De Bijbel en ik

Het is best een goed huwelijk geworden

Door Tom Mikkers

Als je wilt weten hoe ik de Bijbel lees, kan ik je het beste een rondleiding door mijn boekenkast geven. Er staan, bijvoorbeeld, nogal wat boeken in mijn kast waar ik aan begonnen ben zonder ze uit te lezen. Ik bewaar ze wel. Al was het maar om het schuldgevoel over het ongelezen boek een beetje plat te slaan: ‘Ik heb je dan weliswaar niet helemaal gelezen, maar je mag wel in mijn boekenkast wonen.’ Dat is niet de categorie waar de Bijbel onder valt.

Ook staan er de boeken waarvan ik precies weet waar ik die gelezen heb, en wat ik toen voelde. Het zijn bijvoorbeeld boeken die meegingen op vakantie. Als ik er nu doorheen blader zie ik het zwembad weer voor me, of de hotelkamer. Soms zit er nog een beetje zand in, of ik vind een verdwaalde boardingpass of een toegangsbewijs van een museum.

Statement

De plaats die een boek in mijn boekenkast krijgt is vol van betekenis. De bovenste planken zijn zowel het penthouse als de rommelzolder van mijn lezende leven. Daar bewaar ik de boeken die ik met plezier heb gelezen en die nu mogen genieten van een mooi uitzicht.
Ik heb ook een plank met leesgoed dat ik nog moet sorteren. En verder geldt: alles wat je op ooghoogte vindt wordt regelmatig ter hand genomen, doorgebladerd en teruggezet: boeken die handig zijn bij het maken van een preek wonen hier, maar ook guilty pleasures, songfestival- en teckelboeken.
Mijn boekenkast is dus een statement. Het is ook mijn theologische winkeltje dat ik bij de tijd wil houden. Je vindt er een rijtje kerkgeschiedenis, een plank over Jezus en een stapeltje nieuwe theologische boeken waarvan ik vind dat ik die moet lezen.

Bijbelse gastvrijheid

Maar met de Bijbel in die boekenkast is het een heel ander verhaal. Sinds mijn studie theologie denken mensen die van hun bijbel af willen dat ze mij er een plezier mee doen. Ik durf het aanbod van een bijbel ook niet goed af te slaan. Ik heb het gevoel dat ik Jezus wegstuur als ik iemand die zijn bijbel niet meer wil hebben, doorverwijs naar de kringloop of de prullenbak. Mijn bijbelse gastvrijheid leverde me enkele bijzondere exemplaren op: een oude Leidse vertaling en een Grieks Nieuwe Testament van een predikant die in de oorlog gevangen zat met deze bijbel.
Ik lees niet elke dag in de Bijbel, maar ik zie wel elke dag de bijbels in mijn boekenkast. Ik heb er wisselende gevoelens bij. Ik hou heel erg van mijn kinderbijbel die ik kreeg van mijn peettante bij mijn eerste communie. De Griekse en Hebreeuwse bijbels doen mij denken aan mijn studietijd. Ze roepen dat gevoel weer op dat ik verplicht 40 hoofdstukken moest vertalen en dat het tentamen eraan kwam. Een enkele keer droom ik daar nog over. Dat ik onvoorbereid ben en als een baksteen zal zakken. Dan is er de Bijbel die ik ter hand neem voor preken, alhoewel ik tegenwoordig meer online de Bijbel lees dan blader in het boek.

De Bijbel en ik

Toen ik op mijn 19e theologie ging studeren ben ik een relatie aangegaan met de Bijbel. Een groot deel van mijn boekenkast laat zien hoe het huwelijk ervoor staat. Het is geen slecht huwelijk geworden, de Bijbel en ik. We bevragen elkaar regelmatig. Soms maken we stevige ruzie. Er zijn perioden geweest dat we wat losser van elkaar opereerden. Dan was de Bijbel vooral een boek dat ik afstofte en uitklopte, letterlijk. Soms was een ander boek me net ietsje heiliger. Dan at ik van meerdere walletjes.
Ik was nooit iets met de Bijbel begonnen als ik als kind geen kinderbijbel had gekregen waarvan ik net zoveel hield als van de boeken van Thea Beckman of Jan Terlouw. Ik denk dat ik toen echt geraakt werd door het verhaal dat God dichtbij is. Al is dat geloof door de jaren heen soms ook uitgehold en uitgewoond. Eén ding is niet veranderd: elke bijbel mag bij mij uithuilen en in mijn boekenkast wonen. Mijn boekenkast is een bijbelasiel. Ook voor mij. Ik zoek er nog altijd mijn toevlucht.

Tom Mikkers
Predikant in Wassenaar

Dit bericht is geplaatst op woensdag 14 april 2021