Bijbel in Gewone Taal (BGT)
2

Het bezoek aan Tessalonica

21Vrienden, jullie weten dat mijn bezoek aan jullie veel goeds opgeleverd heeft. 2Voordat ik bij jullie kwam, was ik beledigd en mishandeld in de stad Filippi. Dat herinneren jullie je nog wel. En ook in jullie stad maakten de mensen het mij moeilijk. Maar onze God gaf me toch de moed om ook bij jullie het goede nieuws te vertellen.

3-4Alles wat ik jullie toen verteld heb, is waar. Ik vertel het goede nieuws zonder slechte bedoelingen en zonder bedrog. God zelf wil dat ik het goede nieuws bekendmaak. Het is niet belangrijk of mensen mijn boodschap plezierig vinden. Als God mijn woorden maar goed vindt. Hij ziet hoe ik van binnen ben.

Paulus vraagt geen geld

5Jullie weten dat ik nooit iets gezegd heb om het mensen naar de zin te maken. Ik wilde ook geen geld verdienen aan mijn boodschap. God weet dat dat waar is! 6Ik wilde niet door jullie of door andere mensen geëerd worden. 7Als apostel van Christus had ik natuurlijk kunnen laten zien hoe belangrijk ik ben. Maar dat heb ik niet gedaan. Ik ben vriendelijk voor jullie geweest, zoals een moeder die voor haar kinderen zorgt.

8Ik voelde liefde voor jullie. Daarom vertelde ik jullie niet alleen maar Gods goede nieuws. Nee, ik deelde ook mijn leven met jullie, want ik ben veel van jullie gaan houden.

9Vrienden, jullie weten hoeveel moeite ik voor jullie gedaan heb. Ik heb dag en nacht gewerkt om geld te verdienen. Zo kon ik jullie Gods goede nieuws brengen zonder dat het jullie iets kostte.

Paulus heeft raad gegeven

10Ik heb mij tegenover jullie gedragen zoals God het wil. Jullie weten dat dat waar is, en God weet dat ook. Ik was eerlijk en deed niets verkeerds. 11Ik was als een vader voor jullie allemaal. 12Ik heb jullie raad gegeven en moed ingesproken. Ik zei: ‘Jullie moeten God eren door goed te leven. Hij wil jullie een plaats geven in zijn nieuwe wereld.’

13Ik dank God steeds weer dat jullie zijn gaan geloven. Jullie begrepen heel goed dat mijn boodschap niet alleen maar een boodschap van mensen was. Het is Gods boodschap, die nu in jullie aan het werk is.

De christenen worden mishandeld

14Vrienden, jullie zijn mishandeld door mensen uit je eigen stad. Zo hebben jullie hetzelfde meegemaakt als de christenen in Judea, die mishandeld zijn door mensen van hun eigen volk.

15-16De Joden in Judea hebben de Heer Jezus en de profeten gedood. En ze hebben geprobeerd om mij gevangen te nemen. Ze dienen God niet zoals hij het wil. En het lijkt wel alsof ze iedereen als vijand behandelen. Want ze willen niet dat ik aan andere volken vertel hoe ook zij gered kunnen worden. Ze proberen mij juist tegen te houden. Ze hebben altijd al veel verkeerde dingen gedaan. Maar nu is het genoeg, nu worden ze door Gods woede getroffen.

Paulus wil graag naar Tessalonica

17Ik ben al een poosje bij jullie weg, vrienden, maar ik ben jullie niet vergeten. Ik wil jullie graag weer zien, en ik heb daar ook al veel moeite voor gedaan. 18Ik wilde echt naar jullie toe komen. Ik heb dat ook een paar keer geprobeerd. Maar Satan heeft er steeds voor gezorgd dat het niet lukte.

19-20Ik vertrouw op jullie geloof. Ik ben er blij mee en ik ben er trots op. Als onze Heer Jezus terugkomt, worden jullie gered. Dat is voor mij een prachtige beloning!

3

Het bezoek van Timoteüs

Paulus stuurt Timoteüs

31-2Ik wilde zo graag iets van jullie horen, ik kon niet langer wachten. Maar zelf kon ik niet weg uit Athene. Daarom besloot ik om mijn vriend Timoteüs naar jullie toe te sturen. Hij is een dienaar van God, hij vertelt het goede nieuws over Christus. Timoteüs kwam om jullie geloof sterker te maken, en om jullie moed in te spreken. 3-4Want jullie moeten op God blijven vertrouwen, ook in alle moeilijkheden. Die moeilijkheden horen bij het geloof. Dat heb ik al verteld toen ik bij jullie was. En nu hebben jullie gemerkt dat die moeilijkheden inderdaad gekomen zijn.

5Ik kon dus niet langer wachten, en ik stuurde Timoteüs. Ik wilde horen hoe het met jullie geloof ging. Ik was bang dat al mijn moeite voor niets geweest was. Ik was bang dat het Satan gelukt was om jullie te laten zondigen.

Timoteüs heeft goede berichten

6Nu is Timoteüs terug van zijn bezoek aan jullie. Hij heeft me verteld dat het goed gaat met jullie geloof, en dat jullie veel van elkaar houden. Hij vertelde dat jullie mij nog steeds als voorbeeld zien, en dat jullie mij graag terug willen zien. Ik wil jullie ook graag zien.

7Vrienden, ik maak veel ellende en moeilijkheden mee. Maar door jullie heb ik nieuwe moed gekregen. Dat komt door wat Timoteüs over jullie geloof verteld heeft. 8Omdat jullie zo sterk geloven in de Heer, gaat het beter met me.

Paulus dankt God

9Ik ben zo blij met jullie! Onze God geeft me door jullie heel veel vreugde. Daar kan ik hem nooit genoeg voor danken. 10Dag en nacht bid ik met al mijn kracht dat ik jullie weer zal zien. Dan kan ik jullie helpen om jullie geloof volmaakt te maken.

11Ik bid dat God, onze Vader, en onze Heer Jezus ervoor zullen zorgen dat ik bij jullie kan komen. 12Ik bid dat de Heer jullie liefde nog sterker zal maken. Zodat jullie nog veel meer van elkaar en van anderen gaan houden, net zo veel als ik van jullie houd! 13En ik bid dat de Heer jullie kracht geeft. Dan zullen jullie als volmaakte en heilige mensen voor de troon van onze God en Vader staan. Dat zal gebeuren op de dag dat onze Heer Jezus komt met al zijn engelen. Amen.

4

Leven zoals God het wil

Paulus geeft regels om goed te leven

41Vrienden, jullie horen bij de Heer Jezus Christus, net als ik. Luister daarom goed naar wat ik van jullie vraag: jullie moeten leven zoals God het wil. Ik heb jullie verteld hoe je dat moet doen, en jullie doen dat ook al. Maar het moet nog beter. 2Jullie kennen de regels die ik jullie in opdracht van de Heer Jezus gegeven heb.

Regels op seksueel gebied

3Dit is wat God wil: Jullie moeten een heilig leven leiden, en je op seksueel gebied goed gedragen. 4Elke man moet een eigen vrouw kiezen, op een goede manier, zoals past bij een heilig leven. 5Ongelovigen laten zich leiden door hun slechte verlangens. Zij kennen God niet. 6Maar jullie moeten eerlijk met elkaar omgaan en elkaar nooit bedriegen. Anders zal God jullie straffen, dat heb ik jullie vroeger al gezegd. 7God wil niet dat we ons op seksueel gebied slecht gedragen. Hij wil dat we een heilig leven leiden.

8Die regels zijn niet door mensen bedacht. Ze komen van God, die jullie ook de heilige Geest geeft. Wie zich niet aan die regels houdt, verzet zich tegen God.

Andere regels

9Ik hoef jullie niet te schrijven dat jullie van elkaar moeten houden. Want dat heeft God zelf jullie al geleerd. 10Jullie houden van alle christenen in Macedonië. Maar luister goed, vrienden: doe nog beter je best!

11Zorg ervoor dat jullie geen onrust veroorzaken. Houd je bezig met je eigen zaken, en werk om zelf geld te verdienen. Zo heb ik het jullie geleerd. 12Dan krijg je respect van mensen die geen christen zijn. Bovendien ben je dan van niemand afhankelijk.

De komst van de Heer

De gestorven christenen staan op uit de dood

13-14Vrienden, ik wil jullie vertellen wat er gebeurt met de doden.

Mensen zijn verdrietig als er iemand sterft. Maar wij geloven dat Jezus gestorven is en uit de dood is opgestaan. En dus geloven we ook dat God alle gestorven christenen bij zich zal halen. Daarom hoeven jullie niet verdrietig te zijn als er iemand van jullie sterft.

15-17Dit heeft de Heer Jezus mij verteld: Voordat hij komt, zal er een teken gegeven worden. De belangrijkste engel zal roepen, en Gods trompet zal klinken. Op dat moment komt de Heer Jezus uit de hemel. Dan staan eerst de gestorven christenen op uit de dood. En daarna mogen wij die nog leven, ook komen. Dan gaan we samen op de wolken naar de Heer toe. In de lucht zullen we hem ontmoeten, en vanaf dan zullen we altijd bij hem zijn.

18Met die woorden moeten jullie elkaar moed inspreken.