Dag 21: een nieuwe hemel en nieuwe aarde

In Jesaja 65 lezen we over een nieuwe schepping. Deze nieuwe schepping is een voortzetting van wat er al bestaat. Gods dienaren en hun nageslacht gaan een vreugdevolle toekomst tegemoet. Zo wordt het hele boek Jesaja afgesloten met vreugdevolle hoop.

Uitleg Jesaja 65:17-25
Een nieuwe schepping voor Gods dienaren
In de eerste zestien verzen van dit hoofdstuk gaat het over het volk van God, dat wordt verdeeld in een groep die wel naar God luistert en een groep die niet naar hem luistert. Degenen die wel naar hem luisteren, worden ‘dienaren van God’ genoemd. Aan het eind van vers 16 staat dat de ellende van vroeger wordt vergeten, wat verwijst naar de ballingschap in Babylonië. Dat wordt aan het begin van de tweede helft van het hoofdstuk, vers 17, herhaald. De tekst van vandaag gaat verder over de dienaren van God en het nieuwe tijdperk van vreugde dat komt.

Een vreugdevolle toekomst
De tekst is een vreugdevolle kijk naar de toekomst. Vers 25 wijst terug naar Jesaja 11:6-9. Deze visie op de toekomst, waarin het nageslacht van de dienaar (de dienaren) het land beërft, lijkt terug te verwijzen naar de situatie in het begin, in Eden. De wereld gaat niet terug naar het begin, maar is een voortzetting van wat al bestaat. Maar tegelijk is er sprake van iets compleet nieuws. We lezen in vers 20 over een voorbeeld van de zegeningen die de bewoners van het nieuwe Jeruzalem zullen ontvangen. Kindersterfte, wat erg veel voorkwam in het Oude Nabije Oosten, zal daar uitgebannen worden. In deze tekst is er geen sprake van dat de dood helemaal afgeschaft wordt (zoals in Jesaja 25:8). Maar in vers 19-25 wordt wel duidelijk hoe gezegend dit leven zal zijn. Het gaat hier niet om een verre toekomst op een nieuwe hemel en aarde zoals we die kennen uit Openbaring. Nee, God geeft geen compleet nieuwe wereld, maar vernieuwt de wereld waarin de dienaren leven in de nabije toekomst. Het nieuwe dat God brengt wordt, net als in Jesaja 48:7, omschreven als een nieuwe schepping van God. In deze paradijselijke toestand leven alle dieren weer vreedzaam samen. Alleen de slang eet stof, wat terugwijst naar de vloek van God uit Genesis 3:14.

Verband met andere teksten: de nieuwe hemel en aarde in Openbaring
In Openbaring 21 komen we onder andere elementen uit Jesaja 65 tegen. In Openbaring gaat het ook over een nieuwe hemel en een nieuwe aarde en een nieuw Jeruzalem. Hier worden veel ideeën uit het boek Jesaja samengevoegd zoals het idee van een nieuwe schepping, het samenkomen van alle volken, het einde van de dood en de afwezigheid van lijden. Openbaring gaat nog net een stapje verder dan het boek Jesaja. Anders dan in het boek Jesaja, gaat het in Openbaring over een tijdperk waarin de eerste hemel en aarde voorbij zijn. Waar het in Jesaja over een nabije toekomst en een vernieuwing gaat, gaat het in Openbaring over de eindtijd, waarbij er een radicale scheiding tussen de oude en de nieuwe hemel en aarde is.

Vragen

  1. Wat stel jij je concreet voor bij de nieuwe hemel en nieuwe aarde zoals Jesaja die omschrijft? Zie je een verschil tussen de omschrijving van Jesaja en Openbaring?
  2. Bij de omschrijving van de nieuwe hemel en nieuwe aarde wordt teruggegrepen naar de tuin van Eden uit Genesis. Wat is het verschil tussen de situatie in Genesis en die in het boek Jesaja en in Openbaring?
  3. Gods nieuwe aarde zoals die in Jesaja 65 wordt omschreven, doet denken aan Gods koninkrijk, waarover Jezus vertelt in de evangeliën. Zou je zelf kunnen meewerken aan het realiseren van dit koninkrijk? Zo ja, hoe?
  4. Je hebt nu vijf teksten uit het derde deel van het boek Jesaja gelezen. Hoe zou je de boodschap van het derde deel van het boek Jesaja in een paar zinnen samenvatten? Welke verschillen tussen de eerste twee delen en het derde deel van het boek Jesaja heb je opgemerkt?
  5. Je bent nu in eenentwintig teksten door heel het boek Jesaja heengegaan. Hoe zou je de boodschap van het hele boek kunnen samenvatten in een paar zinnen? Wat was voor jou de meest opvallende bijbeltekst uit het boek Jesaja?

Kader
Terugkijken op het boek Jesaja, vanuit hoofdstuk 65-66
In de laatste verzen van het boek Jesaja wordt het beeld uit Jesaja 65 weer aangehaald: degenen die bij God horen, zullen voortbestaan zoals Gods nieuwe schepping (Jesaja 66:22-24). Het einde van Jesaja 66 verwijst weer terug naar Jesaja 1. In Jesaja 1 werden de hemel en aarde opgeroepen om getuigen te zijn van de opstand van Gods kinderen. In Jesaja 66 zijn daar de nieuwe hemel en de nieuwe aarde, waar de kinderen van de dienaar leven. In Jesaja 1 is Sion een eenzame hut in een wijngaard, maar aan het eind van het boek is Sion het centrum van de wereld. Zo wordt het hele boek afgesloten en vormt die grote verzameling profetieën één boek.
Centraal in dat boek stonden trouw, redding en recht. Van het eerste hoofdstuk tot het laatste zijn meer dan tweehonderd jaar overbrugd. Drie wereldrijken (Assyrië, Babylonië, Perzië) zijn voorbijgekomen. Steeds blijft God zijn volk trouw. Hij brengt redding. Die redding uit zich in recht. Mensen moeten zich ook rechtvaardig naar elkaar gedragen. Die redding en dat recht gelden voor Gods volk, maar door het boek Jesaja heen gaat de deur steeds verder open voor mensen die niet bij Gods volk horen om toch ook bij God te horen. Samen zullen ze zich in Sion verzamelen om in rechtvaardigheid bij God te leven.