Woensdag 31 maart

-door zuster Katharina- 

De bijbeltekst van vandaag is een stukje uit de afscheidsrede van Jezus, zoals die opgetekend werd in het Johannesevangelie. Het is een lange tekst van een uitzonderlijke dichtheid en intensiteit. Jezus voelt dat zijn einde nadert, Hij vermoedt dat zijn levensverhaal niet positief zal eindigen, Hij ruikt als het ware het verraad en wil in één lange rede afscheid nemen van zijn leerlingen, van zijn vrienden. Het zijn de laatste woorden die Hij tot hen, als verzamelde groep leerlingen, zal spreken. Hij geeft hierin bij wijze van spreken heel zijn leer in een notendop weer. Je zou het kunnen beschouwen als zijn levenstestament. Alsof het zijn laatste kans is om heel zijn leer te hernemen en de leerlingen op het hart te drukken en in te prenten waar het nu werkelijk om gaat, wat de kern is van zijn boodschap en zijn hele leven. De intensiteit die je hier voelt, het geladen moment, doet me denken aan de scène in de film Des hommes et des dieux, waar de trappisten van Tibhirine samen maaltijd vieren. Niemand zegt iets, er hangt veel spanning in de lucht. Hun leven is in gevaar. De dreiging is alomtegenwoordig, er is geen enkele zekerheid en toch weet elke broeder dat dit mogelijk hun laatste avondmaal is. Er is een zeldzame intensiteit van leven, beklemtoond in de film door het glas wijn dat gedeeld wordt, versterkt door de muziek van het Zwanenmeer. Als kijker voel je je bijna beschaamd omdat je zo’n intens moment mag meemaken, dat je daar deelgenoot van wordt, vanuit je gemakkelijke zetel op een veilige plek. Want het zal inderdaad hun laatste gezamenlijke maaltijd zijn en enkele uren later worden ze ontvoerd en meegenomen naar een plek waarvan ze niet zullen terugkeren. Zo’n sfeer moet ook gehangen hebben boven Jezus en zijn leerlingen bij deze laatste ontmoeting, tijdens die laatste uren dat ze samen zijn, waar Jezus nog eenmaal hun meester is en hun zijn boodschap meegeeft.

Deze intensiteit van leven herinnert me ook aan een verhaal dat ik onlangs hoorde, over een terminaal zieke vrouw, een moeder van middelbare leeftijd, die haar kinderen leert koken omdat ze weet dat ze er binnen afzienbare tijd niet meer zal zijn en ze het dan zelf zullen moeten redden. Ook hier voel je hoe geladen alles is, hoe een heel mensenleven als het ware verdicht wordt in één ogenblik.

We zijn midden in de passieweek. Alle gebeurtenissen leiden naar een climax; de spanning wordt groter, de dreiging neemt toe, in de verte doemt Golgota op. Jezus kan niet terug. Als Hij dat zou doen, zou Hij heel zijn levenswerk overboord gooien, zou alles vergeefs zijn geweest, zou Hij hebben gefaald. Neen, Hij gaat consequent rechtdoor, maar herneemt voor het laatst de kern van zijn boodschap, in een laatste poging en met de vurige hoop dat zijn leerlingen het zullen snappen en vanuit die boodschap zullen leven en doorgeven. ‘Dit draag ik jullie op: heb elkaar lief!’ Dit is de kern, hierom draait alles, dit is het enige wat jullie moeten onthouden.

Ik heb jullie liefgehad, zoals de Vader mij heeft liefgehad.’ De liefde die Ik verspreid heb, heb Ik zelf ontvangen van de Vader. Ik geef die door opdat jullie ook mijn Vader zouden liefhebben. Blijf in die liefde! Blijf liefhebben… Mij, de Vader, elkaar, jezelf. Je hebt maar één hart en dat moet groot zijn, heel groot, zodat er veel liefde in en uit kan.

Je blijft in die liefde als je de geboden onderhoudt, zegt Jezus. Wij houden niet veel van het begrip ‘geboden’, het komt ons te wettisch over, dat ligt ons niet. Maar waarover spreekt Jezus eigenlijk, over welke geboden heeft Hij het? Juist, over het gebod van de liefde als eerste en voornaamste, maar ook over al die varianten ervan, zoals het gebod van de gerechtigheid voor elke mens, het gebod van de liefde voor je vijanden, het gebod van de laatsten die ook meetellen… Ten diepste gaat het gebod van de naastenliefde tot het geven van je leven voor je vrienden, voor je naaste.

Het zijn straffe woorden van Jezus. We kennen ze allemaal. Maar het is niet zo eenvoudig om ze consequent en systematisch in praktijk te brengen. Wie van ons durft zeggen dat ze haar naaste altijd liefheeft? Laat staan dat ze bereid is haar leven te geven voor haar naaste? Wat kan dit voor ons vandaag concreet betekenen, nu we vlak voor de drie heiligste dagen van het jaar staan?
Ik hoor er een oproep in om de komende dagen extra stil te staan bij de mensen met wie ik dagelijks in contact treed en te onderzoeken hoe die relatie zit. Kan ik er iets aan veranderen, verbeteren? Voel ik me ergens toe uitgenodigd waar ik nooit op ingegaan ben? Waaraan moet ik een beetje sterven met Jezus, om straks met Hem te mogen verrijzen tot nieuw leven? Wat is mijn stille opdracht en mijn stille verlangen voor de komende drie dagen? We mogen de Vader alles vragen in Jezus’ naam. Wat kan nu, op dit ogenblik, in deze heilige week mijn vraag zijn?

In het onderhouden van deze opdrachten ligt de sleutel tot het ware geluk, tot het eeuwige leven, zal Jezus verder zeggen, tot de echte vreugde. Wij zijn allemaal geroepen om mensen van vreugde te worden. Jezus toont ons de weg daarheen. Maar het is een weg die loopt door lijden en verdriet, volhouden en trouw blijven heen. Een weg die Jezus de komende dagen zal gaan, waarbij Hij hoopt dat we Hem niet in de steek zullen laten, maar zo dicht als we kunnen bij Hem zullen blijven, door ons deel van het lijden – dat we niet zoeken, maar dat zich vanzelf aandient op ons levenspad – op ons te nemen. Op die manier hopen we met Hem mee door onze dagelijkse kleine dood naar nieuw leven te gaan, zoals Hij zijn leven helemaal loslaat, eenzaam en verlaten en door de Grote Dood heen trouw blijft – en uitkomt bij zijn Vader.

Zo hopen wij ook steeds dichter te naderen tot de God van het leven, het nieuwe leven in Jezus, waar zijn vreugde en vrede ons deel worden. Laat ons nu samen, gesterkt door elkaar, die weg gaan, met, naast en voor Jezus.

Heer Jezus,
U kent ons kleine hart en onze grote mond.
U oordeelt niet, maar blijft stil wachten,
hopend dat we U nu niet alleen laten
maar U volgen,
ook nu, ook deze drie dagen,
dichtbij zoals Maria of Johannes,
of op afstand zoals de anderen.
Voor U is alles goed.
Wij danken U omdat U ons voorgaat,
om uw trouw tot in de dood,
in de gave van uw leven.
Trek ons met U mee naar het volle leven,
naar uw en onze Vader,
waar wij eens helemaal thuis mogen komen,
in U, Christus onze Heer.