Bijbel in Gewone Taal (BGT)
9

Het leven is maar kort

Ieder mens zal sterven

91Over al die dingen heb ik nagedacht. Ik heb het allemaal onderzocht. Ik zag dat God het leven van eerlijke en wijze mensen bepaalt. Ze weten niet of er liefde of haat in hun leven zal zijn. Het is allebei mogelijk. 2Ze weten alleen dat het met iedereen op dezelfde manier afloopt. Met eerlijke mensen en met slechte mensen. Met mensen die zich houden aan de regels van de tempel, en met mensen die dat niet doen. Met mensen die offers brengen, en met mensen die dat niet doen. Met mensen die goed zijn, en met mensen die slecht zijn. Met mensen die iets aan God beloven, en met mensen die bang zijn om iets te beloven.

3Dat is het treurige van alles wat er op aarde gebeurt: met iedereen loopt het op dezelfde manier af. Treurig is het ook dat de mensen steeds slechte dingen willen doen. Hun hele leven lang bedenken ze domme dingen, en dan gaan ze dood.

Zolang er leven is, is er hoop

4Zolang een mens leeft, is er hoop. Net zoals er voor een levende hond meer hoop is dan voor een dode leeuw. 5Want mensen die leven, weten dat ze zullen sterven. Maar mensen die dood zijn, weten helemaal niets meer. Zij hebben niets meer te verwachten. Niemand denkt meer aan hen. 6Hun liefde, hun haat en hun jaloezie zijn voor altijd verdwenen. Zij doen niet meer mee met alles wat er op aarde gebeurt.

Geniet elke dag van je leven

7Geniet van het leven! Geniet van het brood dat je eet en van de wijn die je drinkt. Dat is wat God graag ziet. 8Draag altijd mooie kleren. En zorg ervoor dat je lekker ruikt.

9Geniet van het leven met de vrouw van wie je houdt. Je leven is zo voorbij. Geniet daarom van elke dag die God je geeft. Dat is het enige wat je hebt in het leven. Verder is het alleen maar werken en werken.

10Als je de kans krijgt om iets te doen, doe het dan zo goed mogelijk. Want straks ben je dood en dan is er niets meer. Niets om over na te denken, niets om te doen. Niets om te leren, niets om wijs van te worden.

De dood komt onverwachts

11Er is me nog iets anders opgevallen in het leven. Het is niet altijd de snelste hardloper die de wedstrijd wint. Het zijn niet altijd de sterkste helden die een oorlog winnen. Wie wijs is, heeft niet altijd genoeg te eten. Wie slim is, wordt niet altijd rijk. Wie verstandig is, wordt niet altijd bewonderd. Iedereen is afhankelijk van wat er toevallig gebeurt.

12Nooit weet een mens zeker wanneer hij zal sterven. De dood komt onverwachts. Vissen en vogels kunnen onverwachts in een net gevangen worden. Zo kunnen ook mensen onverwachts overvallen worden door de dood.

Wijsheid is beter dan macht

13Ik zag nog een voorbeeld van wijsheid in de wereld. Het maakte veel indruk op me. 14Er was eens een kleine stad waar weinig mensen woonden. Een machtige koning begon een oorlog en omsingelde de stad. 15In die stad woonde een arme, maar wijze man. Die man was zo wijs dat hij de stad had kunnen redden. Maar niemand dacht aan die arme man. 16Toen ik dat hoorde, dacht ik: Wijsheid is beter dan macht. Maar de mensen hebben geen waardering voor de wijsheid van een arme man. Niemand luistert naar hem.

17Je kunt beter luisteren naar de rustige woorden van een wijze man dan naar het geschreeuw van iemand die helemaal geen verstand heeft.

18Met wijsheid bereik je meer dan met wapens. Maar één domme daad maakt veel goeds kapot.

10

Wees verstandig

Wie wijs is, kiest de goede weg

101Dure parfum gaat al stinken als er één dode vlieg in zit. En veel wijsheid gaat verloren door één domme daad.

2Wie verstandig is, kiest de goede weg. Maar wie onverstandig is, kiest de verkeerde weg. 3Zo iemand leeft zonder verstand. En iedereen kan zien hoe dom hij is.

Het leven is niet eerlijk

4Als de koning kwaad op je is, loop dan niet weg. Blijf kalm, dan maak je geen fouten.

5Ik heb nog iets treurigs op aarde gezien. Het is een fout die koningen vaak maken. 6Ze geven de beste banen aan domme mensen. En de slechtste banen aan belangrijke en rijke mensen.

7En ik zag nog iets anders. Slaven reden op paarden, alsof zij de baas waren. En de bazen moesten lopen, alsof ze slaven waren.

Denk na voordat je begint

8Wie een kuil graaft, kan zelf in die kuil vallen. Wie een gat in een muur maakt, kan door een slang gebeten worden. 9Wie stenen uit een rots hakt, kan zichzelf pijn doen. Wie hout hakt, kan zichzelf in gevaar brengen.

10Als je bijl bot is, moet je hem scherp maken. Dan hoef je minder kracht te gebruiken. Als je eerst goed nadenkt, heb je meer kans op succes.

11Je kunt met een toverspreuk macht krijgen over een slang. Maar die spreuk helpt je niet als die slang je al gebeten heeft.

Een dwaas houdt nooit zijn mond

12Als een wijs mens iets zegt, dan krijgt hij waardering. Maar als een dwaas iets gaat zeggen, dan brengt hij zichzelf in de problemen. 13Wat hij zegt, is van het begin tot het eind de grootste onzin. 14-15Zo iemand praat maar door. En door al dat gepraat wordt hij moe. Zo moe dat hij niet eens meer de weg naar huis weet.

Geen mens weet wat er in de toekomst gaat gebeuren. Niemand kan je vertellen wat er na je dood zal zijn.

Wijze leiders zijn goed voor een land

16Het gaat slecht met een land als de koning nog maar een kind is. En als de ministers al vroeg in de ochtend aan het feesten zijn. 17Maar een land is gelukkig als de koning uit een goede familie komt. En als de ministers op de juiste tijd gaan feesten en dan niet dronken worden.

18Als iemand te lui is om de balken te repareren, valt het dak naar beneden. Als hij niet aan het werk gaat, blijft het dak lekken.

19Van lekker eten kun je genieten. Een glas wijn geeft plezier in het leven. En geld maakt al die dingen mogelijk.

20Scheld een koning nooit uit, zelfs niet in je gedachten. En scheld rijke mensen ook niet uit, zelfs niet in je slaapkamer. Want misschien hoort een vogel je en vertelt hij je woorden door.

11

We begrijpen niet alles

111Geef alles wat je hebt, maar weg. Want later krijg je het wel weer terug. 2Deel je bezit met veel anderen. Want je weet niet wat voor rampen er nog zullen komen.

3Als de wolken vol water zijn, dan weet je dat het gaat regenen. Als een boom omvalt, kan hij naar het noorden of naar het zuiden vallen. Maar hij blijft liggen waar hij gevallen is.

4Als je steeds maar op de wind let, kom je niet aan zaaien toe. Als je steeds maar op de wolken let, kom je niet aan maaien toe.

5Je weet niet in welke richting de wind gaat waaien. En je weet niet hoe een kind ontstaat in de buik van zijn moeder. Hoe weet je dan wat God doet, die alles gemaakt heeft?

6Je moet ’s ochtends zaaien. En je moet ook ’s avonds zaaien. Want je weet niet welk zaad het beste zal opkomen, het zaad van de ochtend of het zaad van de avond. Of misschien komen ze allebei goed op.

Geniet van het leven

Geniet van elke dag

7Wat is het licht van de zon heerlijk. Wat is het leven goed! 8Als je lang leeft, geniet dan van elke dag. Bedenk dat er nog veel donkere dagen zullen komen. En dat alles wat nog komt, snel voorbijgaat.

9Geniet van het leven zolang je nog jong bent! Wees gelukkig in je jeugd. Doe wat je hart je zegt. Kijk goed om je heen. En bedenk daarbij dat God je leven zal beoordelen. 10Houd verdriet en zorgen ver bij je vandaan, want je jeugd is snel voorbij.