Bijbel in Gewone Taal (BGT)
60

Gods licht schijnt over Jeruzalem

Jeruzalem wordt de stad van het licht

601Jeruzalem, wees niet langer bedroefd. Laat het licht over je schijnen, het licht van de Heer. Hij komt naar je toe als een stralende zon. 2Alle volken leven in het donker, de hele aarde is zo donker als de nacht. Maar over jou schijnt het licht van de Heer.

Iedereen ziet dat stralende licht. 3De volken en hun koningen, ze komen allemaal naar je toe, Jeruzalem. Ze volgen allemaal dat stralende licht, ze willen allemaal naar die schitterende stad.

De inwoners van Jeruzalem komen terug

4Doe je ogen maar open, Jeruzalem, en kijk om je heen. Daar komen je inwoners aan! Ze komen allemaal naar je toe, vanuit verre landen. Andere volken brengen hen veilig thuis. Ze dragen je inwoners alsof het hun eigen kinderen zijn.

5Jeruzalem, kijk! Je ogen zullen stralen van blijdschap, en je hart zal bonzen van vreugde.

De andere volken brengen geschenken

Die volken brengen ook geschenken voor je mee. Ze nemen hun rijkdommen mee uit verre landen. 6Ze brengen veel kamelen mee, jonge kamelen uit Midjan en Efa. En de mensen uit Seba komen met veel wierook en goud. Zij vertellen allemaal hoe machtig de Heer is.

7De schapen en geiten uit Kedar zijn allemaal voor jou, Jeruzalem. En ook de rammen uit Nebajot mag je hebben. De Heer zegt: ‘Je mag die dieren op mijn altaar offeren, ik zal ze graag van je aannemen. En ik zal de tempel weer opbouwen, mijn tempel zal prachtig zijn!’

De volken komen uit verre landen

8Jeruzalem, wat komt daar aan? Zijn het wolken die over het water zweven? Of zijn het duiven die terugvliegen naar huis? 9Nee, het zijn schepen uit verre landen. Ze zijn onderweg naar de Heer. Voorop varen de schepen uit Tarsis. Zij brengen je inwoners mee, en ze hebben zilver en goud bij zich.

Ja, zelfs vanuit de verste landen komen ze naar je toe, Jeruzalem. Al die volken komen naar je toe om de Heer te vereren. Ze komen voor de heilige God van Israël. Want hij heeft van jou weer een schitterende stad gemaakt.

De volken zullen Jeruzalem opbouwen

10De Heer zegt: ‘Jeruzalem, die volken zullen je muren weer opbouwen. En hun koningen zullen jou dienen. Ik ben kwaad op je geweest en ik heb je geslagen. Maar ik zal weer goed voor je zijn, ik zal weer voor je zorgen.

11Je poorten zullen nooit meer gesloten worden. Ze zullen altijd openstaan, dag en nacht. Dan kunnen de volken binnenkomen, met al hun rijkdommen. Ook hun koningen zullen door jouw poorten naar binnen gaan.

12Maar de volken en koninkrijken die jou niet willen dienen, zullen verdwijnen. Zij zullen volledig vernietigd worden.

13Mijn tempel zal weer opgebouwd worden. Hij zal versierd worden met het allermooiste hout uit de Libanon-bergen. De tempel waarin ik woon, zal prachtig zijn.

Jeruzalem wordt een stad van vrede

14Jeruzalem, vroeger werd je onderdrukt, maar nu niet meer. Nee, je vijanden zullen juist voor je knielen. Zij zullen je Stad van de Heer noemen, en Stad van de Heilige God van Israël.

15Vroeger was je alleen en verlaten. Iedereen had een hekel aan je, niemand wilde je bezoeken. Maar ik maak van jou weer een prachtige stad, voor altijd. De mensen zullen steeds blijven komen om van jou te genieten.

16De andere volken en hun koningen zullen als een moeder voor je zorgen. Ze zullen je alles geven wat je nodig hebt. En dan zul je weten dat ik, de Heer, jou bevrijd. En dat ik, de machtige God van Jakob, jou bescherm.

17Je zult een rijke stad zijn. Want ik geef je goud in plaats van koper. Ik geef je zilver in plaats van ijzer, ik geef je koper in plaats van hout, en ijzer in plaats van stenen.

Binnen jouw muren zal er altijd vrede zijn. Je leiders zullen rechtvaardig zijn. 18In jouw land zal geen geweld meer zijn. Er wordt niets meer verwoest, er zijn geen grote rampen meer. Je zult beschermd worden door je muren, en iedereen zal onder de indruk zijn van je poorten.’

In Jeruzalem is het altijd licht

19-20Jeruzalem, de Heer zal je voor altijd licht geven. Overdag heb je de zon niet meer nodig, ’s nachts ben je niet meer afhankelijk van het licht van de maan.

Het licht van de zon verdwijnt als de zon ondergaat. En het licht van de maan verdwijnt als de maan kleiner wordt. Maar het licht van de Heer zal nooit verdwijnen! Hij zal je altijd licht geven, het zal nooit meer donker zijn. De dagen dat je verdriet had en rouwde, zijn voorgoed voorbij.

21De Heer zegt: ‘Mijn volk zal alleen nog bestaan uit goede en eerlijke mensen. Het land zal voor altijd van hen zijn. Ik heb hen gemaakt, ze zijn een teken van mijn macht.

22Mijn volk wordt machtig en groot. Zelfs de kleinste families zal ik heel groot maken. En ik zal ervoor zorgen dat het snel gebeurt, op de juiste tijd.’

61

Goed nieuws voor Jeruzalem

Gods dienaar brengt het goede nieuws

611Gods dienaar zegt: ‘God, de Heer, heeft mij uitgekozen. Hij heeft mij zijn geest gegeven.

Hij heeft mij gestuurd om aan arme mensen het goede nieuws te brengen. En om aan mensen die lijden, weer hoop te geven. Hij heeft me gestuurd om tegen gevangenen te zeggen: ‘Jullie zijn vrij!’

2Hij heeft me gestuurd om aan de mensen te vertellen: ‘Er komt een jaar waarin de Heer jullie vergeeft. Er komt een tijd dat God jullie vijanden zal straffen.’

De Heer heeft me gestuurd om mensen die verdriet hebben, te troosten. 3Hij heeft me naar Jeruzalem gestuurd om de mensen daar weer vreugde te geven. Om tegen hen te zeggen: ‘Jullie moeten geen rouwkleren dragen, maar feestkleren. Jullie moeten niet bedroefd op de grond zitten, maar dansen en vrolijk zijn!’

Dan zullen de inwoners van Jeruzalem weer een sterk volk zijn. Dan zullen ze lijken op bomen die de Heer zelf geplant heeft, als teken van zijn macht.

Alles zal weer opgebouwd worden

4Volk van Israël, jullie zullen het hele land weer opbouwen. Alles wat verwoest is, alle verlaten steden die in puin liggen. Dan kunnen jullie daar weer wonen.

5Andere volken zullen jullie helpen. Zij zullen zorgen voor jullie schapen. En ze zullen voor jullie werken op de akkers en in de wijngaarden.

6Volk van Israël, jullie zullen priesters van de Heer genoemd worden. Iedereen zal zeggen: ‘Dat zijn de dienaren van onze God.’ Jullie zullen genieten van de rijkdom van andere volken. En met die rijkdom kunnen jullie een prachtige stad bouwen.

7Jullie werden onderdrukt door andere volken, zij behandelden jullie als vuil. De Heer zal dat weer goedmaken door jullie twee keer zo veel land te geven. Jullie zullen voor altijd gelukkig zijn.’

De Heer zal zijn volk belonen

8De Heer zegt: ‘Ik wil dat er eerlijk rechtgesproken wordt in het land. Ik haat geweld en ik wil niet dat er gestolen wordt.

Ik zal mijn volk zeker belonen. Ik beloof dat ik voor altijd hun God zal zijn. 9De nakomelingen van mijn volk zullen beroemd zijn. De hele wereld zal hen kennen. Iedereen die hen ziet, zal zeggen: ‘Dat is het volk van de Heer. Hij heeft hen rijk en gelukkig gemaakt.’’

Jeruzalem zal juichen voor de Heer

10De inwoners van Jeruzalem zullen zeggen: ‘Wij zingen van vreugde, we juichen voor de Heer. Want hij leerde ons om eerlijk en goed te leven, en hij maakte van Jeruzalem een veilige en prachtige stad! Onze stad is zo mooi als de kroon van een koning, zo mooi als de sieraden van een bruid.

11Alle volken zullen zien hoe machtig onze God is. Zoals er overal op aarde bomen en planten groeien, zo zorgt de Heer overal op aarde voor recht en vrede.’

62

Jeruzalem zal Gods stad worden

Jeruzalem zal een nieuwe naam krijgen

621De Heer zegt: ‘Ik zal blijven spreken. Ik zal pas zwijgen als Jeruzalem weer vrij is, en straalt van vreugde. Ik zal pas zwijgen als er weer eerlijk rechtgesproken wordt, en het overal licht is.

2Jeruzalem, alle volken zullen zien dat je bevrijd bent. Alle koningen zullen zien hoe prachtig je bent. Ikzelf zal jou een nieuwe naam geven. En alle volken zullen jou bij die naam noemen. 3Je zult een prachtige stad zijn, zo mooi als de kroon van een koning. En ik zal jou beschermen.

4-5Jeruzalem, de mensen zullen je niet langer Verlaten Stad noemen. Je nieuwe naam zal zijn: Stad waar de Heer naar verlangt. Want ik verlang naar jou, Jeruzalem. En je land zal niet langer Verwoest Land genoemd worden. Nee, het krijgt een nieuwe naam: Bruid van de Heer. Want iedereen zal van je land houden, zoals een bruidegom van zijn bruid houdt.

Jeruzalem wordt nooit meer veroverd

6Jeruzalem, ik heb bewakers op je muren gezet. Die bewakers mogen nooit zwijgen. Dag en nacht moeten ze mij roepen. Ze mogen niet rusten. 7Ze moeten blijven roepen, totdat ik Jeruzalem weer opgebouwd heb. Ze mogen mij pas met rust laten als Jeruzalem weer een beroemde stad is.

8Inwoners van Jeruzalem, dit beloof ik jullie plechtig: Nooit meer zal ik jullie graan aan de vijanden geven. Nooit meer zullen zij de wijn opdrinken die jullie met veel moeite gemaakt hebben. 9Nee, jullie zullen zelf het graan eten dat jullie geoogst hebben. Jullie zullen zelf de wijn drinken die jullie van je eigen druiven gemaakt hebben. En jullie zullen mij daarvoor danken in mijn tempel.’

De Heer brengt zijn volk terug

10De Heer zegt: ‘Inwoners van Jeruzalem, ga door de poorten naar buiten. Ga de stad uit. Zet een vlag op een hoge berg, als teken voor de andere volken. Maak de weg vrij! Maak de weg vrij voor het volk dat terugkomt. Haal alle stenen weg.

11Dan zal ik dit tegen jullie zeggen, en iedereen zal het horen: ‘Inwoners van Jeruzalem, jullie bevrijder is gekomen. En hij heeft zijn volk bij zich. Hij heeft hen bevrijd, ze zijn van hem.’

12Het volk dat terugkomt, krijgt dan nieuwe namen: Heilig Volk, Volk dat door de Heer bevrijd is. En jullie stad zal heten: Stad waar de Heer van houdt, Stad die nooit meer verlaten wordt.