Bijbel in Gewone Taal (BGT)
3

Het bezoek van Timoteüs

Paulus stuurt Timoteüs

31-2Ik wilde zo graag iets van jullie horen, ik kon niet langer wachten. Maar zelf kon ik niet weg uit Athene. Daarom besloot ik om mijn vriend Timoteüs naar jullie toe te sturen. Hij is een dienaar van God, hij vertelt het goede nieuws over Christus. Timoteüs kwam om jullie geloof sterker te maken, en om jullie moed in te spreken. 3-4Want jullie moeten op God blijven vertrouwen, ook in alle moeilijkheden. Die moeilijkheden horen bij het geloof. Dat heb ik al verteld toen ik bij jullie was. En nu hebben jullie gemerkt dat die moeilijkheden inderdaad gekomen zijn.

5Ik kon dus niet langer wachten, en ik stuurde Timoteüs. Ik wilde horen hoe het met jullie geloof ging. Ik was bang dat al mijn moeite voor niets geweest was. Ik was bang dat het Satan gelukt was om jullie te laten zondigen.

Timoteüs heeft goede berichten

6Nu is Timoteüs terug van zijn bezoek aan jullie. Hij heeft me verteld dat het goed gaat met jullie geloof, en dat jullie veel van elkaar houden. Hij vertelde dat jullie mij nog steeds als voorbeeld zien, en dat jullie mij graag terug willen zien. Ik wil jullie ook graag zien.

7Vrienden, ik maak veel ellende en moeilijkheden mee. Maar door jullie heb ik nieuwe moed gekregen. Dat komt door wat Timoteüs over jullie geloof verteld heeft. 8Omdat jullie zo sterk geloven in de Heer, gaat het beter met me.

Paulus dankt God

9Ik ben zo blij met jullie! Onze God geeft me door jullie heel veel vreugde. Daar kan ik hem nooit genoeg voor danken. 10Dag en nacht bid ik met al mijn kracht dat ik jullie weer zal zien. Dan kan ik jullie helpen om jullie geloof volmaakt te maken.

11Ik bid dat God, onze Vader, en onze Heer Jezus ervoor zullen zorgen dat ik bij jullie kan komen. 12Ik bid dat de Heer jullie liefde nog sterker zal maken. Zodat jullie nog veel meer van elkaar en van anderen gaan houden, net zo veel als ik van jullie houd! 13En ik bid dat de Heer jullie kracht geeft. Dan zullen jullie als volmaakte en heilige mensen voor de troon van onze God en Vader staan. Dat zal gebeuren op de dag dat onze Heer Jezus komt met al zijn engelen. Amen.

4

Leven zoals God het wil

Paulus geeft regels om goed te leven

41Vrienden, jullie horen bij de Heer Jezus Christus, net als ik. Luister daarom goed naar wat ik van jullie vraag: jullie moeten leven zoals God het wil. Ik heb jullie verteld hoe je dat moet doen, en jullie doen dat ook al. Maar het moet nog beter. 2Jullie kennen de regels die ik jullie in opdracht van de Heer Jezus gegeven heb.

Regels op seksueel gebied

3Dit is wat God wil: Jullie moeten een heilig leven leiden, en je op seksueel gebied goed gedragen. 4Elke man moet een eigen vrouw kiezen, op een goede manier, zoals past bij een heilig leven. 5Ongelovigen laten zich leiden door hun slechte verlangens. Zij kennen God niet. 6Maar jullie moeten eerlijk met elkaar omgaan en elkaar nooit bedriegen. Anders zal God jullie straffen, dat heb ik jullie vroeger al gezegd. 7God wil niet dat we ons op seksueel gebied slecht gedragen. Hij wil dat we een heilig leven leiden.

8Die regels zijn niet door mensen bedacht. Ze komen van God, die jullie ook de heilige Geest geeft. Wie zich niet aan die regels houdt, verzet zich tegen God.

Andere regels

9Ik hoef jullie niet te schrijven dat jullie van elkaar moeten houden. Want dat heeft God zelf jullie al geleerd. 10Jullie houden van alle christenen in Macedonië. Maar luister goed, vrienden: doe nog beter je best!

11Zorg ervoor dat jullie geen onrust veroorzaken. Houd je bezig met je eigen zaken, en werk om zelf geld te verdienen. Zo heb ik het jullie geleerd. 12Dan krijg je respect van mensen die geen christen zijn. Bovendien ben je dan van niemand afhankelijk.

De komst van de Heer

De gestorven christenen staan op uit de dood

13-14Vrienden, ik wil jullie vertellen wat er gebeurt met de doden.

Mensen zijn verdrietig als er iemand sterft. Maar wij geloven dat Jezus gestorven is en uit de dood is opgestaan. En dus geloven we ook dat God alle gestorven christenen bij zich zal halen. Daarom hoeven jullie niet verdrietig te zijn als er iemand van jullie sterft.

15-17Dit heeft de Heer Jezus mij verteld: Voordat hij komt, zal er een teken gegeven worden. De belangrijkste engel zal roepen, en Gods trompet zal klinken. Op dat moment komt de Heer Jezus uit de hemel. Dan staan eerst de gestorven christenen op uit de dood. En daarna mogen wij die nog leven, ook komen. Dan gaan we samen op de wolken naar de Heer toe. In de lucht zullen we hem ontmoeten, en vanaf dan zullen we altijd bij hem zijn.

18Met die woorden moeten jullie elkaar moed inspreken.

5

De Heer komt onverwacht

51Vrienden, ik hoef jullie niet te schrijven wanneer die dingen zullen gebeuren. 2De dag dat de Heer terugkomt, komt onverwacht. Net zo onverwacht als een dief die ’s nachts komt stelen. Dat weten jullie heel goed.

3De mensen zullen denken dat er vrede is, en dat ze veilig zijn. Maar dan opeens zal de Heer komen, net zoals opeens de weeën beginnen bij een vrouw die gaat bevallen. Opeens zal er ellende en verwoesting zijn, en niemand zal kunnen vluchten.

4-7Maar, vrienden, jullie zullen niet plotseling overvallen worden door de komst van de Heer. Want jullie geloven in hem. Jullie horen bij het licht, niet bij het donker.

Wees klaar voor de komst van de Heer

Wij horen niet bij de nacht en het donker, wij horen bij de dag. We moeten dus dingen doen die passen bij de dag. We moeten goed opletten en helder blijven denken. Andere mensen horen bij de nacht. Zij denken niet aan wat er gaat gebeuren. Het lijkt alsof ze slapen, of dronken zijn.

8-9Maar wij horen bij de dag. We moeten dus helder blijven denken. En we moeten op alles voorbereid zijn, net als soldaten die een harnas en een helm dragen. Ons harnas, dat is ons geloof en onze liefde voor elkaar. En onze helm, dat is ons vertrouwen. Want we vertrouwen erop dat we gered worden door onze Heer Jezus Christus. God wil ons niet straffen, maar redden!

10Jezus is voor ons gestorven. Daarom zullen we voor altijd bij hem zijn, nadat hij uit de hemel gekomen is. En het maakt niet uit of we dan dood zijn of nog leven. 11Blijf elkaar daarom moed inspreken, en blijf elkaar helpen.

Slot van de brief

Ga goed met elkaar om

12-13Vrienden, luister naar jullie leiders, ook als zij vertellen wat je fout doet. De Heer Jezus wil dat ze dat doen. Ze doen hun werk voor jullie. Daarom moeten jullie hen met veel respect en liefde behandelen. Leef in vrede met elkaar.

14Vrienden, ik wil dat jullie gewoon je dagelijkse werk blijven doen. Als iemand dat niet doet, zeg er dan iets van. Als mensen het moeilijk hebben, spreek hun dan moed in. Steun de zwakken, en heb geduld met iedereen.

15Als iemand je kwaad doet, doe hem dan geen kwaad terug. Maar wees goed voor elkaar en voor iedereen. 16En wees altijd blij!

17Blijf altijd bidden. 18En dank God altijd, wat er ook gebeurt. Want dat wil God van jullie, omdat jullie bij Jezus Christus horen.

19Houd het werk van Gods Geest niet tegen. 20Als iemand een bijzondere boodschap van God vertelt, luister dan goed. 21-22Onderzoek alle dingen, en kijk of iets goed of slecht is. Ga dan verder met het goede, en houd je niet bezig met het slechte.

Groeten van Paulus

23Ik bid dat de God van de vrede jullie hele leven heilig maakt. Zodat jullie geest, jullie ziel, en jullie lichaam zuiver blijven. Dan zullen jullie volmaakt zijn als onze Heer Jezus Christus terugkomt. 24God wil dat jullie bij hem horen. Hij is trouw, en hij doet wat hij belooft.

25Vrienden, bid ook voor mij. 26Groet de andere christenen met een heilige kus. 27Lees deze brief aan hen voor. Dat is een opdracht van de Heer Jezus.

28Ik wens jullie toe dat onze Heer Jezus Christus goed voor jullie is.