, haten hen.

5Slechte mensen begrijpen niet wat goed en eerlijk is,

maar mensen die de Heer dienen, weten dat heel goed.

Spreuken over eerlijkheid en rijkdom

6Je kunt beter arm zijn en eerlijk,

dan rijk en oneerlijk.

7Als je je houdt aan wat je geleerd hebt, ben je verstandig.

Als je omgaat met slechte mensen, doe je je ouders verdriet.

8Als je op een oneerlijke manier steeds rijker wordt,

gaat je geld uiteindelijk naar mensen die goed zijn voor de armen.

9Als je je niet houdt aan de wet,

luistert de Heer niet naar je gebed.

10Als je goede mensen verleidt om kwaad te doen,

treft dat kwaad jezelf.

Maar als je goed en eerlijk leeft, zul je gelukkig worden.

11Rijke mensen denken dat ze heel wijs zijn,

maar arme mensen met inzicht weten dat dat niet zo is.

12Goede heersers maken het volk gelukkig,

maar slechte heersers maken het volk bang.

13Als je je fouten niet toegeeft, krijg je ellende,

maar als je echt spijt hebt, krijg je vergeving.

14Het zal goed gaan met mensen die eerbied hebben voor de Heer,

maar het loopt slecht af met mensen die niet doen wat hij wil.

Spreuken over slechte heersers

15Een slechte heerser die zwakke mensen onderdrukt,

is net zo gevaarlijk als een brullende leeuw of een hongerige beer.

16Een dwaze heerser onderdrukt zijn volk.

Een rechtvaardige heerser zal lang regeren.

Spreuken over goed en eerlijk leven

17Iemand die een ander vermoord heeft, zal zelf willen sterven.

Houd hem dan niet tegen.

18Als je goed en eerlijk leeft, zul je veilig zijn,

maar als je slecht leeft, zal het verkeerd met je aflopen.

19Als je hard werkt op je akker, heb je genoeg te eten,

maar als je zinloze dingen doet, word je arm.

20Eerlijke mensen zullen een gelukkig leven hebben,

maar mensen die snel rijk willen zijn, worden gestraft.

21Je moet de één niet meer geven dan de ander,

ook niet in ruil voor een klein geschenk.

22Mensen die gierig zijn, willen steeds rijker worden.

Ze weten niet dat ze uiteindelijk juist arm worden.

23Je krijgt meer respect als je eerlijke kritiek geeft,

dan wanneer je alleen maar aardig doet.

24Als je steelt van je ouders en denkt: Dat kan best,

dan ben je net zo slecht als een moordenaar.

25Mensen die gierig zijn, veroorzaken ruzie.

Mensen die vertrouwen op de Heer, worden rijk.

26Als je alleen op jezelf vertrouwt, ben je een dwaas,

maar als je op wijsheid vertrouwt, ben je altijd veilig.

27Als je arme mensen geld geeft, zul je het altijd goed hebben,

maar als je hun voorbijloopt, krijg je ellende.

28Als er slechte heersers zijn, verbergen goede mensen zich,

maar als die heersers sterven, komen de goede mensen aan de macht.

29

Spreuken over goed leven

291Als je vaak gewaarschuwd bent en toch eigenwijs blijft,

zul je plotseling sterven, en niemand kan dat tegenhouden.

2Goede heersers maken het volk gelukkig,

maar slechte heersers maken het volk ongelukkig.

3Wijze mensen geven hun ouders vreugde,

maar mannen die omgaan met hoeren, doen hun ouders verdriet.

Zij maken al het geld van hun ouders op.

4Een goede en eerlijke koning maakt zijn land sterk,

maar een oneerlijke koning maakt zijn land kapot.

Spreuken over dwaas en slecht leven

5Als je alleen maar aardig bent voor iemand,

ben je niet eerlijk en bedrieg je hem.

6Slechte mensen komen in gevaar door hun eigen kwaad.

Goede mensen zullen juichen en vrolijk zijn.

7Goede mensen verdedigen arme mensen,

maar slechte mensen laten arme mensen in de steek.

8Ruziezoekers maken een stad onrustig,

maar wijze mensen zorgen voor rust.

9Wijze mensen moeten niet met dwaze mensen in discussie gaan,

want die zullen alleen maar schreeuwen en dom lachen.

10Moordenaars haten mensen die eerlijk zijn,

maar goede mensen beschermen eerlijke mensen juist.

11Dwaze mensen worden meteen woedend,

maar wijze mensen blijven altijd rustig.

12Als een heerser luistert naar leugens,

worden ook zijn dienaren onbetrouwbaar.

13De Heer geeft het leven aan iedereen,

aan arme mensen en aan mensen die armen onderdrukken.

14Een koning die zwakke mensen eerlijk behandelt,

blijft altijd aan de macht.

Spreuken over straffen

15Als kinderen straf krijgen, worden ze wijs.

Maar als kinderen niet gestraft worden,

zullen hun ouders zich later voor hen schamen.

16Als er slechte leiders zijn, komt er steeds meer misdaad.

Maar die leiders zullen gestraft worden,

en dan zijn goede mensen blij.

17Als je je kinderen straft,

zullen ze je later vreugde geven.

En dan hoef je geen zorgen om hen te hebben.

18Als er geen profeten zijn, gaan de mensen slecht leven.

Als mensen zich aan de wet houden, worden ze gelukkig.

Spreuken over slaven

19Je maakt een slaaf niet gehoorzaam door met hem te praten.

Hij hoort je misschien wel, maar hij verandert zijn gedrag niet.

20Er is meer hoop voor dwaze mensen,

dan voor mensen die altijd meteen beginnen te praten.

21Als je een slaaf verwent vanaf zijn jeugd,

zal hij later brutaal worden.

Spreuken over slechte mensen

22Mensen die snel boos worden,

beledigen vaak anderen en zorgen voor veel ruzie.

23Mensen die zichzelf geweldig vinden, zullen het moeilijk hebben,

maar mensen die bescheiden zijn, krijgen respect.

24Mensen die dieven helpen, brengen zichzelf in de problemen.

Ze weten dat ze gestraft zullen worden,

maar toch zwijgen ze over de dieven.

Spreuken over vertrouwen op de Heer

25Je hoeft niet bang te zijn voor andere mensen.

Vertrouw op de Heer, dan ben je veilig.

26Iedereen vertrouwt op de koning,

maar je kunt beter op de Heer vertrouwen,

want hij is rechtvaardig.

27Goede mensen haten slechte mensen,

en slechte mensen haten goede mensen.

Door deze website verder te gebruiken ga je akkoord met plaatsing en gebruik van cookies door het NBG en derden conform onze privacyverklaring.[bericht verbergen]