Bijbel in Gewone Taal (BGT)
5

Pas op voor Gods straf

Rijke mensen zullen gestraft worden

51Tegen rijke mensen wil ik nog dit zeggen: Begin maar vast te huilen en te jammeren! Want het zal slecht met jullie aflopen.

2-3Jullie geven niets van al jullie rijkdom aan arme mensen. Jullie laten je goud en zilver liever wegrotten. Jullie laten je kleren liever door insecten opvreten. Jullie willen alleen maar zo veel mogelijk geld hebben.

Maar jullie vergeten dat het einde van de tijd dichtbij is. Dan zal duidelijk worden dat jullie niets van al jullie rijkdom weggegeven hebben. En dan zullen jullie vernietigd worden. Er zal niets van jullie overblijven.

4Jullie hebben de mensen die op jullie akkers werken en de oogst binnenhalen, niet voor hun werk betaald. Zij klagen bij God en smeken hem om hulp. En jullie kunnen er zeker van zijn dat onze machtige God hen hoort!

5-6Jullie hebben het hier op aarde altijd heel goed gehad. Jullie maakten je nergens druk om. Jullie veroordeelden onschuldige mensen. Jullie lieten hen zelfs doden, want ze konden zich toch niet tegen jullie verzetten. Maar het moment dat God jullie zal straffen, is dichtbij gekomen. Dan worden jullie gedood als schapen die geslacht worden!

Heb geduld

7Vrienden, heb geduld, en wacht op de dag dat de Heer terugkomt. Luister! In de lente en in de herfst wacht een boer tot het gaat regenen. Dan gaat alles groeien, en dan kan hij een grote oogst van het land binnenhalen. Maar tot die tijd heeft hij geduld. 8Heb geduld, net als die boer, en houd vol! Want de dag dat de Heer terugkomt, is dichtbij.

9Vrienden, mopper niet zo op elkaar. Anders zal God jullie straffen. Bedenk dat het niet lang meer zal duren voordat hij zijn oordeel uitspreekt.

10-11Denk eens aan de profeten van vroeger, die de mensen Gods boodschap vertelden. Ze moesten veel lijden, maar ze hadden geduld en ze hielden vol. Wij geloven dat God zulke mensen gelukkig maakt.

En denk ook eens aan Job. Jullie weten hoeveel geduld hij had. En jullie weten hoe goed het met hem afgelopen is. De Heer liet hem niet in de steek. Want de Heer is goed en vol liefde.

Vrienden, al die mensen moeten een voorbeeld voor jullie zijn!

Wees voorzichtig met je woorden

12Vrienden, weten jullie wat het allerbelangrijkste is? Dat jullie nooit zeggen over iets: ‘Dat is zo zeker als de Heer leeft!’ En zeg ook nooit over iets: ‘Dat is zo zeker als de hemel bestaat’, of: ‘Dat is zo zeker als de aarde bestaat’. Zeg ja als het ja is en zeg nee als het nee is. Anders zal God jullie straffen.

Bidden en elkaar helpen

Bid voor elkaar

13Als je het moeilijk hebt, bid dan tot God en vraag hem om hulp. En als je vrolijk bent, zing dan een lied om God te eren.

14Als je ziek bent, roep dan de leiders van de kerk bij je. Zij moeten voor je bidden, en wat olie over je heen gieten. Daarbij moeten ze de naam van onze Heer Jezus Christus uitspreken. 15Dankzij hun geloof en hun gebed zul je gered worden. De Heer zal je beter maken. En als je verkeerde dingen gedaan hebt, zal God je vergeven.

16Vertel elkaar wat je verkeerd gedaan hebt. En bid voor elkaar. Dan zullen jullie gered worden. Want als goede en eerlijke mensen tot God bidden en hem om iets vragen, zullen ze het zeker krijgen.

17Denk eens aan de profeet Elia. Hij was maar een gewoon mens, net als wij. Ooit vroeg hij aan God om het niet meer te laten regenen. En door zijn gebed regende het drieënhalf jaar niet. Er groeide niets meer op het land. 18Daarna vroeg Elia aan God om het wel te laten regenen. Toen kwam er weer regen uit de hemel, en alles op het land begon weer te groeien.

Help elkaar

19Vrienden, stel dat iemand van jullie niet meer leeft zoals God het wil. Zeg hem dan dat hij moet ophouden met zijn slechte gedrag. 20En stel dat hij luistert, en weer gaat leven zoals God het wil. Weet je wat er dan gebeurt? Dan zal God hem redden, en hem al zijn zonden vergeven. En dat gebeurt omdat jij hem gewaarschuwd hebt!