Bijbel in Gewone Taal (BGT)
4

Paulus werkt voor Christus

41God heeft mij een bijzondere opdracht gegeven, ik ben daar dag en nacht mee bezig. 2Ik vertel het goede nieuws open en eerlijk. Ik verander niets aan Gods waarheid. Ik pas mijn woorden niet aan om mensen een plezier te doen. Nooit heb ik gebruikgemaakt van leugens en bedrog, en dat soort schandelijke dingen. Iedereen kan zien dat ik eerlijk ben. God weet dat dat zo is, en diep in hun hart weten de mensen dat ook.

3Sommige mensen begrijpen niets van het goede nieuws dat ik vertel. Maar dat zijn mensen die niet gered worden. 4Ze blijven ongelovig. Want Satan zorgt ervoor dat ze het goede nieuws niet kunnen begrijpen. Ze kunnen het licht niet zien, de hemelse glans van Christus, die lijkt op God zelf.

5Het nieuws dat ik vertel, gaat niet over mijzelf, maar over Jezus Christus. Ik vertel dat hij onze Heer is. En dat ik jullie dienaar ben, omdat ik Jezus dien. 6In het begin heeft God gezegd: ‘Er moet licht schijnen in het donker.’ Diezelfde God heeft het licht ook in mij laten schijnen! Hij liet mij Jezus Christus zien. En ik zag dat het gezicht van Jezus straalde met een hemelse glans, de glans van God zelf. En God wil dat ik dat aan iedereen bekendmaak.

Lijden als apostel

Paulus lijdt voor het goede nieuws

7Het goede nieuws is een kostbare schat. En ik ben de breekbare kruik waar die schat in bewaard wordt. Dat is goed. Want daardoor is het duidelijk dat de enorme kracht van het goede nieuws niet van mij komt, maar van God.

8Ik moet lijden, maar ik verlies de moed niet. Ik leef in onzekerheid, maar ik blijf op God vertrouwen. 9Ik word door mensen vervolgd, maar God laat mij nooit in de steek. Ik word door mensen geslagen, maar ze doden mij niet.

10-11Ik moet lijden, mijn leven lang, net zoals Jezus moest lijden en sterven. Voortdurend wordt mijn leven beheerst door de dood, omdat ik Jezus dien. Zo gebruikt God mij om te laten zien dat Jezus is opgestaan uit de dood. Want doordat ik het lijden volhoud, maak ik zichtbaar dat Jezus leeft.

12In mijn leven is dus de dood aan het werk. Maar daardoor is voor jullie het nieuwe leven gekomen.

Paulus houdt vol

13In de heilige boeken staat: «Ik vertrouwde op God, en daardoor kon ik spreken.» Zo is het ook met mij: omdat ik op God vertrouw, kan ik doorgaan met het vertellen van het goede nieuws. 14God heeft de Heer Jezus laten opstaan uit de dood. En dit weet ik zeker: Als ik sterf, zal God mij, net als Jezus, laten opstaan. En dan zal ik samen met jullie bij God mogen komen.

15Mijn lijden heeft jullie veel goeds gebracht. Doordat jullie zijn gaan geloven, hebben jullie Gods goedheid leren kennen. En hoe meer mensen er gaan geloven, hoe meer mensen God danken en eren.

Het gaat om het eeuwige leven

16Ik ga dus door met mijn werk, ik geef niet op. Dat kan me mijn leven kosten, maar dat is niet erg. Want het belangrijkste is dat ik van binnen een nieuw mens word, elke dag meer.

17De moeilijkheden die we meemaken, gaan voorbij. Die zijn niet belangrijk. Maar ze brengen ons iets wat juist wel belangrijk is: het eeuwige leven bij God.

18De dingen die we om ons heen zien, zijn niet belangrijk. Het gaat om de dingen die we nog niet zien. Want alle zichtbare dingen zullen verdwijnen, maar de dingen die we nu nog niet zien, zijn eeuwig.

5

We zullen een hemels lichaam krijgen

51Dit weet ik zeker: als mijn aardse lichaam sterft, zal God mij een nieuw lichaam geven. Dat is een hemels lichaam, dat eeuwig en onsterfelijk is. 2Zolang ik mijn aardse lichaam heb, gaat het lijden door. Daarom verlang ik naar mijn hemelse lichaam. En ik hoop dat ik dat krijg zonder dat ik hoef te sterven. 3Maar ook als ik sterf, zal God mij niet in de dood achterlaten. Dat weet ik zeker!

4Zolang wij ons aardse lichaam hebben, hebben we het zwaar. We willen niet sterven, maar juist blijven leven tot het moment dat we het hemelse leven krijgen. Dan wordt ons sterfelijke leven deel van het eeuwige leven. 5God heeft ons klaargemaakt voor dat moment. En als bewijs daarvan heeft hij ons nu al de heilige Geest gegeven.

Op aarde gaat het om geloof

6We blijven altijd moed houden. Ook al zijn we nu nog ver bij de Heer vandaan. En dat zal zo blijven zolang we ons aardse lichaam hebben. 7Bij ons leven op aarde gaat het om geloof. Want we kunnen de Heer nog niet zien.

8Ik blijf altijd moed houden. Het liefst zou ik mijn aardse lichaam verlaten om voor altijd bij de Heer te leven. 9Maar het belangrijkste is dat ik dingen doe waar de Heer tevreden over is. Of ik nu hier op aarde ben, of al bij de Heer. 10Want we weten hoe het zal gaan: We zullen allemaal voor de troon van Christus staan. Hij zal rechtspreken over ons aardse leven, over alle goede en slechte daden. En dan krijgt iedereen wat hij verdient.

Paulus’ werk als apostel

Paulus vertelt hoe hij werkt

11Ik doe mijn werk met grote eerbied voor de Heer. Ik probeer alle mensen te overtuigen van de waarheid. God kent mij, hij weet dat ik goed bezig ben. En jullie weten dat diep in je hart ook, daar vertrouw ik op. 12Ik wil niet opscheppen over mezelf. Maar ik wil dat jullie een goede reden hebben om trots op mij te zijn. Andere mensen zijn trots om een verkeerde reden. Ze zijn trots op iemand die indruk maakt, en niet op iemand die eerlijk is, zoals ik.

13Natuurlijk, ik heb bijzondere ervaringen. Dat zijn momenten dat Gods Geest bezit van mij neemt. Maar dan ben ik met God alleen. En in mijn werk voor jullie ben ik altijd kalm en verstandig.

Wij leven nu voor Christus

14Het is de liefde van Christus die mij beheerst. Want dit weet ik zeker: één mens is gestorven voor alle mensen, en daardoor zijn eigenlijk alle mensen gestorven. 15Christus is voor alle mensen gestorven. Maar voor ons is hij niet alleen gestorven, maar ook opgestaan uit de dood. Daardoor horen wij nu bij het nieuwe leven. We leven nu niet meer voor onszelf, maar voor Christus.

16Vroeger geloofde ik niet in Christus, want ik beoordeelde hem op een aardse manier. Maar nu doe ik dat niet meer. Ik beoordeel niemand meer op een aardse manier.

Het is weer goed tussen God en ons

17Iedereen die bij Christus hoort, hoort bij het nieuwe leven. De oude tijd is voorbij, de nieuwe tijd is gekomen. 18Daar heeft God voor gezorgd. God heeft ervoor gezorgd dat het weer goed is tussen hem en ons, dankzij Christus. En hij heeft mij de opdracht gegeven om dat goede nieuws aan iedereen te vertellen.

19God heeft ervoor gezorgd dat het goed kan komen tussen hem en heel de wereld. Want iedereen die bij Christus hoort, krijgt vergeving van zijn zonden. God wil dat wij dat goede nieuws doorgeven.

20Ik ben de boodschapper van Christus. Via mij spreekt God tegen jullie. En namens Christus vraag ik jullie dringend: Neem de vrede die God ons aanbiedt, dankbaar aan.

21Jezus Christus was zonder zonde. Maar God liet hem de straf voor onze zonden dragen. Dat deed God voor ons. En nu ziet hij ons als goede mensen, omdat we bij Christus horen.

6

De nieuwe tijd is gekomen

61Als dienaar van God waarschuw ik jullie. God heeft laten zien hoe goed hij voor jullie is. Zorg ervoor dat dat niet voor niets geweest is!

2Want God zegt in de heilige boeken: «Er zal een nieuwe tijd komen. Dan zal ik naar jullie luisteren. Ik zal jullie helpen, ik zal jullie redden.» Luister goed! Die tijd, dat is nu. De tijd van onze redding is gekomen.

Paulus vertelt hoe hij werkt

3Ik zorg ervoor dat niemand een reden heeft om boos op mij te zijn. Dan kan niemand iets verkeerds zeggen over al het werk voor het goede nieuws. 4Als dienaar van God doe ik mijn werk zonder op te geven. Ik laat iedereen zien dat ik volhoud. Ook al maak ik veel moeilijkheden, problemen en ellende mee. 5Ook al word ik geslagen, gevangengenomen of door woedende mensen aangevallen. Ook al moet ik zo hard werken dat ik zelfs niet kan slapen of eten.

6Ik ben altijd eerlijk, ik heb veel kennis, ik ben geduldig en vriendelijk. De heilige Geest werkt in mij, en mijn liefde voor de mensen is echt. 7De boodschap die ik vertel, is de waarheid. God helpt me met zijn kracht. Ik strijd voor het goede nieuws en ik verdedig het, met eerlijkheid en trouw. 8Het maakt me niet uit of mensen mij eren of me uitlachen. Het maakt me niet uit of mensen trots op me zijn of me uitschelden. Ik doe mijn werk.

Er zijn mensen die mij een bedrieger noemen, maar ik spreek de waarheid. 9Ik ben niet beroemd, maar toch weten veel mensen dat ik een dienaar van God ben. Mijn leven is steeds in gevaar, maar tegelijk is mijn nieuwe leven al begonnen. God laat mij lijden, maar hij zal me niet doden. 10Ik heb verdriet, maar toch ben ik altijd blij. Ik ben arm, maar ik maak veel mensen rijk. Ik bezit niets, en toch heb ik alles!

De apostel en zijn kerk

Paulus vraagt om liefde

11Vrienden in Korinte, ik spreek open en eerlijk tegen jullie. Want ik houd van jullie met heel mijn hart. 12Mijn liefde voor jullie is dus niet het probleem. Het probleem is jullie liefde voor mij! 13Jullie moeten net zo veel van mij houden als ik van jullie. Ik vraag dat zoals een vader dat van zijn kinderen vraagt. Houd van mij met heel je hart!

Wie bij God hoort, moet heilig zijn

14Jullie mogen je leven niet delen met ongelovigen, want jullie passen niet bij hen. Het doen van Gods wil heeft niets te maken met het doen van slechte dingen. Net zoals licht niets te maken heeft met donker. 15Christus lijkt toch niet op Satan? Dan past een gelovige toch ook niet bij een ongelovige? 16De tempel van God heeft niets te maken met afgoden. En wij, de gelovigen, vormen samen de tempel van de levende God.

God zegt in de heilige boeken: «Ik zal bij jullie wonen en altijd bij jullie blijven. Ik zal jullie God zijn, en jullie zullen mijn volk zijn. 17Ga daarom weg bij de ongelovigen. Leef niet langer met hen samen. En raak geen dingen aan die onrein zijn. Dan zal ik jullie met open armen ontvangen. 18Ik zal jullie vader zijn, en jullie zullen mijn zonen en dochters zijn. Dat zeg ik, de machtige Heer.»

Door deze website verder te gebruiken ga je akkoord met plaatsing en gebruik van cookies door het NBG en derden conform onze privacyverklaring.[bericht verbergen]