Bijbel in Gewone Taal (BGT)
4

Christus zal Gods dienaren beoordelen

41Mensen die de wijze plannen van God moeten doorvertellen, zijn alleen maar dienaren van Christus. 2En er is maar één ding belangrijk: dat we trouwe dienaren zijn.

3Ik vind het totaal onbelangrijk hoe jullie of andere mensen mij beoordelen. Ik beoordeel mezelf ook niet. 4Ik denk zelf dat ik goed bezig ben. Staat het dan al vast dat ik een goed mens ben? Nee, want het is de Heer die mij zal beoordelen.

5Spreek dus geen oordeel over mij uit! Maar wacht op de dag dat de Heer terugkomt. Hij zal zijn dienaren beoordelen. Hij zal onze daden bekendmaken, en ook onze gedachten en bedoelingen die niemand kent. Hij zal alles beoordelen. Dan zal iedereen van God de eer krijgen die hij verdient.

Paulus is een voorbeeld

Een voorbeeld om van te leren

6Vrienden, ik heb jullie verteld over het oordeel dat de Heer over zijn dienaren zal uitspreken. Ik heb mezelf en Apollos als voorbeeld genoemd. Dat heb ik gedaan om jullie iets te leren. Wat ik jullie wil leren, is precies wat ik ook al eerder in deze brief schreef: jullie mogen de ene dienaar van God beslist niet belangrijker vinden dan de andere. 7Wie denken jullie wel dat jullie zijn? Alles wat jullie als christenen bezitten, hebben jullie van God gekregen. Jullie hebben niets van jezelf. En toch vinden jullie jezelf geschikt om dienaren van God te beoordelen!

8Jullie denken dat jullie als christenen alles al hebben en alles al weten. Jullie voelen je koningen, die alles mogen! Nou, ik voel me helemaal geen koning. Het is jammer voor jullie, maar jullie zijn echt geen koningen. Anders was ik dat ook wel!

Paulus vindt zichzelf onbelangrijk

9Als apostel word ik slecht behandeld door de mensen, en ik denk dat dat Gods wil is. Ik lijk wel iemand die ter dood veroordeeld is. Alle engelen in de hemel en alle mensen op aarde kunnen mijn ellende zien.

10Jullie denken dat jullie als christenen heel verstandig zijn. Nou, ik ben als dienaar van Christus juist dom! Jullie denken dat jullie machtig zijn. Ik ben juist zwak! Jullie denken dat jullie belangrijk zijn. Ik ben juist totaal onbelangrijk!

11Al heel lang heb ik elke dag honger en dorst, en heb ik bijna geen kleren om te dragen. Ik word geslagen, en ik heb vaak geen plek om te slapen. 12-13Ik moet heel hard werken om een beetje geld te verdienen. Ik word door mensen behandeld als afval, als vuilnis! Maar als ze me uitschelden, bid ik voor hen. Als ze me in moeilijkheden brengen, doe ik niets terug. Als ze slechte dingen over me vertellen, blijf ik vriendelijk tegen hen.

Leef net zoals Paulus

14Ik wil jullie geen verdriet doen. Ik schrijf juist om jullie te waarschuwen. Want ik houd veel van jullie, zoals een vader van zijn kinderen houdt. 15Misschien zijn er veel meer mensen die jullie helpen om je geloof sterker te maken. Toch hebben jullie maar één vader, en dat ben ik. Want ik heb jullie als eerste het goede nieuws verteld. Door mijn werk zijn jullie in Jezus Christus gaan geloven.

16Daarom vraag ik jullie: Leef net zoals ik! 17Om jullie te helpen heb ik Timoteüs naar jullie toe gestuurd. Ik houd van hem alsof hij mijn eigen kind is. Hij is een trouwe christen. Hij zal jullie nog een keer vertellen hoe ik als christen leef. Precies zoals ik dat zelf ook vertel aan alle christenen in de hele wereld.

Paulus komt snel naar Korinte

18Sommigen van jullie vinden zichzelf heel belangrijk. Ze trekken zich niets van mij aan. Want ze denken dat ik toch niet meer naar jullie toe durf te komen. 19Maar ik zal juist heel snel naar jullie toe komen, als de Heer dat goedvindt. Dan zal ik gauw genoeg merken of die mensen alleen maar mooi praten of dat zij ook echt iets kunnen. 20Want denk erom: in Gods nieuwe wereld gaat het niet om woorden maar om daden!

21Wat willen jullie liever? Dat ik naar jullie toe kom om jullie streng te straffen? Of om jullie met liefde te behandelen, en op een vriendelijke manier met jullie om te gaan?

5

Verboden seks en rechtszaken

Iemand bij jullie heeft verboden seks

51Ik heb gehoord dat er bij jullie een man is die verboden seks heeft. Hij gaat namelijk naar bed met de vrouw van zijn vader. Zelfs bij ongelovigen komt zoiets niet voor, maar bij jullie kan dat gewoon! 2En daar zijn jullie nog trots op ook. Jullie zouden het juist heel erg moeten vinden, en jullie moeten die man uit de kerk zetten!

3-4Luister! Ik ben wel ver bij jullie vandaan, maar in gedachten ben ik bij jullie. En namens onze Heer Jezus spreek ik een oordeel uit over die man, alsof ik echt bij jullie ben. Jullie moeten allemaal bij elkaar komen. Het is alsof ik erbij ben, en ook onze Heer Jezus is met al zijn macht aanwezig. En het oordeel is: 5lever die man uit aan Satan! Dan wordt zijn leven op aarde verwoest. Maar dan kan hij toch nog gered worden als de Heer terugkomt.

Gods heilige kerk

6Wees er niet trots op dat bij jullie alles mag. Let op: een klein beetje gist heeft invloed op het hele deeg. Ik bedoel daarmee: door de invloed van één slecht mens wordt de hele groep slecht.

7Daarom moeten jullie de man die verboden seks heeft, uit de kerk zetten. Voor slechtheid is geen plaats meer, want jullie vormen met elkaar Gods heilige kerk. En Christus is voor jullie gestorven. Hij is het lam voor de paasmaaltijd. Het ware Paasfeest is dus gekomen, en wij mogen nu voor altijd het Feest van het Brood zonder Gist vieren. 8Dus weg met alle slechtheid! Laat iedereen alleen nog maar het goede doen. Want de tijd is gekomen om ons nieuwe leven te vieren.

Ga niet om met slechte christenen

9Jullie mogen niet omgaan met mensen die verboden seks hebben. Dat heb ik jullie ook al in mijn vorige brief geschreven. 10Ik bedoelde daarmee niet alle mensen op deze wereld die verboden seks hebben. Want dat soort slechte mensen kom je overal tegen, net als mensen die alleen voor het geld leven, of mensen die stelen, of afgoden vereren. Als je zulke mensen niet tegen wilt komen, moet je deze wereld verlaten!

11Nee, ik bedoelde in mijn vorige brief iets anders: Jullie mogen niet omgaan met christenen die verboden seks hebben. Jullie mogen ook niet omgaan met christenen die alleen voor het geld leven, of afgoden vereren, of anderen uitschelden, of veel te veel drinken, of stelen. En jullie mogen met zulke mensen ook niet samen eten.

12-13We mogen geen oordeel uitspreken over mensen die geen christen zijn. Dat zal God wel doen. Maar jullie kunnen toch wel een oordeel uitspreken over de mensen in jullie eigen kerk? Zorg er dus voor dat die man die verboden seks heeft, uit de kerk gezet wordt!

6

Een rechtszaak

61Er is bij jullie ook iemand die een rechtszaak begonnen is tegen een andere gelovige. Maar waarom is hij naar ongelovige rechters gegaan? Hij had aan christenen moeten vragen om recht te spreken.

2Jullie weten toch wat er zal gebeuren aan het einde van de tijd? Dan zullen de christenen rechtspreken over de hele wereld. Dan kunnen jullie nu toch wel een oordeel uitspreken over heel eenvoudige zaken? 3Jullie weten dat de christenen ooit zullen rechtspreken over engelen. Dan kunnen jullie nu toch wel een oordeel uitspreken over gewone zaken uit het dagelijks leven?

4Als jullie dus ruzie hebben over zaken uit het dagelijks leven, ga dan niet naar rechters die niets met God te maken willen hebben. 5-6Ik hoop dat jullie voelen dat dat echt verkeerd is. Het is belachelijk dat er mensen bij jullie naar ongelovige rechters gaan! Er is in jullie eigen kerk toch wel iemand die wijs genoeg is om recht te spreken?

Begin liever geen rechtszaak

7Het is trouwens wel heel treurig dat jullie rechtszaken beginnen tegen elkaar. Doe dat niet! Accepteer het als iemand je oneerlijk behandelt of iets van je steelt. 8Maar nee, jullie kiezen er liever voor om zelf oneerlijk te zijn. Jullie stelen zelfs van christenen, van mensen uit jullie eigen kerk!

9-10Jullie weten dat slechte mensen niet in Gods nieuwe wereld zullen komen. Vergis je niet: Dat geldt voor alle mensen die verboden seks hebben, afgoden vereren, vreemdgaan, stelen, graaien, veel te veel drinken, of anderen uitschelden. En voor jonge mannen die zich voor seks laten betalen, en voor de mannen die met hen naar bed gaan. 11Sommigen van jullie hebben zulke dingen gedaan toen ze nog geen christen waren. Maar God heeft jullie zonden vergeven. Hij heeft jullie gered, en nu leven jullie zoals God het wil. Jullie horen nu bij de Heer Jezus Christus, en onze God heeft jullie zijn Geest gegeven.

Niet alles mag

12Jullie zeggen: ‘Wij mogen doen wat we willen.’ Maar ik zeg: Ja, maar niet alles is goed! Jullie zeggen: ‘Wij mogen doen wat we willen.’ Maar ik zeg: Laat je leven niet beheersen door slechte verlangens!

13Jullie vinden ook dat verboden seks wel mag. Jullie denken: Het maakt niet uit wat we met ons lichaam doen, want dat zal later toch verdwijnen. Jullie denken: Ons lichaam hoort bij de aarde, net als het voedsel waar we van leven. Maar zo is het niet. We hebben ons lichaam niet gekregen voor verboden seks. We hebben ons lichaam gekregen om er de Heer mee te dienen. Ons lichaam zal zeker niet verdwijnen. 14Want God heeft de Heer laten opstaan uit de dood. En zo zal hij ook ons laten opstaan uit de dood. Zo machtig is God!

15Jullie weten dat ons lichaam bij Christus hoort. Mogen we ons lichaam dan aan een hoer geven? Nee, natuurlijk niet! 16-17Iemand die trouw blijft aan de Heer, is helemaal één met hem. Maar iemand die met een hoer naar bed gaat, is helemaal één met haar. Want in de heilige boeken staat: «Man en vrouw zullen samen helemaal één zijn.»

18Heb dus geen verboden seks! Veel verkeerde dingen die mensen doen, hebben geen gevolgen voor hun lichaam. Maar van verboden seks wordt je lichaam slecht. 19Jullie weten dat je lichaam heilig is. Want de heilige Geest is in jullie lichaam gekomen, toen God jullie die Geest gaf. Jullie zijn niet meer van jezelf. 20Jullie zijn nu van Christus. Want hij heeft jullie gekocht door voor jullie te sterven. Eer God dus ook met je lichaam!