Bijbel in Gewone Taal (BGT)
2

Geloven door Gods kracht

21Vrienden, ik ben ooit bij jullie gekomen om te vertellen over Gods plan met de mensen. Ik gebruikte geen mooie en wijze woorden om jullie te overtuigen. 2Ik wilde jullie alleen maar vertellen over Jezus Christus, en over zijn dood aan het kruis!

3Ik kwam niet als iemand die trots is op zichzelf. Ik was juist zwak en bang. 4Ik gebruikte geen wijze woorden om jullie te overtuigen. En toch geloofden jullie wat ik zei, omdat de heilige Geest jullie daar de kracht voor gaf. 5Want zo moest jullie geloof beginnen: door Gods kracht, en niet door menselijke wijsheid.

Gods wijze plan

Gods wijsheid was lang verborgen

6-7Toch is wat ik vertel, ook wijsheid. Maar het is geen menselijke wijsheid, geen wijsheid die past bij de wereld. Het is niet de wijsheid van de machthebbers op aarde, die trouwens allemaal vernietigd zullen worden. Nee, ik heb het over Gods wijsheid, over Gods wijze plan. Pas als je alles over het geloof geleerd hebt, kun je dat plan begrijpen. Gods plan bestond al voordat hij de aarde maakte, maar hij heeft het lang verborgen gehouden. Want hij had vanaf het begin besloten om zijn wijze plan pas in onze tijd bekend te maken, omdat hij ons wilde redden.

8De machthebbers op aarde hebben Gods wijze plan niet begrepen. Anders zouden ze Jezus, de Heer die redding brengt, niet aan het kruis gehangen hebben. 9Het staat al in de heilige boeken: «Geen mens kent Gods wijze plan, geen mens heeft het bedacht of begrepen. Maar God heeft zijn plan bekendgemaakt aan de mensen die van hem houden. Zo wilde God het.»

Paulus heeft Gods Geest gekregen

10God heeft zijn plan bekendgemaakt aan mij, en aan anderen die het goede nieuws vertellen. Hij deed dat door ons zijn heilige Geest te geven. Gods Geest weet alles, zelfs wat God denkt. 11Hoe een mens van binnen is, dat weet alleen de geest van die persoon. En net zo weet alleen de Geest van God wat God denkt.

12God zal ons redden, zo goed is hij voor ons. Dat weten wij niet dankzij onze menselijke geest, maar dankzij de Geest die God ons gegeven heeft. 13Ik vertel Gods goede nieuws zoals de heilige Geest het mij geleerd heeft. Ik gebruik de woorden die de Geest mij geeft, niet de woorden die je van wijze mensen kunt leren.

14Mensen zonder Gods Geest nemen Gods boodschap niet aan. Zij vinden die boodschap onzin. Ze kunnen die ook niet begrijpen, want je hebt de Geest nodig om Gods boodschap te kunnen beoordelen.

15Mensen zoals wij, die zich helemaal laten leiden door Gods Geest, kunnen alles beoordelen. Anderen kunnen ons niet beoordelen, dat kan alleen God. 16En in de heilige boeken staat: «Niemand kent de gedachten van de Heer zo goed, dat hij de Heer raad kan geven.» Maar wij kennen de gedachten van Christus.

3

Alleen God is belangrijk

Het gaat nog niet goed in Korinte

31Vrienden, toen ik bij jullie was, kon ik jullie nog niet alles vertellen. Want jullie leefden toen nog als mensen van deze wereld. Jullie lieten je nog niet helemaal leiden door Gods Geest. Jullie moesten nog veel leren over het geloof. 2Jullie leken op baby’s, die nog niet alles kunnen eten. Daarom kon ik jullie nog niet alles vertellen over de wijsheid van God. Want jullie begrepen toen nog niet wat het geloof precies betekent.

En dat begrijpen jullie nu nog steeds niet! 3Jullie leven nog steeds als mensen van deze wereld. Want jullie zijn jaloers en jullie zoeken ruzie. Jullie doen dus precies dezelfde dingen als alle andere mensen, die niet geloven. 4Sommigen van jullie zeggen dat zij Paulus volgen. En anderen zeggen dat ze Apollos volgen. Dan gedragen jullie je toch net zoals alle andere mensen?

Paulus en Apollos zijn onbelangrijk

5Luister, Apollos is niet belangrijk en ik ben ook niet belangrijk. Wij zijn allebei alleen maar dienaren van God. Door ons werk zijn jullie gaan geloven. En allebei doen we ons werk zoals de Heer het ons gezegd heeft. 6Ik kwam als eerste bij jullie, om het goede nieuws van God te vertellen. Daarna kwam Apollos, en hij deed zijn best om jullie geloof sterker te maken. Maar het was God die ervoor zorgde dat jullie gingen geloven.

7Iemand die het goede nieuws van God vertelt, is dus niet belangrijk. En iemand die het geloof van anderen sterker maakt, is ook niet belangrijk. Alleen God is belangrijk, want hij zorgt ervoor dat mensen gaan geloven. 8Mensen die het goede nieuws van God vertellen en mensen die het geloof van anderen sterker maken, werken samen in dienst van God. God zal al zijn dienaren belonen voor hun werk, en iedere dienaar krijgt de beloning die hij verdient.

9Apollos en ik werken dus samen. Want we hebben allebei in opdracht van God voor jullie gewerkt.

God beloont of straft zijn dienaren

Je kunt het werk bij jullie vergelijken met het bouwen van een huis.

10-11God gaf mij een bijzondere taak: ik moest het goede nieuws, de boodschap van Christus, bekendmaken. Ik lijk dus op de bouwer die een stevig fundament legt voor het hele huis.

Anderen, zoals Apollos, kregen de taak om jullie geloof sterker te maken. Zij lijken op de mensen die verder bouwen aan het huis. Maar ze moeten wel heel goed opletten hoe ze dat doen. Ze mogen het fundament niet beschadigen. Ze mogen het goede nieuws dat ik verteld heb, beslist niet veranderen!

12-15Al ons werk zal later door God beoordeeld worden. Het zal getest worden, net zoals dingen die in het vuur getest worden. Stel dat iets gemaakt is van goud, zilver of edelstenen. Dan blijft het in het vuur bewaard, het verbrandt niet. Maar stel dat iets gemaakt is van hout, hooi of stro. Dan verbrandt het, er blijft niets van over.

Net zo zal God al ons werk beoordelen. Iemand die zijn werk goed gedaan heeft, zal door God beloond worden. Maar iemand die zijn werk slecht gedaan heeft, zal gestraft worden. Hij wordt wel gered, maar als allerlaatste.

Gods oordeel is streng

16Jullie weten dat jullie samen de kerk van God vormen, en dat de Geest van God bij jullie is. 17De kerk van God is heilig, en jullie zijn die heilige kerk. Als mensen proberen om de kerk kapot te maken, zal God die mensen kapotmaken!

Er is geen reden voor trots

18Vinden sommigen van jullie dat ze heel wijs zijn? Dan zeg ik: Houd jezelf niet voor de gek! Je zult eerst dom moeten worden, pas dan kun je echt wijs worden.

19Menselijke wijsheid betekent niets voor God. In de heilige boeken staat: «Als mensen zichzelf wijs vinden, laat God hun slimme plannen mislukken.» 20En er staat ook: «De Heer kent de plannen van mensen die zichzelf wijs vinden. Hij weet dat die plannen zinloos zijn.»

21Wees er niet trots op dat je een volgeling bent van een apostel. Je bent niet van iemand in deze wereld. Alles in deze wereld is juist van jullie! 22Paulus, Apollos, Petrus, de hele wereld, het leven, de dood, alles wat er nu is en wat er straks zal zijn, het is allemaal van jullie! 23En jullie zelf zijn van Christus, en Christus is van God.

4

Christus zal Gods dienaren beoordelen

41Mensen die de wijze plannen van God moeten doorvertellen, zijn alleen maar dienaren van Christus. 2En er is maar één ding belangrijk: dat we trouwe dienaren zijn.

3Ik vind het totaal onbelangrijk hoe jullie of andere mensen mij beoordelen. Ik beoordeel mezelf ook niet. 4Ik denk zelf dat ik goed bezig ben. Staat het dan al vast dat ik een goed mens ben? Nee, want het is de Heer die mij zal beoordelen.

5Spreek dus geen oordeel over mij uit! Maar wacht op de dag dat de Heer terugkomt. Hij zal zijn dienaren beoordelen. Hij zal onze daden bekendmaken, en ook onze gedachten en bedoelingen die niemand kent. Hij zal alles beoordelen. Dan zal iedereen van God de eer krijgen die hij verdient.

Paulus is een voorbeeld

Een voorbeeld om van te leren

6Vrienden, ik heb jullie verteld over het oordeel dat de Heer over zijn dienaren zal uitspreken. Ik heb mezelf en Apollos als voorbeeld genoemd. Dat heb ik gedaan om jullie iets te leren. Wat ik jullie wil leren, is precies wat ik ook al eerder in deze brief schreef: jullie mogen de ene dienaar van God beslist niet belangrijker vinden dan de andere. 7Wie denken jullie wel dat jullie zijn? Alles wat jullie als christenen bezitten, hebben jullie van God gekregen. Jullie hebben niets van jezelf. En toch vinden jullie jezelf geschikt om dienaren van God te beoordelen!

8Jullie denken dat jullie als christenen alles al hebben en alles al weten. Jullie voelen je koningen, die alles mogen! Nou, ik voel me helemaal geen koning. Het is jammer voor jullie, maar jullie zijn echt geen koningen. Anders was ik dat ook wel!

Paulus vindt zichzelf onbelangrijk

9Als apostel word ik slecht behandeld door de mensen, en ik denk dat dat Gods wil is. Ik lijk wel iemand die ter dood veroordeeld is. Alle engelen in de hemel en alle mensen op aarde kunnen mijn ellende zien.

10Jullie denken dat jullie als christenen heel verstandig zijn. Nou, ik ben als dienaar van Christus juist dom! Jullie denken dat jullie machtig zijn. Ik ben juist zwak! Jullie denken dat jullie belangrijk zijn. Ik ben juist totaal onbelangrijk!

11Al heel lang heb ik elke dag honger en dorst, en heb ik bijna geen kleren om te dragen. Ik word geslagen, en ik heb vaak geen plek om te slapen. 12-13Ik moet heel hard werken om een beetje geld te verdienen. Ik word door mensen behandeld als afval, als vuilnis! Maar als ze me uitschelden, bid ik voor hen. Als ze me in moeilijkheden brengen, doe ik niets terug. Als ze slechte dingen over me vertellen, blijf ik vriendelijk tegen hen.

Leef net zoals Paulus

14Ik wil jullie geen verdriet doen. Ik schrijf juist om jullie te waarschuwen. Want ik houd veel van jullie, zoals een vader van zijn kinderen houdt. 15Misschien zijn er veel meer mensen die jullie helpen om je geloof sterker te maken. Toch hebben jullie maar één vader, en dat ben ik. Want ik heb jullie als eerste het goede nieuws verteld. Door mijn werk zijn jullie in Jezus Christus gaan geloven.

16Daarom vraag ik jullie: Leef net zoals ik! 17Om jullie te helpen heb ik Timoteüs naar jullie toe gestuurd. Ik houd van hem alsof hij mijn eigen kind is. Hij is een trouwe christen. Hij zal jullie nog een keer vertellen hoe ik als christen leef. Precies zoals ik dat zelf ook vertel aan alle christenen in de hele wereld.

Paulus komt snel naar Korinte

18Sommigen van jullie vinden zichzelf heel belangrijk. Ze trekken zich niets van mij aan. Want ze denken dat ik toch niet meer naar jullie toe durf te komen. 19Maar ik zal juist heel snel naar jullie toe komen, als de Heer dat goedvindt. Dan zal ik gauw genoeg merken of die mensen alleen maar mooi praten of dat zij ook echt iets kunnen. 20Want denk erom: in Gods nieuwe wereld gaat het niet om woorden maar om daden!

21Wat willen jullie liever? Dat ik naar jullie toe kom om jullie streng te straffen? Of om jullie met liefde te behandelen, en op een vriendelijke manier met jullie om te gaan?

Door deze website verder te gebruiken ga je akkoord met plaatsing en gebruik van cookies door het NBG en derden conform onze privacyverklaring.[bericht verbergen]