Bijbel in Gewone Taal (BGT)

Alleen God is belangrijk

Het gaat nog niet goed in Korinte

31Vrienden, toen ik bij jullie was, kon ik jullie nog niet alles vertellen. Want jullie leefden toen nog als mensen van deze wereld. Jullie lieten je nog niet helemaal leiden door Gods Geest. Jullie moesten nog veel leren over het geloof. 2Jullie leken op baby’s, die nog niet alles kunnen eten. Daarom kon ik jullie nog niet alles vertellen over de wijsheid van God. Want jullie begrepen toen nog niet wat het geloof precies betekent.

En dat begrijpen jullie nu nog steeds niet! 3Jullie leven nog steeds als mensen van deze wereld. Want jullie zijn jaloers en jullie zoeken ruzie. Jullie doen dus precies dezelfde dingen als alle andere mensen, die niet geloven. 4Sommigen van jullie zeggen dat zij Paulus volgen. En anderen zeggen dat ze Apollos volgen. Dan gedragen jullie je toch net zoals alle andere mensen?

Paulus en Apollos zijn onbelangrijk

5Luister, Apollos is niet belangrijk en ik ben ook niet belangrijk. Wij zijn allebei alleen maar dienaren van God. Door ons werk zijn jullie gaan geloven. En allebei doen we ons werk zoals de Heer het ons gezegd heeft. 6Ik kwam als eerste bij jullie, om het goede nieuws van God te vertellen. Daarna kwam Apollos, en hij deed zijn best om jullie geloof sterker te maken. Maar het was God die ervoor zorgde dat jullie gingen geloven.

7Iemand die het goede nieuws van God vertelt, is dus niet belangrijk. En iemand die het geloof van anderen sterker maakt, is ook niet belangrijk. Alleen God is belangrijk, want hij zorgt ervoor dat mensen gaan geloven. 8Mensen die het goede nieuws van God vertellen en mensen die het geloof van anderen sterker maken, werken samen in dienst van God. God zal al zijn dienaren belonen voor hun werk, en iedere dienaar krijgt de beloning die hij verdient.

9Apollos en ik werken dus samen. Want we hebben allebei in opdracht van God voor jullie gewerkt.

God beloont of straft zijn dienaren

Je kunt het werk bij jullie vergelijken met het bouwen van een huis.

10-11God gaf mij een bijzondere taak: ik moest het goede nieuws, de boodschap van Christus, bekendmaken. Ik lijk dus op de bouwer die een stevig fundament legt voor het hele huis.

Anderen, zoals Apollos, kregen de taak om jullie geloof sterker te maken. Zij lijken op de mensen die verder bouwen aan het huis. Maar ze moeten wel heel goed opletten hoe ze dat doen. Ze mogen het fundament niet beschadigen. Ze mogen het goede nieuws dat ik verteld heb, beslist niet veranderen!

12-15Al ons werk zal later door God beoordeeld worden. Het zal getest worden, net zoals dingen die in het vuur getest worden. Stel dat iets gemaakt is van goud, zilver of edelstenen. Dan blijft het in het vuur bewaard, het verbrandt niet. Maar stel dat iets gemaakt is van hout, hooi of stro. Dan verbrandt het, er blijft niets van over.

Net zo zal God al ons werk beoordelen. Iemand die zijn werk goed gedaan heeft, zal door God beloond worden. Maar iemand die zijn werk slecht gedaan heeft, zal gestraft worden. Hij wordt wel gered, maar als allerlaatste.

Gods oordeel is streng

16Jullie weten dat jullie samen de kerk van God vormen, en dat de Geest van God bij jullie is. 17De kerk van God is heilig, en jullie zijn die heilige kerk. Als mensen proberen om de kerk kapot te maken, zal God die mensen kapotmaken!

Er is geen reden voor trots

18Vinden sommigen van jullie dat ze heel wijs zijn? Dan zeg ik: Houd jezelf niet voor de gek! Je zult eerst dom moeten worden, pas dan kun je echt wijs worden.

19Menselijke wijsheid betekent niets voor God. In de heilige boeken staat: «Als mensen zichzelf wijs vinden, laat God hun slimme plannen mislukken.» 20En er staat ook: «De Heer kent de plannen van mensen die zichzelf wijs vinden. Hij weet dat die plannen zinloos zijn.»

21Wees er niet trots op dat je een volgeling bent van een apostel. Je bent niet van iemand in deze wereld. Alles in deze wereld is juist van jullie! 22Paulus, Apollos, Petrus, de hele wereld, het leven, de dood, alles wat er nu is en wat er straks zal zijn, het is allemaal van jullie! 23En jullie zelf zijn van Christus, en Christus is van God.