Bijbel in Gewone Taal (BGT)
12

De kracht van de heilige Geest

Christenen hebben de heilige Geest

121Vrienden, ik wil jullie ook iets vertellen over de bijzondere krachten die we van de heilige Geest gekregen hebben.

2Vroeger geloofden jullie niet in Jezus Christus. Toen knielden jullie zonder nadenken voor beelden. Jullie vereerden allerlei goden die niet eens kunnen praten! 3Maar nu zeggen jullie: ‘Jezus is onze Heer!’ Dat kun je alleen zeggen als God je de heilige Geest gegeven heeft. Want mensen zonder Gods Geest zouden zeggen: ‘Weg met Jezus!’

De bijzondere krachten van de Geest

4-6Dankzij de heilige Geest hebben wij allerlei bijzondere krachten. Toch is er maar één heilige Geest. In de kerk hebben mensen allerlei taken gekregen. Toch is er maar één Heer. Door Gods macht kunnen christenen allerlei wonderen doen. Toch is er maar één God. En het is God die ons al die verschillende dingen laat doen.

7Allemaal hebben wij de kracht van de heilige Geest gekregen. Daarmee moeten we elkaar helpen. 8-9Sommigen van ons kunnen wijze woorden spreken. Anderen hebben veel kennis. Sommigen hebben een heel sterk geloof. Anderen kunnen zieke mensen beter maken. En dat allemaal door die ene heilige Geest!

10Sommigen hebben de kracht om wonderen te doen. Anderen kunnen een boodschap van God vertellen. Weer anderen kunnen zo’n boodschap uitleggen. Ook zijn er mensen die in vreemde klanken kunnen spreken, en er zijn anderen die kunnen uitleggen wat die klanken betekenen.

11Al die dingen kunnen wij doen dankzij de ene heilige Geest. Die ene Geest bepaalt welke bijzondere kracht hij aan ieder van ons geeft.

Christenen vormen samen één geheel

12Het menselijk lichaam is één geheel, maar het bestaat uit veel delen. En al die verschillende delen vormen samen dat ene lichaam. Net zo vormen wij samen één lichaam, want we horen allemaal bij Christus. 13We zijn allemaal gedoopt. We hebben allemaal die ene heilige Geest gekregen. Dat geldt voor Joden en voor niet-Joden, voor slaven en voor vrije mensen. Wij vormen samen één geheel.

Alle delen van het lichaam zijn nodig

14Een lichaam bestaat niet uit één deel, maar uit veel verschillende delen.

15Stel dat de voet zegt: ‘Jammer, ik hoor niet bij het lichaam, want ik ben geen hand.’ Dat kan de voet wel zeggen, maar een voet hoort toch echt bij het lichaam! 16Of stel dat het oor zegt: ‘Jammer, ik hoor niet bij het lichaam, want ik ben geen oog.’ Dat kan het oor wel zeggen, maar een oor hoort toch echt bij het lichaam!

17Als het hele lichaam alleen maar uit ogen bestond, dan zouden we niet kunnen horen. En als het hele lichaam alleen maar uit oren bestond, dan zouden we niet kunnen ruiken. 18God heeft elk deel van het lichaam een eigen taak gegeven. Precies zoals hij dat wilde.

Alle delen van het lichaam zijn belangrijk

19-20Een lichaam bestaat dus uit veel delen, en al die delen zijn verschillend. Want als ze allemaal hetzelfde waren, zouden ze nooit met elkaar één lichaam kunnen vormen.

21Het oog kan niet tegen de hand zeggen: ‘Ik heb je niet nodig.’ En het hoofd kan niet tegen de voeten zeggen: ‘Ik heb je niet nodig.’ 22Nee, natuurlijk niet! Sommige delen van het lichaam lijken minder belangrijk, maar we hebben ze toch echt nodig.

23Ons lichaam heeft ook delen waarvoor we ons schamen, en delen waarmee we onze behoefte doen. Maar juist voor die delen zorgen we extra goed, en we bedekken ze zorgvuldig met kleding. 24De delen van het lichaam waar we trots op zijn, hebben die extra zorg niet nodig.

We zorgen dus extra goed voor die delen van ons lichaam die dat nodig hebben. God heeft dat zo gewild, toen hij de mens maakte. 25Want hij wil niet dat het ene deel van het lichaam zichzelf belangrijker vindt dan het andere deel. Nee, alle delen van het lichaam moeten met elkaar verbonden zijn. 26Als één deel van het lichaam pijn heeft, voelen alle andere delen die pijn ook. En als één deel van het lichaam extra goed verzorgd wordt, genieten alle andere delen daar ook van.

Alle krachten van de Geest zijn belangrijk

27Zo is het ook met jullie. Jullie vormen samen één kerk, ieder van jullie hoort erbij. Want jullie horen allemaal bij Christus.

28En in de kerk geeft God de mensen allerlei functies en bijzondere krachten. Er zijn apostelen, profeten en leraren. Er zijn mensen die wonderen kunnen doen, en mensen die zieken kunnen genezen. Er zijn mensen die anderen kunnen helpen en steunen in hun geloof. En er zijn mensen die in vreemde klanken kunnen spreken.

29Niet iedereen is een apostel, of een profeet, of een leraar. Niet iedereen kan wonderen doen. 30Niet iedereen kan zieken genezen. Niet iedereen kan in vreemde klanken spreken, of uitleggen wat die klanken betekenen.

31En voor welke bijzondere krachten moeten jullie nu de meeste waardering hebben? Voor de krachten waarmee andere mensen geholpen worden. En voor de krachten waarmee het geloof van anderen sterker gemaakt wordt.

Maar eerst ga ik jullie vertellen over iets dat nog veel belangrijker is dan de bijzondere krachten van de Geest: dat is de liefde.

13

De liefde

Zonder liefde is alles zinloos

131Als je geen liefde hebt voor anderen, zijn je woorden zinloos. Zelfs al laat de heilige Geest je alle talen van de wereld spreken, en ook nog de taal van de engelen.

2Als je geen liefde hebt voor anderen, beteken je niets. Zelfs al laat God je zijn boodschap bekendmaken en krijg je van hem al zijn geheime kennis. En zelfs al heb je zo’n groot geloof dat je bergen kunt verplaatsen.

3Als je geen liefde hebt voor anderen, dan is alles wat je doet, zinloos. Zelfs al verkoop je je bezit, en geef je het geld aan de armen. Zelfs al sterf je in het vuur, omdat je je leven geeft voor de goede zaak.

Wat is liefde?

4Liefde is: geduldig en vriendelijk zijn. Liefde is: niet jaloers zijn, niet vertellen hoe goed je bent, jezelf niet belangrijker vinden dan een ander.

5Liefde is: een ander niet beledigen, niet alleen aan jezelf denken, geen ruzie maken en geen wraak willen nemen.

6Liefde is: blij worden van het goede, en een hekel hebben aan het kwaad.

7Door de liefde verdraag je alles wat er met je gebeurt. Door de liefde blijf je geloven en vertrouwen. Door de liefde blijf je altijd volhouden.

De liefde zal nooit verdwijnen

8Ooit zal er niet meer gesproken worden in vreemde klanken. Ooit zal er geen geheime kennis meer zijn. Ooit zullen mensen geen boodschap van God meer vertellen. Maar de liefde zal nooit verdwijnen.

9-10Alles wat onvolmaakt is, zal verdwijnen als Gods nieuwe wereld komt. Dat geldt voor al onze kennis, en voor iedere boodschap die we vertellen. 11Het is als met een kind dat volwassen wordt. Een kind praat en denkt nog als een kind. Maar als het volwassen geworden is, zijn al die kinderlijke dingen verdwenen. Net zo zal straks alles wat onvolmaakt is, verdwenen zijn. Maar de liefde zal nooit verdwijnen.

12Nu zien we God nog niet. We merken wel dat hij er is, maar we zien hem niet. Maar straks, in de nieuwe wereld, zullen we God zien met onze eigen ogen. Nu weten we nog lang niet alles over God. Maar dan zullen we hem echt kennen, zoals hij ons nu al kent.

13Dit is dus waar het om gaat: geloof, vertrouwen en liefde. Dat moet steeds het belangrijkste in ons leven zijn. Maar het allerbelangrijkste is de liefde.

14

Spreken in de kerk

Anderen moeten begrijpen wat je zegt

141Leef dus met elkaar in liefde. Maar houd je ook bezig met de bijzondere krachten van de heilige Geest. Luister vooral heel goed als iemand een boodschap van God vertelt.

2-4Als de heilige Geest je in vreemde klanken laat spreken, spreek je tegen God, en niet tegen mensen. Want dan spreek je wel over Gods wijze plannen, maar niemand kan je verstaan. Je hebt er dus alleen zelf iets aan. Maar als de heilige Geest je een boodschap van God laat vertellen, kan iedereen je verstaan. Daarmee help je de anderen: je geeft hun raad en je spreekt hun moed in. Als je een boodschap van God vertelt, hebben de andere christenen daar ook iets aan.

5Ik zou wel willen dat jullie allemaal in vreemde klanken konden spreken. Maar ik zou nog veel liever willen dat jullie allemaal een boodschap van God konden vertellen. Want daar hebben ook de andere christenen iets aan. Als je in vreemde klanken spreekt, help je de andere christenen niet. Behalve als iemand kan uitleggen wat die klanken betekenen.

Niemand kan vreemde klanken verstaan

6Vrienden, stel dat ik bij jullie kom en dan alleen maar in vreemde klanken spreek. Daar hebben jullie toch niets aan? Het is veel nuttiger als ik vertel over de bijzondere ervaringen die God mij geeft. Of als ik jullie mijn kennis over God doorgeef, of een boodschap van God vertel, of jullie iets leer over het geloof.

7Denk eens aan het geluid van een muziekinstrument. Als een fluit of een harp steeds dezelfde toon laat horen, weet je niet welk lied er gespeeld wordt. 8En als het geluid van de trompet onduidelijk is, begrijpt niemand dat dat het teken is dat de oorlog begint. Dan gaat er dus niemand vechten!

9Zo is het ook bij jullie. Stel dat jullie onbegrijpelijke woorden spreken. Dan weet niemand wat je bedoelt. Dan zijn je woorden toch zinloos?

10Er worden op de wereld ontelbaar veel talen gesproken. Overal spreken mensen hun eigen taal. 11Maar als ik de taal van een ander niet ken, zullen we elkaar niet verstaan. Dan blijven we vreemdelingen voor elkaar.

12Jullie zijn erg bezig met de bijzondere krachten die de Geest ons geeft. Maar jullie moeten je vooral bezighouden met de krachten waar ook andere christenen iets aan hebben.

Mensen moeten je kunnen begrijpen

13Stel dat je in vreemde klanken spreekt. Dan moet je aan God vragen of hij iemand laat uitleggen wat die klanken betekenen.

14Stel dat je hardop bidt in vreemde klanken. Dat is goed, want de heilige Geest laat je spreken. Maar het probleem is dat de anderen je niet begrijpen. 15Natuurlijk is het goed als de heilige Geest je hardop laat bidden of een lied laat zingen. Maar het is ook belangrijk dat de anderen kunnen verstaan wat je bidt of zingt.

16Stel dat je God hardop dankt met de vreemde klanken die de Geest je laat spreken. Dan begrijpen de anderen niet wat je zegt. Ze zullen dan ook geen ‘Amen’ zeggen na je gebed. Want ze hebben geen idee wat je aan het doen bent. 17Het is natuurlijk goed dat je God dankt. Maar de andere christenen moeten er wel iets aan hebben.

18Ik dank God dat ik in vreemde klanken kan spreken. Ik kan dat trouwens beter dan jullie! 19Maar in de kerk spreek ik liever vijf woorden die iedereen begrijpt, dan duizend die niemand begrijpt. Want ik wil dat de mensen iets van mij leren.

De reactie van ongelovigen

20Vrienden, het wordt tijd dat jullie gaan nadenken. Houd je niet bezig met dingen die slecht zijn, maar gebruik je verstand!

21Luister! In de heilige boeken zegt God: «Ik zal spreken tegen mijn volk in een vreemde taal, een taal die niemand verstaat. Maar ook dan zullen de mensen niet naar mij luisteren.» 22Weten jullie wat dat betekent? Dat mensen niet gaan geloven als ze iemand vreemde klanken horen spreken. Maar als ze iemand een boodschap van God horen vertellen, gaan ze wel geloven.

23Stel dat jullie in de kerk bij elkaar komen, en dat jullie dan allemaal in vreemde klanken spreken. En stel dat er dan mensen binnenkomen die niets van ons geloof weten. Dan zullen die natuurlijk zeggen dat jullie gek zijn!

24-25Maar stel dat jullie bij elkaar zijn en dat jullie allemaal een boodschap van God vertellen. En stel dat er dan iemand binnenkomt die niets van ons geloof weet. Dan zal hij door jullie woorden begrijpen dat hij op een verkeerde manier geleefd heeft. En dan zal hij knielen en God eren, en hij zal zeggen: ‘Ja, jullie hebben gelijk. Jullie God is de enige.’

Orde in de kerk

26Vrienden, wat ik jullie wil zeggen, is dit: Als jullie bij elkaar komen, gebeurt er van alles. Er worden liederen gezongen, en er wordt uitleg gegeven over het geloof. Sommige mensen vertellen over de bijzondere ervaringen die God hun geeft. Anderen spreken in vreemde klanken, en weer anderen leggen uit wat die klanken betekenen. Maar bedenk altijd dat die dingen jullie moeten helpen om elkaars geloof sterker te maken.

27Als je in vreemde klanken spreekt, doe dat dan in een klein groepje van twee of drie personen. Jullie moeten dan één voor één spreken. Bovendien moet er iemand bij zijn die kan uitleggen wat die klanken betekenen. 28Maar als er niemand uitleg kan geven, zwijg dan. Natuurlijk mag je thuis altijd in vreemde klanken spreken. Want dan spreek je alleen tegen God.

29-32Er mogen niet meer dan twee of drie mensen een boodschap van God vertellen. En ze moeten één voor één spreken. Stel dat iemand aan het spreken is, en een ander krijgt op dat moment een boodschap van God. Dan moet de eerste zwijgen.

Mensen die Gods boodschap vertellen, moeten dat doen in woorden die iedereen kan begrijpen. Dan kan iedereen meepraten over de betekenis van de boodschap. En zo kan iedereen ervan leren en nieuwe moed krijgen.

33Onze God wil vrede en orde. Daarom is er orde bij alle christenen in de hele wereld. En dus moet er ook orde zijn bij jullie in de kerk.

Vrouwen moeten zich goed gedragen

34-35Vrouwen mogen niet zomaar wat zeggen in de kerk. Ze moeten zwijgen en luisteren. Als ze iets willen weten, kunnen ze dat thuis aan hun man vragen. Want het is een schande als een vrouw zomaar iets zegt in de kerk. Trouwens, overal waar groepen mensen bij elkaar zijn, moeten de vrouwen zwijgen. Dat staat ook in onze wetten.

36Luister! Jullie waren niet de eerste christenen in deze wereld. En jullie zijn ook niet de enige christenen. Jullie moeten je gedragen zoals alle andere christenen.

Regels van de Heer

37Denk erom dat de dingen die ik hier schrijf, regels van de Heer zijn. Die regels gelden voor iedereen die een boodschap van God wil vertellen, of in vreemde klanken wil spreken. 38Als je niet naar die regels luistert, dan luistert God ook niet naar jou!

39Dus, vrienden, laat zo vaak mogelijk iemand spreken die een boodschap van God wil vertellen. En laat mensen die in vreemde klanken spreken, hun gang gaan. 40Maar zorg ervoor dat iedereen zich goed gedraagt, en dat er orde is in de kerk.