Romantiek in Jesaja?

‘Voor mijn geliefde wil ik zingen’, zo begint de profeet Jesaja het vijfde hoofdstuk van zijn boek. De woorden ‘lief’, ‘geliefde’ en ‘wijngaard’ worden een paar keer herhaald. Ze doen denken aan een ander liefdeslied, aan Hooglied 1:13-14 en 7:11-13. De dichter daarvan neemt geen blad voor de mond: van romantiek tot erotiek, alles komt langs. Dat belooft wat. Zou Jesaja hier aan een sappig liefdeslied beginnen?

We spitsen de oren en luisteren aandachtig. Maar het pakt anders uit dan verwacht. Er volgt geen liefdeslied, maar een verhaal over iemand met een wijngaard. Hij werkt hard in de wijngaard, maar toch levert die alleen maar slechte druiven op.

Al snel verandert het verhaal van perspectief (vers 3-4). Er komt een andere spreker aan het woord – de eigenaar van de wijngaard. En die richt zich nu direct tot zijn publiek. Hij keert zich tot de inwoners van Jeruzalem en Juda en vraagt om hun oordeel over die wijngaard. Wie heeft schuld aan de slechte druiven: hijzelf – de eigenaar – of de wijngaard? Het publiek wordt aangespoord actief mee te doen, te reageren op wat er gezegd wordt. Daarbij herhaalt de eigenaar hoeveel moeite hij heeft gestoken in zijn wijngaard, en hoeveel hij ervan verwachtte (vers 4) – een duidelijke hint dat de fout niet bij hem ligt. Er wordt dan ook niet gewacht op het antwoord van het publiek. De eigenaar geeft zelf het oordeel al (vers 5-6).

Ondertussen wordt steeds duidelijker dat de wijngaard en zijn eigenaar beelden zijn. Ze verwijzen naar de werkelijkheid van het publiek. Maar wie is de wijngaard en wie is zijn eigenaar? De eigenaar van de wijngaard vertelt als laatste dat hij zelfs de wolken zal opdragen om geen regen meer op de wijngaard te laten vallen (vers 6). Zo onthult hij zijn ware identiteit: hij moet God zelf wel zijn. Het liefdeslied bleek een verhaal te zijn, en het verhaal blijkt een gelijkenis te zijn.

In vers 7 volgt de toepassing. Nu wordt verteld waar het lied echt over ging: Israël is de wijngaard en God is de eigenaar. Dit beeld grijpt terug op Jesaja 1:8, waar Sion ‘een hut in een wijngaard’ wordt genoemd. De gelijkenis is een aanklacht tegen machtsmisbruik en rechtsverkrachting. Vanaf het begin zorgt Jesaja dat hij de aandacht van zijn publiek goed vasthoudt. Hij wekt allerlei verwachtingen bij ze op, maakt ze misschien wel verontwaardigd, en zorgt hopelijk uiteindelijk voor schuldbesef. Steeds weer gaat Jesaja een andere kant op dan zijn publiek verwacht, en elke keer houdt dat het publiek bij de les en zet het ze aan het denken.

Zo’n gelijkenis als aanklacht komt vaker voor, vooral bij de profeten uit het Oude Testament. De profeet Natan vertelt zo’n gelijkenis als hij David beschuldigt (2 Samuel 12:1-10). Joab klaagt, met behulp van een wijze vrouw uit Tekoa, er David mee aan (2 Samuel 14:1-20) en een andere profeet klaagt op deze manier Achab aan (1 Koningen 20:35-43). Telkens wordt er eerst een verhaal verteld. De toehoorder wordt vervolgens om een oordeel gevraagd. En na het oordeel ontdekt de toehoorder dat hij zojuist een oordeel over zichzelf heeft uitgesproken. Het verhaal was immers een gelijkenis en ging over hemzelf.

Eeuwen later vinden we de gelijkenis uit Jesaja 5 terug in het Nieuwe Testament. Jezus zelf grijpt erop terug in Matteüs 21:33-46. Hij formuleert daar zijn aanklacht tegen de leiders van zijn volk aan de hand van precies dit treurige liefdeslied van Jesaja, en bewijst daarmee eens te meer de blijvende actualiteit van de boodschap van deze profeet.

Leesplan

Wil je meer weten over de profeet Jesaja en het Bijbelboek dat naar hem vernoemd is? Schrijf je dan in voor het leesplan Verdiep je in Jesaja. Drie weken lang krijg je elke dag een Bijbeltekst toegestuurd met uitleg, achtergrondinformatie en toepassingsvragen.

Verdiep je in… Jesaja

Vanaf nu kan ook een gedrukte versie worden besteld, waarmee je je samen met een groep kunt verdiepen in deze boeiende profeet. 

Dit bericht is geplaatst op woensdag 22 mei 2019