Bijbel in Gewone Taal (BGT)
11

111Leef net zoals ik! Want ik leef net zoals Christus.

Regels voor goed gedrag

Gedraag je zoals het hoort

2Ik vind het heel goed dat jullie altijd aan mijn woorden denken. En dat jullie je gedragen zoals ik het jullie geleerd heb. 3Maar nu wil ik jullie nog iets duidelijk maken: zoals Christus leeft tot eer van God, zo moet een man leven tot eer van Christus, en een vrouw tot eer van haar man.

4Als een man in de kerk hardop bidt of een boodschap van God vertelt, dan mag hij niets op zijn hoofd hebben. Want anders gedraagt hij zich niet zoals het hoort, en zo beledigt hij Christus. 5Maar luister! Als een vrouw in de kerk hardop bidt of een boodschap van God vertelt, moet zij juist wel iets op haar hoofd hebben. Anders gedraagt ze zich niet zoals het hoort, en zo beledigt ze haar man. Dat is net zo erg als een vrouw die zich helemaal kaal laat scheren!

6Het is een grote schande als vrouwen hun haar helemaal laten afscheren. Maar het is net zo erg als een vrouw spreekt zonder iets op haar hoofd te hebben. Een vrouw die hardop bidt of een boodschap van God vertelt, moet iets op haar hoofd hebben!

Een vrouw leeft tot eer van haar man

7Als een man spreekt, mag hij niets op zijn hoofd hebben. Want een man lijkt op God. En alles wat hij doet, moet tot eer van God zijn. Maar een vrouw moet juist alles doen tot eer van haar man. 8Want God heeft de vrouw gemaakt van een rib van de man, niet andersom. 9En God maakte de vrouw voor de man, niet andersom.

10Als vrouwen spreken in de kerk, moeten ze ervoor zorgen dat hun haar bedekt blijft. Want de engelen kijken toe!

Bidden met bedekt hoofd

11Christenen mogen zich niet gedragen alsof er geen verschillen zijn tussen mannen en vrouwen. 12Want God heeft mannen en vrouwen hun eigen plek gegeven. De vrouw is gemaakt van een rib van de man, en een man komt uit de buik van een vrouw. En al het leven komt van God.

13Wat vinden jullie trouwens zelf? Vinden jullie het netjes als een vrouw haar hoofd niet bedekt als ze hardop bidt? Nee toch?

14Jullie weten dat het niet normaal is als een man lang haar heeft. Niemand heeft respect voor een man met lang haar. 15Maar voor een vrouw is het juist normaal om lang haar te hebben. Zo heeft iedereen respect voor haar. God heeft vrouwen dat lange haar gegeven om daarmee hun hoofd te bedekken. En daarom moeten vrouwen die spreken in de kerk, zelf ook iets op hun hoofd doen.

16Misschien vinden sommigen van jullie dat allemaal onzin. Maar die mensen zijn dan wel erg eigenwijs. Want overal hebben vrouwen iets op hun hoofd als ze spreken in de kerk. Dat is de gewoonte hier bij mij en bij alle andere christenen.

Bij elkaar komen tot eer van de Heer

17Er is nog iets dat ik wil zeggen. Als jullie in de kerk bij elkaar komen, gedragen jullie je helemaal verkeerd. Daardoor zou het wel eens slecht met jullie kunnen aflopen.

18Als jullie bij elkaar komen, doet iedereen waar hij zelf zin in heeft. Jullie vormen dan geen eenheid. Dat is tenminste wat ik over jullie gehoord heb, en dat zal zeker voor een deel waar zijn. 19Verschillen tussen jullie zullen er natuurlijk altijd zijn. Die verschillen zijn er om te zien wie van jullie echte christenen zijn.

20Als jullie bij elkaar komen, dan eten jullie met elkaar. Maar dat is beslist geen maaltijd tot eer van de Heer! 21Want jullie zorgen er eerst voor dat je zelf genoeg te eten en te drinken hebt. Maar dan blijft er niets over voor anderen. Dus als de één al dronken is, heeft de ander nog steeds honger.

22Wat moet ik daarvan zeggen? Dat jullie uitstekende christenen zijn? Nee, natuurlijk niet! Als iemand zich vol wil eten en drinken, moet hij dat thuis maar doen! Hebben jullie dan geen enkel respect voor andere christenen? Hoe durven jullie anderen die niets te eten hebben, zo te behandelen?

De paasmaaltijd van Jezus

23Ik heb jullie al eens verteld over de nacht waarin onze Heer Jezus Christus gevangen werd genomen. Ik heb het van de Heer zelf gehoord.

’s Avonds bij de maaltijd pakte Jezus een brood. 24Hij dankte God, en hij brak het brood in stukken. En hij zei tegen zijn leerlingen: ‘Kijk, dit is mijn lichaam. Ik zal sterven voor jullie. Herhaal deze maaltijd steeds opnieuw om aan mij te blijven denken.’

25Na het eten pakte Jezus een beker wijn. Hij zei: ‘Mijn bloed zal vloeien. Maar daardoor zullen jullie gered worden. Dat heeft God beloofd. Deze beker is daarvan het teken. Drink steeds opnieuw uit deze beker om aan mij te blijven denken.’

26Dat is dus de manier waarop jullie met elkaar brood moeten eten en wijn moeten drinken. Want daarmee laten jullie zien dat de Heer voor ons gestorven is. En dat moeten jullie blijven doen totdat de Heer terugkomt.

Samen eten met respect voor elkaar

27Als je eet van het brood en drinkt uit de beker, doe dat dan met respect voor de andere gelovigen. Anders is de maaltijd niet tot eer van de Heer. En dan maak je alles wat de Heer voor ons gedaan heeft, belachelijk.

28Kijk dus eerst kritisch naar jezelf! Ga pas daarna samen met anderen de maaltijd vieren tot eer van de Heer. 29Want mensen die tijdens de maaltijd geen enkel respect voor andere gelovigen hebben, worden door God gestraft. 30Daarom zijn er bij jullie zo veel mensen ziek en zwak. Er zijn bij jullie zelfs al veel mensen gestorven!

31Als wij kritisch naar onszelf zouden kijken, zou de Heer ons niet hoeven te straffen. 32Maar als de Heer ons straft, is dat om ons iets te leren. Hij wil dat we beter gaan leven. Want hij wil niet dat christenen later dezelfde straf zullen krijgen als de mensen van deze wereld.

33Vrienden, als jullie bij elkaar komen om samen te eten, wacht dan op elkaar! 34Als je niet wilt wachten, omdat je honger hebt, kun je beter thuis eten. Anders maken jullie de christelijke maaltijd belachelijk, en dan zal God jullie straffen.

Verder zijn er nog een paar andere dingen die jullie moeten doen. Maar die zal ik vertellen als ik bij jullie ben.

12

De kracht van de heilige Geest

Christenen hebben de heilige Geest

121Vrienden, ik wil jullie ook iets vertellen over de bijzondere krachten die we van de heilige Geest gekregen hebben.

2Vroeger geloofden jullie niet in Jezus Christus. Toen knielden jullie zonder nadenken voor beelden. Jullie vereerden allerlei goden die niet eens kunnen praten! 3Maar nu zeggen jullie: ‘Jezus is onze Heer!’ Dat kun je alleen zeggen als God je de heilige Geest gegeven heeft. Want mensen zonder Gods Geest zouden zeggen: ‘Weg met Jezus!’

De bijzondere krachten van de Geest

4-6Dankzij de heilige Geest hebben wij allerlei bijzondere krachten. Toch is er maar één heilige Geest. In de kerk hebben mensen allerlei taken gekregen. Toch is er maar één Heer. Door Gods macht kunnen christenen allerlei wonderen doen. Toch is er maar één God. En het is God die ons al die verschillende dingen laat doen.

7Allemaal hebben wij de kracht van de heilige Geest gekregen. Daarmee moeten we elkaar helpen. 8-9Sommigen van ons kunnen wijze woorden spreken. Anderen hebben veel kennis. Sommigen hebben een heel sterk geloof. Anderen kunnen zieke mensen beter maken. En dat allemaal door die ene heilige Geest!

10Sommigen hebben de kracht om wonderen te doen. Anderen kunnen een boodschap van God vertellen. Weer anderen kunnen zo’n boodschap uitleggen. Ook zijn er mensen die in vreemde klanken kunnen spreken, en er zijn anderen die kunnen uitleggen wat die klanken betekenen.

11Al die dingen kunnen wij doen dankzij de ene heilige Geest. Die ene Geest bepaalt welke bijzondere kracht hij aan ieder van ons geeft.

Christenen vormen samen één geheel

12Het menselijk lichaam is één geheel, maar het bestaat uit veel delen. En al die verschillende delen vormen samen dat ene lichaam. Net zo vormen wij samen één lichaam, want we horen allemaal bij Christus. 13We zijn allemaal gedoopt. We hebben allemaal die ene heilige Geest gekregen. Dat geldt voor Joden en voor niet-Joden, voor slaven en voor vrije mensen. Wij vormen samen één geheel.

Alle delen van het lichaam zijn nodig

14Een lichaam bestaat niet uit één deel, maar uit veel verschillende delen.

15Stel dat de voet zegt: ‘Jammer, ik hoor niet bij het lichaam, want ik ben geen hand.’ Dat kan de voet wel zeggen, maar een voet hoort toch echt bij het lichaam! 16Of stel dat het oor zegt: ‘Jammer, ik hoor niet bij het lichaam, want ik ben geen oog.’ Dat kan het oor wel zeggen, maar een oor hoort toch echt bij het lichaam!

17Als het hele lichaam alleen maar uit ogen bestond, dan zouden we niet kunnen horen. En als het hele lichaam alleen maar uit oren bestond, dan zouden we niet kunnen ruiken. 18God heeft elk deel van het lichaam een eigen taak gegeven. Precies zoals hij dat wilde.

Alle delen van het lichaam zijn belangrijk

19-20Een lichaam bestaat dus uit veel delen, en al die delen zijn verschillend. Want als ze allemaal hetzelfde waren, zouden ze nooit met elkaar één lichaam kunnen vormen.

21Het oog kan niet tegen de hand zeggen: ‘Ik heb je niet nodig.’ En het hoofd kan niet tegen de voeten zeggen: ‘Ik heb je niet nodig.’ 22Nee, natuurlijk niet! Sommige delen van het lichaam lijken minder belangrijk, maar we hebben ze toch echt nodig.

23Ons lichaam heeft ook delen waarvoor we ons schamen, en delen waarmee we onze behoefte doen. Maar juist voor die delen zorgen we extra goed, en we bedekken ze zorgvuldig met kleding. 24De delen van het lichaam waar we trots op zijn, hebben die extra zorg niet nodig.

We zorgen dus extra goed voor die delen van ons lichaam die dat nodig hebben. God heeft dat zo gewild, toen hij de mens maakte. 25Want hij wil niet dat het ene deel van het lichaam zichzelf belangrijker vindt dan het andere deel. Nee, alle delen van het lichaam moeten met elkaar verbonden zijn. 26Als één deel van het lichaam pijn heeft, voelen alle andere delen die pijn ook. En als één deel van het lichaam extra goed verzorgd wordt, genieten alle andere delen daar ook van.

Alle krachten van de Geest zijn belangrijk

27Zo is het ook met jullie. Jullie vormen samen één kerk, ieder van jullie hoort erbij. Want jullie horen allemaal bij Christus.

28En in de kerk geeft God de mensen allerlei functies en bijzondere krachten. Er zijn apostelen, profeten en leraren. Er zijn mensen die wonderen kunnen doen, en mensen die zieken kunnen genezen. Er zijn mensen die anderen kunnen helpen en steunen in hun geloof. En er zijn mensen die in vreemde klanken kunnen spreken.

29Niet iedereen is een apostel, of een profeet, of een leraar. Niet iedereen kan wonderen doen. 30Niet iedereen kan zieken genezen. Niet iedereen kan in vreemde klanken spreken, of uitleggen wat die klanken betekenen.

31En voor welke bijzondere krachten moeten jullie nu de meeste waardering hebben? Voor de krachten waarmee andere mensen geholpen worden. En voor de krachten waarmee het geloof van anderen sterker gemaakt wordt.

Maar eerst ga ik jullie vertellen over iets dat nog veel belangrijker is dan de bijzondere krachten van de Geest: dat is de liefde.

13

De liefde

Zonder liefde is alles zinloos

131Als je geen liefde hebt voor anderen, zijn je woorden zinloos. Zelfs al laat de heilige Geest je alle talen van de wereld spreken, en ook nog de taal van de engelen.

2Als je geen liefde hebt voor anderen, beteken je niets. Zelfs al laat God je zijn boodschap bekendmaken en krijg je van hem al zijn geheime kennis. En zelfs al heb je zo’n groot geloof dat je bergen kunt verplaatsen.

3Als je geen liefde hebt voor anderen, dan is alles wat je doet, zinloos. Zelfs al verkoop je je bezit, en geef je het geld aan de armen. Zelfs al sterf je in het vuur, omdat je je leven geeft voor de goede zaak.

Wat is liefde?

4Liefde is: geduldig en vriendelijk zijn. Liefde is: niet jaloers zijn, niet vertellen hoe goed je bent, jezelf niet belangrijker vinden dan een ander.

5Liefde is: een ander niet beledigen, niet alleen aan jezelf denken, geen ruzie maken en geen wraak willen nemen.

6Liefde is: blij worden van het goede, en een hekel hebben aan het kwaad.

7Door de liefde verdraag je alles wat er met je gebeurt. Door de liefde blijf je geloven en vertrouwen. Door de liefde blijf je altijd volhouden.

De liefde zal nooit verdwijnen

8Ooit zal er niet meer gesproken worden in vreemde klanken. Ooit zal er geen geheime kennis meer zijn. Ooit zullen mensen geen boodschap van God meer vertellen. Maar de liefde zal nooit verdwijnen.

9-10Alles wat onvolmaakt is, zal verdwijnen als Gods nieuwe wereld komt. Dat geldt voor al onze kennis, en voor iedere boodschap die we vertellen. 11Het is als met een kind dat volwassen wordt. Een kind praat en denkt nog als een kind. Maar als het volwassen geworden is, zijn al die kinderlijke dingen verdwenen. Net zo zal straks alles wat onvolmaakt is, verdwenen zijn. Maar de liefde zal nooit verdwijnen.

12Nu zien we God nog niet. We merken wel dat hij er is, maar we zien hem niet. Maar straks, in de nieuwe wereld, zullen we God zien met onze eigen ogen. Nu weten we nog lang niet alles over God. Maar dan zullen we hem echt kennen, zoals hij ons nu al kent.

13Dit is dus waar het om gaat: geloof, vertrouwen en liefde. Dat moet steeds het belangrijkste in ons leven zijn. Maar het allerbelangrijkste is de liefde.