Bijbel in Gewone Taal (BGT)
1

Begin van de brief

Jakobus groet alle christenen

11Dit is een brief van Jakobus, een dienaar van God en van de Heer Jezus Christus. Aan alle mensen op aarde die horen bij het volk van God.

Ik groet jullie!

Houd vol

2Vrienden, als jullie het heel moeilijk hebben, dan moeten jullie blij zijn. 3Want door die moeilijkheden wordt jullie geloof getest, en leren jullie om vol te houden. Dat weten jullie toch? 4En door steeds vol te houden, zullen jullie als christenen volmaakt worden. Dan zullen jullie alles goed doen, en geen fouten meer maken.

Twijfel niet

5Heeft iemand van jullie niet de wijsheid om te leven zoals God het wil? Dan moet je God om die wijsheid vragen. Hij zal je die zeker geven. Want God geeft de mensen allerlei goede dingen, zomaar, zonder er iets voor terug te vragen.

6Als je God om wijsheid vraagt, geloof dan ook dat je die krijgt. Twijfel daar niet aan. Iemand die soms wel en soms niet gelooft, is net als de golven op zee. Die worden door de wind soms de ene kant op geblazen, en dan weer de andere kant.

7-8Iemand die twijfelt, leeft zonder op God te vertrouwen. Zo iemand moet echt niet denken dat hij iets van de Heer zal krijgen.

Arme en rijke christenen

9Christenen die arm en onbelangrijk zijn, mogen er trots op zijn dat God hen uitgekozen heeft. 10En rijke christenen mogen er trots op zijn dat ze op aarde totaal onbelangrijk zijn. Het gaat met hen net als met de bloemen in het gras: 11als de zon opkomt, verdroogt het gras door de hitte, en gaan zelfs de mooiste bloemen dood. Net zo sterven alle mensen, ook de rijken, met al het geld dat ze verdiend hebben.

Wie volhoudt, krijgt het eeuwige leven

12Als je het moeilijk hebt, als je geloof getest wordt, houd dan vol! Dan zul je gelukkig zijn. Want God zal je het eeuwige leven geven. Dat is de beloning die hij beloofd heeft aan de mensen die van hem houden.

13Stel dat je verleid wordt om iets verkeerds te doen. Zeg dan nooit: ‘God probeert mij te laten zondigen.’ Want God zal nooit iemand verleiden om te zondigen, en God kan zelf ook nooit verleid worden om iets verkeerds te doen. 14Nee, als je verleid wordt om slechte dingen te doen, komt dat altijd door je eigen slechte verlangens. Want daar luister je graag naar. 15Maar die verlangens zorgen ervoor dat je zondigt. En zonde leidt uiteindelijk tot de dood.

God geeft alleen maar goede dingen

16Vrienden, onthoud dit goed: 17Al het goede dat wij krijgen, elk volmaakt geschenk, komt van God. Dat zal altijd zo zijn, want God verandert niet. Het licht van de zon en van de maan verandert voortdurend. Maar God, die het licht gemaakt heeft, blijft altijd dezelfde.

18Het was Gods besluit dat wij de waarheid over hem zouden horen. Hij besloot om nieuwe mensen van ons te maken. Want hij wil dat zijn nieuwe wereld met ons begint.

Geloven, maar ook goed leven

Word niet meteen boos

19Vrienden, bedenk dit goed: Je moet altijd bereid zijn om naar een ander te luisteren. Maar denk eerst goed na voordat je iets terugzegt. En word vooral niet meteen kwaad. 20Want als je kwaad bent, ga je dingen doen die God niet goed vindt.

21Nee, blijf altijd vriendelijk. Doe alles weg wat slecht is! Doe geen verkeerde dingen meer, maar doe wat God van je vraagt. Jullie kennen Gods boodschap, en jullie weten dat je daardoor gered kunt worden.

Doe wat God van je vraagt

22Je moet niet alleen luisteren naar Gods woorden, maar ook doen wat God van je vraagt. Anders ben je verkeerd bezig.

23-24Als je wel naar Gods woorden luistert, maar niet doet wat hij van je vraagt, dan ben je erg dom. Dan lijk je op iemand die zichzelf in een spiegel bekijkt, en daarna meteen vergeet hoe hij eruitziet.

25Je moet je altijd laten leiden door Gods wet. Want die wet is volmaakt, en geeft je vrijheid. Je moet niet alleen maar naar Gods wet luisteren, en Gods woorden meteen weer vergeten. Nee, je moet ook doen wat God van je vraagt. Dan zul je gelukkig zijn!

Help mensen die het moeilijk hebben

26Stel dat iemand denkt dat hij God dient. Maar hij kan zich niet beheersen, hij zegt lelijke dingen. Dan houdt hij zichzelf voor de gek. Want dan dient hij God helemaal niet.

27Dit is de ware en zuivere manier om God, onze Vader, te dienen: Help weduwen en kinderen zonder vader in hun moeilijkheden. Doe wat God wil, en leef niet zoals de mensen die God niet kennen.

2

Behandel alle mensen goed

21Vrienden, jullie geloven in Jezus Christus, onze Heer, die redding brengt. Daarom moeten jullie alle mensen op dezelfde manier behandelen.

2Stel dat jullie als christenen bij elkaar zijn, en dat er dan twee mensen binnenkomen. De één is een rijke man, met een prachtige mantel aan en met gouden ringen aan zijn vingers. De ander is arm en draagt vieze, oude kleren. 3En stel dat jullie dan die rijke man met veel respect behandelen, en zeggen: ‘Kijk, hier is een heel mooie plaats voor u. Gaat u alstublieft zitten.’ Maar dat jullie tegen die arme man zeggen: ‘Blijf jij maar staan, of ga maar op de grond zitten.’

4Stel dat jullie zoiets doen, dan behandelen jullie de één beter dan de ander. Dan beoordelen jullie mensen op een heel verkeerde manier.

Behandel arme mensen met respect

5Vrienden, luister! Wie zijn er door God uitgekozen? Juist de mensen die in deze wereld arm genoemd worden. Zij zijn door hun geloof rijk geworden: Gods nieuwe wereld is voor hen! Want God heeft de nieuwe wereld beloofd aan de mensen die van hem houden.

6Jullie behandelen arme mensen zonder respect. Maar vertel eens, door wie worden jullie onderdrukt? En door wie worden jullie voor de rechter gebracht? Door de rijke mensen! 7Door wie wordt Jezus Christus beledigd? En door wie worden jullie als christenen belachelijk gemaakt? Door de rijke mensen!

Houd je aan de wet van God

8Doe wat God in zijn volmaakte wet van je vraagt. Zo staat het in de heilige boeken: «Houd evenveel van de mensen om je heen als van jezelf.» Als je dat doet, dan leef je goed.

9Maar als je sommige mensen beter behandelt dan andere mensen, doe je het verkeerd. Dan is het duidelijk dat je je niet aan Gods wet houdt. 10Want je moet alles doen wat er in de wet staat. Als je zondigt tegen één regel uit de wet, zondig je tegen de hele wet. 11God zegt in de heilige boeken: «Ga niet vreemd.» Maar hij zegt ook: «Vermoord niemand.» Als je je wel houdt aan de ene regel maar niet aan de andere, houd je je niet aan de wet.

12Spreek en leef dus zoals God het van jullie vraagt. Want hij zal jullie beoordelen. Hij zal kijken of je geleefd hebt volgens zijn wet, die vrijheid geeft. 13Als je niet goed bent voor anderen, zal God niet goed zijn voor jou. Wees dus goed voor anderen. Dan hoef je niet bang te zijn voor het oordeel van God.

Je moet geloven, maar ook doen

14Vrienden, stel dat iemand zegt dat hij gelooft, maar hij doet niet wat God van hem vraagt. Dan is zijn geloof zinloos, want hij zal niet gered worden.

15Stel dat een gelovige geen kleren heeft, en te weinig eten heeft. 16En stel dat jullie dan tegen hem zeggen: ‘Het beste ermee! Trek maar warme kleren aan, en ga maar lekker eten!’ Als je dat zegt zonder hem echt te helpen, zijn je woorden zinloos. Je moet zo iemand natuurlijk ook geven wat hij nodig heeft.

17Zo is het ook met het geloof. Als iemand gelooft, maar niet doet wat God van hem vraagt, is zijn geloof waardeloos.

Alleen geloven is niet genoeg

18Iemand zou kunnen zeggen: ‘Sommige christenen geloven alleen maar, en anderen doen ook nog goede dingen. Dat is allebei prima!’ Maar dan zeg ik: Nee! Iemand die geen goede dingen doet, heeft geen echt geloof. Alleen iemand die ook goede dingen doet, laat zien dat hij echt gelooft.

19Stel dat je gelooft dat onze God de enige God is. Dat is natuurlijk goed, maar dat is niet genoeg. Want dat geloven de kwade geesten ook! Daarom zijn ze zo vreselijk bang voor God.

Een volmaakt geloof

20Gebruik je verstand! Als je gelooft, maar geen goede dingen doet, dan is je geloof zinloos.

Luister! 21Onze voorvader Abraham deed wat God van hem vroeg. Hij stond klaar om zijn zoon Isaak te offeren. En daarom zag God hem als een goed mens. 22Abraham geloofde in God, en tegelijk deed hij ook wat God van hem vroeg. Zo werd Abrahams geloof volmaakt. 23Toen gebeurde er wat in de heilige boeken staat: «Abraham geloofde in God, en daarom zag God hem als een goed mens.» Ja, God noemde Abraham zelfs zijn vriend.

24Jullie begrijpen dus dat je niet alleen maar moet geloven. Je moet ook doen wat God van je vraagt. Alleen dan ziet God je als een goed mens.

25Ook de hoer Rachab deed wat God wilde. Zij liet de spionnen binnen in haar huis, en liet hen later langs een andere weg weer vertrekken. Door wat zij deed, zag God haar als een goed mens.

26Als je gelooft, maar geen goede dingen doet, dan is je geloof waardeloos. Het is dan net zo dood als een mens die niet meer ademt.