Bijbel in Gewone Taal (BGT)
25

Nog meer spreuken van Salomo

251Hier volgen nog meer spreuken van koning Salomo. Ze zijn verzameld door de dienaren van Hizkia, de koning van Juda.

Spreuken over de koning

2Je moet God eren omdat hij dingen verborgen houdt,

en je moet de koning eren omdat hij dingen bekendmaakt.

3Drie dingen zijn nooit helemaal te begrijpen:

hoe hoog de hemel is,

hoe diep het land van de dood is,

en wat de koning in zijn hart denkt.

4Een smid kan pas een mooie vaas van zilver maken,

als hij het zilver eerst zuiver gemaakt heeft.

5Net zo kan een koning pas goed en eerlijk heersen,

als hij eerst de slechte mensen uit zijn volk weggestuurd heeft.

6Wees bescheiden als je bij de koning bent,

ga niet op de plaats van belangrijke mensen zitten.

7Want het is beter dat de koning je naar voren haalt,

dan dat hij je van je plaats wegstuurt.

Spreuken over rechtszaken

Als je denkt dat iemand een misdaad gepleegd heeft,

8ga dan niet te snel naar de rechter.

Want stel dat die persoon het niet gedaan heeft,

dan zal hij jou belachelijk maken.

9Als je tegen iemand een rechtszaak begint,

vertel dan geen geheimen over hem aan anderen.

10Want als mensen merken dat je roddelt,

zullen ze geen respect meer voor je hebben.

Spreuken over goede woorden

11De juiste woorden op het juiste moment zijn prachtig,

net als gouden appels op een zilveren schaal.

12Een goed advies is heel waardevol,

net als een mooie ring van zuiver goud.

13Een betrouwbare boodschapper maakt zijn baas blij,

net zoals ijskoud water op een warme dag mensen blij maakt.

14Het is vervelend als mensen dingen beloven, maar ze niet doen,

net zo vervelend als regenwolken die geen regen brengen.

15Met geduld kun je zelfs een heerser overtuigen,

met vriendelijke woorden maak je zelfs een vijand kalm.

Spreuken over wat goed voor je is

16Eet niet te veel lekkere dingen.

Anders word je misselijk en moet je overgeven.

17Ga niet elke dag op bezoek bij een vriend,

want als hij je te vaak ziet, krijgt hij een hekel aan je.

18Het is slecht om iemand vals te beschuldigen.

Dat is even erg als wanneer je hem aanvalt met wapens.

Spreuken met vergelijkingen

19Vertrouw niet op slechte mensen als je in moeilijkheden bent.

Dat is net zo dom als proberen te eten zonder tanden,

of als lopen met een gebroken voet.

20Zing geen vrolijke liedjes voor iemand die verdrietig is.

Dat is net zo gemeen als iemands jas afpakken in de winter,

of als azijn gieten in een open wond.

21Als je vijand honger heeft, geef hem dan te eten,

en als hij dorst heeft, geef hem dan te drinken.

22Want zo laat je hem zien dat hij straf verdient,

en jij zult beloond worden door de Heer.

23Storm uit het noorden zorgt voor harde regen,

net zoals roddels zorgen voor boze blikken.

24Je kunt beter op een hoekje van het dak wonen,

dan in een huis met een vrouw die ruzie zoekt.

25Een goed bericht uit een ver land is altijd fijn,

net zoals koud water voor iemand die dorst heeft.

26Goede mensen die zich laten verleiden door slechte mensen,

zijn net zo waardeloos als een bron met vies of giftig water.

27Het is niet goed om steeds waardering te zoeken,

net zoals het niet goed is om veel lekkere dingen te eten.

28Iemand die snel kwaad is, wordt makkelijk aangevallen,

net als een stad met slechte muren.

26

Nog meer spreuken met vergelijkingen

261Dwaze mensen horen niet geëerd te worden,

net zoals het niet hoort te sneeuwen in de zomer,

en niet hoort te regenen tijdens de oogst.

2Als iemand die onschuldig is, vervloekt wordt,

verdwijnt die vervloeking snel,

net zoals een mus snel wegvliegt,

en een zwaluw hoog aan de hemel verdwijnt.

3Dwaze mensen hebben straf nodig,

net zoals paarden teugels nodig hebben,

en ezels een zweep.

Spreuken over dwaze mensen

4Geef dwaze mensen geen dom antwoord,

want dan word je net zo dom als zij.

5Maar geef ze ook geen slim antwoord,

anders gaan ze denken dat ze wijs zijn.

6Als je een dwaas gebruikt als boodschapper,

doe je jezelf veel kwaad.

Het is alsof je je eigen voeten afhakt.

7Mensen zonder verstand kunnen geen wijze dingen zeggen,

net zoals mensen zonder benen niet kunnen lopen.

8Het is dom om dwaze mensen te bewonderen,

net zoals het dom is om een pijl vast te maken aan een boog.

9Niemand merkt het als een dwaas wijze woorden spreekt,

net zoals een dronken man niets merkt van een doorn in zijn hand.

10Het is dom om dwaze mensen voor je te laten werken,

of om iemand die je niet kent, in dienst te nemen,

net zoals het dom is om te schieten zonder te richten.

11Dwaze mensen doen steeds opnieuw domme dingen.

Ze lijken op honden die teruggaan naar hun eigen braaksel.

12Er is meer hoop voor dwaze mensen,

dan voor mensen die zichzelf heel wijs vinden.

Spreuken over luie mensen

13Luie mensen bedenken van alles om niet te hoeven werken.

Ze zeggen bijvoorbeeld: ‘Het is te gevaarlijk op straat!’

14Luie mensen zitten vast aan hun bed,

net zoals deuren vastzitten aan de deurpost.

15Luie mensen scheppen het eten wel uit de pan,

maar ze zijn te lui om het in hun mond te stoppen.

16Luie mensen denken dat ze wijzer zijn dan iedereen.

Spreuken over domheid

17Bemoei je niet met de ruzie van anderen.

Dat is net zo dom als een hond zomaar aan zijn oren trekken.

18-19Het is verkeerd om een vriend te bedriegen

en dan te zeggen: ‘Het was maar een grap.’

Dat is net zo slecht als mensen zomaar vermoorden.

Spreuken over ruziemaken

20Een ruzie houdt op als de ruziezoeker weg is,

net zoals vuur uitgaat als er geen hout meer is.

21Een ruziezoeker laat een ruzie steeds erger worden,

net zoals kolen en hout een vuur harder laten branden.

22Mensen luisteren graag naar roddels,

net zoals ze graag zoete dingen eten.

Spreuken over slechte plannen

23Mooie woorden kunnen slechte gedachten verbergen,

net zoals een laagje zilver een lelijke vaas kan verbergen.

24Mensen kunnen hun haat verbergen met mooie woorden,

maar toch blijven ze anderen bedriegen.

25Dus geloof hun vriendelijke woorden niet,

want in hun hart zijn ze slecht.

26Ook al verbergen ze hun haat nog zo goed,

uiteindelijk blijkt dat ze alleen maar kwaad willen.

27Iemand die een kuil graaft voor een ander, valt er zelf in.

Iemand die een ander met een steen wil verpletteren,

wordt zelf door die steen verpletterd.

28Als je kwaadspreekt over anderen, heb je geen respect voor hen.

Als je hen met mooie woorden verleidt, veroorzaak je ellende.

27

Spreuken over te veel praten

271Praat niet te veel over je plannen voor morgen,

want je weet nooit wat er morgen gebeurt.

2Vertel niet te veel goede dingen over jezelf.

Het is beter als een ander dat doet.

Spreuken over boosheid

3De ellende die dwaze mensen veroorzaken, is een zware last,

zwaarder dan een rotsblok of een zak zand.

4Boosheid en woede zijn verschrikkelijk,

maar jaloezie is nog erger, die maakt mensen kapot.

5Je hebt meer aan iemand die zegt wat je verkeerd doet,

dan aan iemand die zwijgt omdat hij van je houdt.

6Je hebt meer aan een vriend die boos op je is,

dan aan een vijand die heel vriendelijk tegen je doet.

7Als je een volle maag hebt, weiger je zelfs het lekkerste eten,

maar als je honger hebt, eet je alles.

8Iemand die ver van huis is,

lijkt op een vogel die ver van zijn nest is.

Spreuken over wat mensen blij maakt

9Van echte vriendschap word je gelukkig,

nog gelukkiger dan van de geur van parfum of wierook.

10Je hebt niet altijd iets aan je familie als je het moeilijk hebt.

Wees daarom zuinig op de vrienden van jezelf en van je familie.

Je hebt meer aan een vriend in de buurt dan aan familie ver weg.

11Luister goed!

Word wijs, dan maak je je ouders blij.

Dan kunnen ze zich verdedigen als er iemand over je klaagt.

Spreuken met wijze lessen

12Verstandige mensen beschermen zichzelf tegen gevaar,

maar onverstandige mensen zien geen gevaar en worden gestraft.

13Wees niet zo dom om geld te lenen aan een onbekende,

ook al geeft hij je een bewijs van zijn schuld.

Aan dat bewijs heb je niets,

je ziet je geld toch nooit meer terug.

14Begroet mensen ’s ochtends niet te vrolijk,

want dan worden ze boos op je.

15Een vrouw die ruziemaakt, geeft veel ellende,

net als een dak dat altijd lekt als het regent.

16Je kunt zo’n vrouw niet rustig krijgen.

Het is nog makkelijker om de wind te vangen,

of om olie vast te houden in je hand.

17Mensen worden wijzer door met elkaar om te gaan,

net zoals messen scherper worden door ze aan elkaar te slijpen.

18Als je een fruitboom goed verzorgt, krijg je veel vruchten.

En als je goed voor je baas zorgt, word je goed beloond.

19Als je in het water kijkt, zie je je gezicht.

Als je in iemands hart kijkt, zie je zijn karakter.

20Mensen willen altijd meer, het is nooit genoeg,

net zoals het land van de dood nooit vol raakt.

21Uit het oordeel van anderen blijkt hoe goed je bent,

net zoals in de oven blijkt hoe zuiver goud en zilver zijn.

22Een dwaas blijft altijd dom,

het maakt niet uit hoe hard je hem slaat.

Zorg goed voor je schapen en geiten

23-24Je zult niet altijd rijk zijn, en je zult niet altijd macht hebben. Zorg daarom goed voor je schapen en geiten, let goed op je dieren. 25-26Dan heb je altijd kleren en eten, en ook gras voor je dieren in ieder seizoen. Je kunt kleren maken van de wol van je schapen. Je kunt je bokken verkopen om een stuk land te kopen. 27En je geiten zullen melk geven, genoeg voor jou, je familie en al je dienaren.