Bijbel in Gewone Taal (BGT)

Spreuken over wijsheid

141Wijze vrouwen houden hun familie bij elkaar,

maar dwaze vrouwen maken hun familie kapot.

2Als je goed leeft, heb je eerbied voor de Heer,

maar als je slecht leeft, beledig je hem.

3Dwaze mensen gaan kapot door hun eigen trotse gepraat,

maar wijze mensen beschermen zichzelf door hun wijze woorden.

4Een boer zonder koeien hoeft geen voer te kopen,

maar zonder die koeien verdient hij niets.

5Betrouwbare mensen spreken de waarheid bij de rechter,

maar onbetrouwbare mensen vertellen alleen maar leugens.

6Mensen die zichzelf geweldig vinden, zullen nooit wijs worden,

maar verstandige mensen krijgen snel inzicht.

7Blijf uit de buurt van dwaze mensen,

want zij zeggen nooit iets verstandigs.

8Wijze mensen weten hoe ze moeten leven,

maar dwaze mensen bedriegen zichzelf en anderen.

9Dwaze mensen vinden het niet erg om kwaad te doen.

Goede mensen worden door God beschermd.

Spreuken over vreugde en verdriet

10Alleen jijzelf weet wat je diepste verdriet is,

en alleen jijzelf kent je grootste vreugde.

11Het zal verkeerd aflopen met slechte mensen,

maar met goede mensen zal het goed gaan.

12Soms denken mensen dat ze goed leven,

maar als ze sterven, blijkt dat ze slecht geleefd hebben.

13Zelfs als iemand lacht, kan hij toch verdrietig zijn,

en als de vreugde voorbij is, blijft het verdriet.

14Onbetrouwbare mensen krijgen de straf die ze verdienen,

maar goede mensen worden beloond.

Spreuken over goed nadenken

15Domme mensen geloven alles meteen,

maar verstandige mensen denken eerst na.

16Wijze mensen zijn voorzichtig,

ze blijven uit de buurt van het kwaad.

Dwaze mensen zien nergens gevaar,

ze denken dat ze altijd veilig zijn.

17Mensen die snel boos zijn, doen domme dingen.

Mensen die anderen bedriegen, worden gehaat.

18Mensen die onverstandig zijn, worden steeds dommer,

maar mensen die verstandig leven, worden steeds wijzer.

Spreuken over goed leven

19Slechte mensen zullen goede mensen dienen.

Ze komen hun om hulp vragen.

20Met arme mensen wil niemand omgaan,

maar rijke mensen hebben veel vrienden.

21Als je niet zorgt voor de mensen om je heen, dan ben je slecht,

maar als je goed bent voor arme mensen, zul je gelukkig zijn.

22Het zal slecht aflopen met mensen die kwaad doen,

maar mensen die goed doen, ontvangen liefde en trouw.

Spreuken over rijkdom

23Als je hard werkt, heb je daar voordeel van,

maar als je alleen maar praat, blijf je arm.

24Wijsheid maakt je rijk,

maar dwaasheid maakt je dom.

Spreuken over hoe je moet leven

25Als je bij de rechter de waarheid vertelt, red je levens.

Als je bij de rechter liegt, ben je gemeen en slecht.

26Als je eerbied hebt voor de Heer, ben je veilig,

en ook je kinderen zullen veilig zijn.

27Als je eerbied hebt voor de Heer, blijf je leven.

Dan zul je gered worden van de dood.

28Een koning met een groot volk krijgt respect,

maar een koning met een klein volk zal verdwijnen.

29Als je geduldig bent, ben je wijs,

maar als je snel boos wordt, ben je dom.

30Als je tevreden bent, blijf je gezond,

maar als je jaloers bent, word je ziek.

31Als je zwakke mensen onderdrukt, beledig je God,

maar als je voor zwakke mensen zorgt, eer je hem.

32Slechte mensen worden vernietigd door hun eigen kwaad,

maar goede mensen zijn veilig, zelfs als ze sterven.

33Verstandige mensen hebben een wijs hart,

zelfs dwaze mensen weten dat.

34Een volk dat goed en eerlijk leeft, krijgt respect,

maar een slecht volk wordt niet geëerd.

35Een koning is blij met verstandige dienaren,

maar hij heeft een hekel aan slechte dienaren.