Zondag 28 maart - Palmzondag

Bijbeltekst(en)

LECTIO

In de aanloop naar de Goede Week lezen we het begin van het verslag dat Marcus geeft vanaf Witte Donderdag tot aan de kruisiging. Waarschijnlijk is dit het eerste evangelie waarin hierover is geschreven. Marcus probeert duidelijk aandacht te geven aan wat er in die momenten omgaat tussen Jezus en God, die Jezus ‘mijn Vader’ noemt.

Plots wordt het allemaal heel echt: in 14:35-36 smeekt Jezus God om Hem te sparen voor deze vreselijke berechting. En in 15:34 ten slotte vraagt Jezus aan God waarom Hij Hem heeft verlaten, met de woorden uit Psalm 22:2.

De meeste personages uit dit gedeelte zijn gemeen, wreed en goddeloos. Maar op de ervaring van Petrus wordt dieper ingegaan: hij wordt voorgesteld als loyaal en liefdevol, maar zwak wanneer het erop aankomt van zijn liefde voor Jezus te getuigen (14:66-72).

Marcus gebruikt ronduit negatieve bewoordingen om de daden van Judas te beschrijven. Judas reageert prompt als Maria, de zus van Martha, een flesje heel dure reukolie uitgiet over Jezus (Johannes 12:3). Jezus ziet wat zij doet niet alleen als een geschenk, maar ook als een voorspelling van zijn dood (14:3-9).

De Romeinse soldaten martelen Jezus lichamelijk. Terwijl ze zweepslagen geven, maken ze grapjes en lijken onverschillig voor het menselijke leed dat ze veroorzaken. Maar hun overste, de centurio, is de eerste die belijdt dat Jezus de Zoon van God is (15:16-20, 39).

Onverschilligheid lijkt een sleutelwoord te zijn. Zoveel mensen die niets hebben gedaan, behalve staan kijken hoe een onschuldig man werd afgeslacht.

De vrouwelijke leerlingen van Jezus geven op een praktische manier uiting aan hun grote zorg voor Hem. Ze zijn bij de kruisiging aanwezig, hoewel dit een hartverscheurende aanblik voor hen moet zijn geweest. Ze zijn erbij wanneer Jezus naar zijn begraafplaats wordt gebracht en komen later ook terug naar zijn graf (15:40, 41, 47).

MEDITATIO

Aan welke drie woorden denk jij als je Jezus in het lijdensverhaal zou moeten omschrijven?
Denk even na over wat het moet hebben betekend voor Jezus om zich gescheiden te voelen van zijn Vader.
Sta even stil bij de verbazingwekkende woorden uit Filippenzen 2:6-11.

ORATIO

De vrouw die het flesje reukolie over Jezus uitgoot, zette het een en ander op het spel: ze nam het risico om uitgelachen te worden door anderen, misschien zelfs door Jezus zelf. Maar ze hield van Hem en dit was haar manier om het te laten zien. Misschien kun jij ook een ‘flesje reukolie’ bedenken dat jij aan de Heer wilt schenken als uiting van je liefde voor Hem. Neem een blad papier en schrijf een liefdesbrief voor Jezus. Bied deze brief in een gebed aan Hem aan. Of bied Hem de woorden van een van je favoriete psalmen of liederen aan, als dat helpt om je aanbidding onder woorden te brengen.

CONTEMPLATIO

Wees stil in Gods aanwezigheid. Wat denk je dat God jou vandaag wil zeggen met deze bijbeltekst?

 

ONDERSTEUNENDE BIJBELTEKSTEN
Jesaja 50:4-7; Psalm 22:8-9, 16-22; Filippenzen 2:6-11