Bijbel in Gewone Taal (BGT)
6

Een rechtszaak

61Er is bij jullie ook iemand die een rechtszaak begonnen is tegen een andere gelovige. Maar waarom is hij naar ongelovige rechters gegaan? Hij had aan christenen moeten vragen om recht te spreken.

2Jullie weten toch wat er zal gebeuren aan het einde van de tijd? Dan zullen de christenen rechtspreken over de hele wereld. Dan kunnen jullie nu toch wel een oordeel uitspreken over heel eenvoudige zaken? 3Jullie weten dat de christenen ooit zullen rechtspreken over engelen. Dan kunnen jullie nu toch wel een oordeel uitspreken over gewone zaken uit het dagelijks leven?

4Als jullie dus ruzie hebben over zaken uit het dagelijks leven, ga dan niet naar rechters die niets met God te maken willen hebben. 5-6Ik hoop dat jullie voelen dat dat echt verkeerd is. Het is belachelijk dat er mensen bij jullie naar ongelovige rechters gaan! Er is in jullie eigen kerk toch wel iemand die wijs genoeg is om recht te spreken?

Begin liever geen rechtszaak

7Het is trouwens wel heel treurig dat jullie rechtszaken beginnen tegen elkaar. Doe dat niet! Accepteer het als iemand je oneerlijk behandelt of iets van je steelt. 8Maar nee, jullie kiezen er liever voor om zelf oneerlijk te zijn. Jullie stelen zelfs van christenen, van mensen uit jullie eigen kerk!

9-10Jullie weten dat slechte mensen niet in Gods nieuwe wereld zullen komen. Vergis je niet: Dat geldt voor alle mensen die verboden seks hebben, afgoden vereren, vreemdgaan, stelen, graaien, veel te veel drinken, of anderen uitschelden. En voor jonge mannen die zich voor seks laten betalen, en voor de mannen die met hen naar bed gaan. 11Sommigen van jullie hebben zulke dingen gedaan toen ze nog geen christen waren. Maar God heeft jullie zonden vergeven. Hij heeft jullie gered, en nu leven jullie zoals God het wil. Jullie horen nu bij de Heer Jezus Christus, en onze God heeft jullie zijn Geest gegeven.

Niet alles mag

12Jullie zeggen: ‘Wij mogen doen wat we willen.’ Maar ik zeg: Ja, maar niet alles is goed! Jullie zeggen: ‘Wij mogen doen wat we willen.’ Maar ik zeg: Laat je leven niet beheersen door slechte verlangens!

13Jullie vinden ook dat verboden seks wel mag. Jullie denken: Het maakt niet uit wat we met ons lichaam doen, want dat zal later toch verdwijnen. Jullie denken: Ons lichaam hoort bij de aarde, net als het voedsel waar we van leven. Maar zo is het niet. We hebben ons lichaam niet gekregen voor verboden seks. We hebben ons lichaam gekregen om er de Heer mee te dienen. Ons lichaam zal zeker niet verdwijnen. 14Want God heeft de Heer laten opstaan uit de dood. En zo zal hij ook ons laten opstaan uit de dood. Zo machtig is God!

15Jullie weten dat ons lichaam bij Christus hoort. Mogen we ons lichaam dan aan een hoer geven? Nee, natuurlijk niet! 16-17Iemand die trouw blijft aan de Heer, is helemaal één met hem. Maar iemand die met een hoer naar bed gaat, is helemaal één met haar. Want in de heilige boeken staat: «Man en vrouw zullen samen helemaal één zijn.»

18Heb dus geen verboden seks! Veel verkeerde dingen die mensen doen, hebben geen gevolgen voor hun lichaam. Maar van verboden seks wordt je lichaam slecht. 19Jullie weten dat je lichaam heilig is. Want de heilige Geest is in jullie lichaam gekomen, toen God jullie die Geest gaf. Jullie zijn niet meer van jezelf. 20Jullie zijn nu van Christus. Want hij heeft jullie gekocht door voor jullie te sterven. Eer God dus ook met je lichaam!

7

Het huwelijk

Het is goed om getrouwd te zijn

71Jullie hebben mij ook een brief geschreven. Jullie schrijven: ‘Het is het beste als mensen niet getrouwd zijn en geen seks hebben.’ 2Maar ik zeg: Nee, het is beter dat mensen wel getrouwd zijn. Anders gaan ze misschien verlangen naar verboden seks.

3Een man moet zijn lichaam aan zijn vrouw geven. Daar heeft zij recht op. En een vrouw moet haar lichaam aan haar man geven. Daar heeft hij recht op. 4Want een vrouw is niet de baas over haar eigen lichaam. Haar man is daar de baas over. En een man is niet de baas over zijn eigen lichaam. Zijn vrouw is daar de baas over.

5-6Mensen die getrouwd zijn, moeten dus gewoon met elkaar naar bed gaan. Een man en een vrouw mogen wel afspreken om een tijdje niet met elkaar te slapen, zodat ze meer tijd hebben om te bidden. Let op: ik zeg dat dat mag, niet dat het moet. Ook moeten ze het er allebei mee eens zijn. En bovendien moeten ze daarna weer gewoon met elkaar naar bed gaan. Anders gaan ze verlangen naar verboden seks, en dan lukt het Satan misschien om hen te laten zondigen.

7Ik zou wel willen dat iedereen net zo was als ik, namelijk niet getrouwd. Maar dat ik dat kan volhouden, is een bijzonder geschenk dat ik van God gekregen heb. Andere mensen hebben weer andere geschenken van God gekregen.

Trouw liever niet opnieuw

8Verder zeg ik: Als je man of vrouw gestorven is, kun je beter alleen blijven. 9Maar als je dat niet kunt volhouden, moet je maar opnieuw trouwen. Want je kunt beter trouwen dan dat je voortdurend leeft met een heftig verlangen naar seks.

Het is niet goed om te scheiden

10-11Ook voor mensen die getrouwd zijn, heb ik regels. Die regels zijn trouwens niet van mij, maar komen van de Heer zelf. Luister goed: Een man mag niet scheiden van zijn vrouw. En een vrouw mag niet scheiden van haar man.

Maar stel dat een vrouw toch scheidt van haar man. Dan mag ze niet opnieuw trouwen, maar ze mag het wel weer goedmaken met haar man.

Een huwelijk met een ongelovige

12Dan is er nog een regel. Die komt niet van de Heer, maar die is van mijzelf. Luister, mannen: als je vrouw ongelovig is, maar ze wil graag bij je blijven, dan moet je niet van haar scheiden. 13En luister, vrouwen: als je man ongelovig is, maar hij wil graag bij je blijven, dan moet je niet van hem scheiden. 14Want ook jullie mannen en vrouwen horen bij God, omdat ze met jullie getrouwd zijn. Jullie kinderen horen toch ook bij God? 15-16God wil dat jullie in vrede met elkaar leven. En misschien gaan jullie mannen of vrouwen door jullie nog wel geloven, en worden ze door God gered. Maar als je ongelovige man of vrouw niet bij je wil blijven, kun je maar beter scheiden. Je bent dan niet verplicht om getrouwd te blijven.

Blijf wat je was

17Ieder mens heeft zijn plaats in deze wereld van God gekregen. Je moet dat niet willen veranderen. Nee, blijf wat je was toen God je uitkoos! Die opdracht geef ik aan alle christenen in de hele wereld.

18Als je besneden was toen God je uitkoos, moet je dat zo laten. En als je niet besneden was toen God je uitkoos, moet je dat ook zo laten. 19Want het is niet belangrijk of je besneden bent of niet. Het is alleen belangrijk dat je je houdt aan Gods regels.

20Blijf wat je was toen God je uitkoos! 21Als je een slaaf was, maak je daar dan niet druk om. Maar als je de kans krijgt om vrij te komen, moet je dat natuurlijk doen. 22Trouwens, een slaaf die in Christus gaat geloven, is eigenlijk vrij. Want christenen zijn vrije mensen. En andersom: iemand die vrij is en in Christus gaat geloven, is eigenlijk een slaaf. Want hij komt in dienst van Christus. 23Christus heeft jullie namelijk gekocht, jullie zijn van hem. Laat je leven dan niet beheersen door dingen die mensen belangrijk vinden.

24Dus, vrienden, jullie moeten blijven wat jullie waren toen God jullie uitkoos! Dat is wat God van jullie vraagt.

Vaak is het beter om niet te trouwen

25Voor jonge mensen die nog niet getrouwd zijn, heb ik geen regels van de Heer. Ik geef alleen een advies. Maar jullie kunnen me vertrouwen, want ik ben Gods dienaar. 26Ik denk dat het voor jonge mensen beter is om ongetrouwd te blijven. Want ze hebben al genoeg zorgen in deze tijd vol ellende en moeilijkheden.

27Als je al afgesproken hebt om met een meisje te trouwen, dan moet je je aan die afspraak houden. Maar als je nog niemand hebt om mee te trouwen, zoek dan geen vrouw. 28Als je toch trouwt, doe je niets verkeerds. Ook een meisje dat trouwt, doet niets verkeerds. Maar mensen die trouwen, krijgen veel extra zorgen in dit leven. En daarom zeg ik dat jonge mensen maar beter niet kunnen trouwen.

29-30Vrienden, ik bedoel dit: Onze wereld zal niet lang meer bestaan. Binnenkort komt er een einde aan het aardse leven, aan onze huwelijken, onze feesten en onze droevige momenten. En we moeten ook afscheid nemen van al onze bezittingen. Houd daar nu al rekening mee!

31Ja, denk er in je leven steeds aan dat alles in deze wereld voorbijgaat. Want de hele wereld, zoals wij die kennen, zal binnenkort verdwijnen.

Een huwelijk geeft extra zorgen

32Ik wil vooral dat jullie in deze tijd geen extra zorgen hebben.

Een man die niet getrouwd is, kan zich de hele dag bezighouden met het geloof. Hij heeft alle tijd om te doen wat de Heer graag wil. 33-34Maar een man die getrouwd is, heeft niet alle tijd om zich bezig te houden met het geloof. Hij moet zich ook bezighouden met de dingen van deze wereld. Want hij denkt ook aan wat zijn vrouw graag wil. Hij moet zijn aandacht verdelen.

Een vrouw die niet getrouwd is, kan zich de hele dag bezighouden met het geloof. Zij wil met haar lichaam en haar geest helemaal voor God leven. Maar een vrouw die getrouwd is, moet zich ook bezighouden met de dingen van deze wereld. Want zij denkt ook aan wat haar man graag wil.

35Ik zeg die dingen alleen maar om jullie te helpen. Ik verbied jullie niets. Natuurlijk mogen jullie trouwen als jullie dat willen. Maar ik zeg hier wat voor jullie het beste is. Ik wil het liefst dat jullie dag en nacht de Heer dienen. Zonder dat jullie bezig hoeven te zijn met de dingen van deze wereld.

Het is beter om niet te trouwen

36Stel dat iemand verloofd is met een meisje. Als hij zich niet kan inhouden en bang is dat hij haar zwanger maakt, dan moeten ze gewoon met elkaar trouwen. Hij doet dan niets verkeerds. 37Maar stel dat hij zich wel kan inhouden, en zeker weet dat hij niet met zijn vriendin naar bed zal gaan. Dan is er niets dat hem dwingt om met haar te trouwen. In dat geval kan hij beter ongetrouwd blijven.

38Daarom zeg ik: Als iemand trouwt, is dat goed. Maar als iemand niet trouwt, is dat beter.

Trouw liever niet opnieuw

39Een vrouw moet bij haar man blijven zolang hij leeft. Maar als haar man sterft, is ze vrij. Dan mag ze trouwen met wie ze maar wil, als ze maar trouw blijft aan de Heer. 40Maar ze is volgens mij gelukkiger als ze niet opnieuw trouwt.

Ook dat is alleen maar een advies. Maar wel een advies van iemand die de Geest van God gekregen heeft.

8

Vlees dat aan afgoden geofferd is

Liefde is belangrijker dan kennis

81Jullie zeggen: ‘Christenen kunnen gerust vlees eten dat aan afgoden geofferd is. Want christenen weten dat afgoden helemaal niets voorstellen.’ Jullie hebben gelijk, maar die kennis heeft jullie trots gemaakt. En daardoor zijn jullie het belangrijkste vergeten: je moet anderen steunen door hen lief te hebben.

2Vinden sommigen van jullie dat ze veel weten? Dan zeg ik: Jullie hebben geen echte kennis! 3Alleen God heeft echte kennis. Want hij weet precies wie de mensen zijn die van hem houden.

Voedsel is voor God niet belangrijk

4-5Natuurlijk weten wij als christenen dat er in de hele wereld maar één God is. Andere mensen denken dat er in de hemel en op aarde heel veel goden zijn. Maar wij weten dat die goden helemaal niets voorstellen. 6Wij kennen maar één God. Hij is onze Vader. Hij heeft alles gemaakt, en wij bestaan om hem te dienen. Wij kennen ook maar één Heer, namelijk Jezus Christus. Alles bestaat dankzij hem, en ook wij bestaan dankzij hem.

7Maar sommige christenen hebben die kennis nog niet. Hun geloof is nog zwak. Want ze zijn nog maar net gestopt met het vereren van afgoden. Ze denken: Als ik vlees eet, dan vereer ik de goden aan wie dat vlees geofferd is. En dan wordt God boos op mij.

8Maar voedsel is voor God niet belangrijk. Hij vindt je geen slechtere christen als je iets niet durft te eten. En hij vindt je ook geen betere christen als je wel alles durft te eten.

Maak het anderen niet moeilijk

9Jullie mogen inderdaad vlees eten dat aan afgoden geofferd is. Maar maak het christenen met een zwak geloof niet moeilijk!

10Stel dat je weet dat afgoden geen enkele macht hebben. En je gaat naar een tempel, en daar eet je vlees dat aan afgoden geofferd is. En stel dat daar ook een christen is met een zwak geloof. Dan is de kans groot dat hij met jou meedoet, en ook dat vlees eet. 11Maar daardoor verliest hij misschien zijn geloof. En zo breng jij dan zijn redding in gevaar. Maar Christus is ook voor hem gestorven! 12Iedereen die zich slecht gedraagt tegenover een christen met een zwak geloof, gedraagt zich slecht tegenover Christus.

13Stel dat ik het geloof van een ander in gevaar zou brengen door het vlees dat ik eet. Weten jullie wat ik dan zou doen? Dan zou ik helemaal nooit meer vlees eten!

Door deze website verder te gebruiken ga je akkoord met plaatsing en gebruik van cookies door het NBG en derden conform onze privacyverklaring.[bericht verbergen]